← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070904.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070904.5 Rolnummer: P.07.0523.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Financieel recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2007-09-26 Raadplegingen: 227 - laatst gezien 2026-07-03 06:09 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De omstandigheid dat B.T.W.-fraude gepleegd werd in het raam van de activiteiten van een vennootschap, houdt geen vermoeden in dat het hieruit verkregen vermogensvoordeel in het vermogen van die vennootschap is terechtgekomen. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - FINANCIEEL RECHT - Witwasreglementering Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Misdrijf gepleegd in het raam van een vennootschap - Vermogensvoordeel - Vermoeden dat het vermogensvoordeel in de vennootschap terechtkomt Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3° en 43bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - FINANCIEEL RECHT - Witwasreglementering Vrije woorden: Fraude - Misdrijf gepleegd in het raam van een vennootschap - Vermogensvoordeel - Vermoeden dat het vermogensvoordeel in de vennootschap terechtkomt Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3° en 43bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0523.N T. J. M. V., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Invorderingscel BBI, met kantoren te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 28 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESTREDEN ARREST Het bestreden arrest oordeelt de eiser schuldig, "als afgevaardigd bestuurder van de nv M. T. C. V." en "als afgevaardigd bestuurder van de nv I. C. T. tot 3 januari 2001", wegens mededaderschap aan feiten van: - C. BTW-valsheid in geschrifte en gebruik; - D. witwasmisdrijf van artikel 505, eerste lid, 2º, 3° en 4º, Strafwetboek; - G. onregelmatige BTW-aangifte; - H. onrechtmatige BTW-aftrok. Het veroordeelt hem daarvoor tot gevangenisstraf van 2 jaar met uitstel gedurende 5 jaar voor 1 jaar daarvan, een fiscale geldboete van 4.957,87 euro of een vervangende gevangenisstraf van 2 maanden en een beroepsverbod van 10 jaar. Tevens spreekt het tegen de eiser uit: - de wettelijk verplichte verbeurdverklaring van de witgewassen vermogenvoordelen; - de facultatieve verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen die rechtstreeks voortspruiten uit de BTW-fraude, namelijk 427.015,84 euro onder meer toe te rekenen op bepaalde bankrekeningen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand van het cassatieberoep
  2. De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissing waarbij hij van bepaalde telastleggingen wordt vrijgesproken en tegen de beslissing op de strafvordering en/of burgerlijke rechtsvordering tegen twee medebeklaagden. Middel
  3. Het middel is alleen gericht tegen de verbeurdverklaring, met toepassing van de artikelen 42, 3º, en 43bis Strafwetboek, van vermogensvoordelen die rechtstreeks voortspruiten uit de BTW-fraude. Het middel voert schending aan van: - de artikelen 7, 42, 3º, en 43bis Strafwetboek; - de artikelen 45, 50, 53, 73 en 73bis Wetboek-BTW. Het middel stelt: - In conclusie wees de eiser erop dat aan de vennootschappen waarvan hij (afgevaardigd) bestuurder is, de levering van goederen werd gefactureerd, inclusief BTW, dat hierop betaling volgde, dat de leverancier (de "niet-indiener") de BTW niet afdroeg en dat de vennootschappen waarvan de eiser (afgevaardigd) bestuurder is, de BTW mochten in mindering brengen. De eiser wees er aldus op dat in zijnen hoofde geen vermogensvoordeel ontstond doch dat dit uitsluitend bekomen werd door de "niet-indienende" vennootschappen. - De eiser werd niet vervolgd als feitelijk bestuurder van de "niet-indienende" vennootschappen, noch wegens het ontdragen van gelden van deze vennootschappen naar zijn eigen vermogen. - Het bestreden arrest stelt niet vast dat het vermogensvoordeel wegens het "tussenschuiven" van vennootschappen die geen BTW-aangiften indienden en geen BTW betaalden, terechtkwam in het vermogen van eiser. Evenmin stelde het vast dat het betreffende vermogensvoordeel, voor zover het al in het vermogen van de eiser zou zijn terechtgekomen, niet meer in dit vermogen kon worden teruggevonden en dus eruit was verdwenen, waardoor een raming bij equivalent kon worden toegepast. - In die omstandigheden kon er in hoofde van de eiser geen sprake zijn van een rechtstreeks uit het misdrijf verkregen vermogensvoordeel die een bijzondere verbeurdverklaring op grond van artikel 42, 3º, Strafwetboek kon rechtvaardigen en bestond er geen aanleiding om op grond van artikel 43bis van hetzelfde wetboek over te gaan tot een raming bij equivalent van het vermogensvoordeel dat zich nooit in het vermogen van de eiser had bevonden. - Het bestreden arrest kon derhalve niet wettig 427.015,84 euro verbeurd verklaren door toerekening op de nader genoemde bankrekeningen.
  4. In welk vermogen het rechtsreeks uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel is terechtgekomen, vergt een feitenonderzoek waarover de rechter onaantastbaar oordeelt. De omstandigheid dat BTW-fraude gepleegd werd in het raam van de activiteiten van een vennootschap, houdt geen vermoeden in dat het hieruit verkregen vermogensvoordeel in het vermogen van die vennootschap is terechtgekomen. Het middel kan in zoverre niet aangenomen worden.
  5. Het bestreden arrest overweegt: "Het vermogensvoordeel genoten door [de eiser] kan geraamd worden, gelet op diens rol in het geheel, de belangrijkheid van zijn vennootschappen in de gehele fraude en het verloop van de financiële geldstromen, op 45% van 948.924,11 euro hetzij 427.015,84 euro, onder meer toe te rekenen op de creditsaldi van de hierna vermelde rekeningen". Met deze overweging oordeelt het bestreden arrest welk gedeelte van de door de BTW-fraude verkregen vermogensvoordelen in het vermogen van de eiser zelf is teruggekomen. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest, mist in zoverre feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de gedane afstand. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 157,44 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare terechtzitting van 4 september 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070904.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.