id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 augustus 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070821.1 Rolnummer: P.07.1275.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-09-20 Raadplegingen: 167 - laatst gezien 2026-07-03 06:09 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De kamer van inbeschuldigingstelling is, ingevolge de devolutieve kracht van het hoger beroep, ook op het enkel hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de beschikking van de raadkamer die oordeelt over de eerste handhaving van de voorlopige hechtenis, op haar beurt gehouden de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding na te gaan. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Hoger beroep Vrije woorden: Eerste handhaving - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 21, § 4 en 23, 4° Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Hoger beroep Vrije woorden: Eerste handhaving - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 21, § 4 en 23, 4° Tekst van de beslissing Nr. P.07.1275.N F. S., verdachte, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Walter Van Steenbrugge, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 augustus
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens het artikel 21, § 4, Wet Voorlopige Hechtenis, gaat de raadkamer, die te oordelen heeft over de eerste handhaving van de voorlopige hechtenis, na of het bevel tot aanhouding regelmatig is ten aanzien van de bepalingen van deze wet.
- Ook op het enkel hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de beschikking van de raadkamer, die oordeelt over de eerste handhaving van de voorlopige hechtenis, is de kamer van inbeschuldigingstelling, ingevolge de devolutieve kracht van dit hoger beroep, op haar beurt gehouden de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding na te gaan. Overeenkomstig het artikel 23.4° Wet Voorlopige Hechtenis, dient de kamer van inbeschuldigingstelling hierbij desgevallend de conclusie te beantwoorden van de verdachte, die de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding betwist, ook al werd door deze laatste geen hoger beroep ingesteld.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser voor de raadkamer die te oordelen had over de eerste handhaving van het bevel tot aanhouding, een conclusie heeft genomen waarbij hij de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding betwistte en werd deze conclusie door hem hernomen voor de kamer van inbeschuldigingstelling die te oordelen had over het door het openbaar ministerie ingesteld hoger beroep.
- De appelrechters oordelen dat, nu de eiser geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van 31 juli 2007, deze beschikking, waarin de legaliteit van het aanhoudingsmandaat werd aangenomen, thans wat dit laatste betreft geen voorwerp van de debatten uitmaakt, ook al heeft de eiser zijn conclusies hernomen.
- Door aldus te oordelen, schenden de appelrechters de in het middel vermelde wetsbepalingen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de anders samengestelde kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Gent. Begroot de kosten op 71,08 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, als voorzitter, en de raadsheren Jean de Codt, Eric Stassijns, Luc Van hoogenbemt en Alain Smetryns, en op de openbare terechtzitting van 21 augustus 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070821.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div