id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070911.1 Rolnummer: P.07.0146.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2008-03-03 Raadplegingen: 679 - laatst gezien 2026-07-03 18:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Voor de toepassing van artikel 322 Gerechtelijk Wetboek volstaat het dat de verhindering van de rechters of plaatsvervangende rechters wordt vastgesteld, zonder dat bovendien vereist is dat de reden van de verhindering wordt vermeld
(1).
(1)Cass., 11 dec. 1984, AR 8160, nr 224. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: Samenstelling van de zetel - Correctionele rechtbank - Verhinderde rechters en plaatsvervangende rechters - Vaststelling - Artikel 322 Ger.W. Fiches 2 - 3 Op het ontvankelijk hoger beroep van de burgerlijke partij tegen een vrijsprekend vonnis kan en moet de appelrechter, ingevolge de devolutieve kracht van het hoger beroep, met betrekking tot de burgerlijke rechtsvordering nagaan of de als misdrijf gekwalificeerde feiten die aan de burgerlijke rechtsvordering ten grondslag liggen, bewezen zijn en aan de burgerlijke partij schade hebben berokkend
(1).
(1)Cass., 19 sept. 2001, AR P.01.0535.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010919.5, nr 472; Cass., 11 dec. 2001, AR P.00.0666.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011211.5, nr 691; Cass., 24 jan. 2006, AR P.05.1438.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.4, nr 51; DECLERCQ R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de ed., 2003, p. 1055, nr 2445. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: Vrijspraak op strafgebied - Hoger beroep van de burgerlijke partij Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: Vrijspraak op strafgebied - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Devolutieve werking Fiches 4 - 5 Een in kracht van gewijsde gegane vrijspraak op strafgebied vormt geen hinderpaal voor het verderzetten van de burgerlijke rechtsvordering op het enkel hoger beroep van de burgerlijke partij
(1).
(1)Cass., 8 okt. 1974, A.C., 1975, 177; Cass., 19 sept. 2001, AR P.01.0535.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010919.5, nr 472; Cass., 11 dec. 2001, AR P.00.0666.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011211.5, nr 691; Cass., 24 jan. 2006, AR P.05.1438.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.4, nr 51; DECLERCQ R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de ed., 2003, p. 1055, nr
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: In kracht van gewijsde gegane vrijspraak op strafgebied - Hoger beroep van de burgerlijke partij Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: In kracht van gewijsde gegane vrijspraak op strafgebied - Hoger beroep van de burgerlijke partij Tekst van de beslissing Nr. P.07.0146.N
- F. C., beklaagde en burgerlijke partij, en
- P. D. C., burgerlijke partij, eisers, met als raadsman mr. August Blomme, advocaat bij de balie te Gent, tegen H. A. J., beklaagde en burgerlijke partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 6 december
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De beslissing die de eiseres F. C. veroordeelt tot betaling van een voorschot aan H. J. en een onderzoeksmaatregel beveelt, is geen eindbeslissing. In zoverre is het cassatieberoep van F. C. niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 322 Gerechtelijk Wetboek en van artikel 149 Grondwet omdat uit geen enkel stuk blijkt dat alle rechters en plaatsvervangende rechters verhinderd waren, minstens dat de loutere vermelding "bij wettig belet van rechters en/of plaatsvervangende rechters" onvoldoende is als motivering.
- Artikel 322 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat in de rechtbanken van eerste aanleg de verhinderde rechter vervangen kan worden door een andere rechter, door een toegevoegde rechter of door een plaatsvervangende rechter en dat, als er niet genoeg plaatsvervangende rechters zijn, de voorzitter van de kamer, om de rechtbank voltallig te maken, een of twee, op het tableau van de Orde ingeschreven advocaten die ten minste dertig jaar oud zijn, kan oproepen om zitting te nemen. Voor de toepassing van deze wetsbepaling volstaat het dat de verhindering van de rechters of plaatsvervangende rechters wordt vastgesteld, zonder dat bovendien vereist is dat de reden van de verhindering wordt vermeld. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Uit het proces-verbaal van de rechtszittingen van 15 december 2004 en van 16 december 2006, evenals uit het bestreden vonnis, blijkt dat de voorzitter van de kamer, na de verhindering van de rechters en/of plaatsvervangende rechters te hebben vastgesteld, L. Coucke en Koen Van Den Berghe, advocaten, ingeschreven op het tableau van de Orde van advocaten te Brugge en meer dan dertig jaar oud, heeft geassumeerd als rechter om zitting te nemen. Deze stukken worden niet van valsheid beticht. De samenstelling van de rechtbank is dus overeenkomstig de wet geschied. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het beroepen vonnis heeft de verweerder op strafgebied veroordeeld wegens onopzettelijke slagen en verwondingen en de eisers voor dezelfde telastlegging vrijgesproken. Tevens werd vastgesteld dat de strafvordering lastens de eisers door verjaring vervallen was voor de feiten, omschreven als inbreuken op het Wegverkeerreglement. Op burgerlijk gebied verklaarde de eerste rechter zich onbevoegd om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder tegen de eisers gelet op hun vrijspraak en werd de verweerder veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de eisers. Van dit vonnis is enkel de verweerder in zijn hoedanigheid van beklaagde en van burgerlijke partij in hoger beroep gekomen. Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 215 Wetboek van Strafvordering en miskenning van het gezag van strafrechtelijk gewijsde van het beroepen vonnis omdat bij gebrek aan hoger beroep vanwege het openbaar ministerie de appelrechters geen rechtsmacht hadden om F. C. schuldig te verklaren aan een inbreuk op artikel 19.3.3° Wegverkeerreglement en de artikelen 418 en 420 Strafwetboek.
- Het gezag van gewijsde van de beroepen beslissing die, op de strafvordering, de beklaagde vrijspreekt, strekt zich niet uit tot de burgerlijke rechtsvordering die door de burgerlijke partij voor de appelrechter wordt gebracht. Op het ontvankelijk hoger beroep van de burgerlijke partij tegen een vrijsprekend vonnis kan en moet de appelrechter, ingevolge de devolutieve kracht van het hoger beroep, met betrekking tot de burgerlijke rechtsvordering nagaan of de als misdrijf gekwalificeerde feiten die aan de burgerlijke rechtsvordering ten grondslag liggen, bewezen zijn en aan de burgerlijke partij schade hebben berokkend. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert een tegenstrijdigheid in de motivering van het bestreden vonnis aan omdat hierin, enerzijds, vastgesteld wordt dat het beroepen vonnis definitief is waar het de inbreuk op artikel 19.3.3° Wegverkeerreglement verjaard verklaart en, anderzijds, geoordeeld wordt dat de eiseres een inbreuk op datzelfde artikel heeft gepleegd.
- Het is niet tegenstrijdig, enerzijds, vast te stellen dat op het enkel hoger beroep van de burgerlijke partij de beklaagde op strafgebied niet meer kan worden veroordeeld, en anderzijds, te oordelen dat het aan deze laatste telastegelegde misdrijf bewezen is en aan de burgerlijke partij schade heeft berokkend. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering om reden dat de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder lastens F. C. ontvankelijk en gegrond wordt verklaard alhoewel die vordering gestoeld is op een telastlegging waarvoor de eiseres op strafgebied door de eerste rechter definitief werd vrijgesproken.
- Een in kracht van gewijsde gegane vrijspraak op strafgebied vormt geen hinderpaal voor het verderzetten van de burgerlijke rechtsvordering op het enkel hoger beroep van de burgerlijke partij. Het onderdeel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 213,99 euro, waarvan 5,31 euro verschuldigd en 208,68 betaald is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 11 september 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070911.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130925.3 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170607.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010919.5 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011211.5 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230606.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div