← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070911.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070911.4 Rolnummer: P.07.0543.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-03-03 Raadplegingen: 185 - laatst gezien 2026-07-03 06:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 48bis, 1, Wegverkeerreglement, dat bepaalt dat voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren en die voorzien moeten zijn van een oranje bord, behalve in geval van noodzaak, de autosnelwegen moeten volgen, heeft tot doel te vermijden dat gevaarlijke transporten onnodig in de bebouwde kom zouden rijden en wil aldus het risico op zware ongevallen beperken; enkel in geval van noodzaak, dit is de omstandigheid dat iets onvermijdelijk of zeer dringend is, geldt de verplichting om de autosnelwegen te volgen, niet

(1).
(1)Zie Bestendig Handboek Wegverkeer, hoofdstuk 32, nr
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 48 - Artikel 48bis UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Gevaarlijke goederen - art. 48bis Vrije woorden: Artikel 48bis, 1 - Vervoer gevaarlijke goederen - Verplichting om de autosnelwegen te volgen behalve in geval van noodzaak - Doel Artikel 48bis, 1 - Vervoer gevaarlijke goederen - Verplichting om de autosnelwegen te volgen behalve in geval van noodzaak - Noodzaak Fiche 3 De keuze van een bepaalde weg, ingegeven vanuit economisch oogmerk, rekening houdend met tijdwinst en verbruik, waardoor de dichtst bijzijnde oprit van een autosnelweg niet wordt genomen, vormt niet het bestaan van een noodzaak zoals bedoeld in artikel 48bis, 1, Wegverkeerreglement. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 48 - Artikel 48bis UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Gevaarlijke goederen - art. 48bis Vrije woorden: Artikel 48bis, 1 - Vervoer gevaarlijke goederen - Verplichting om de autosnelwegen te volgen behalve in geval van noodzaak - Noodzaak - Begrip - Keuze van een bepaalde weg vanuit economisch oogmerk - Keuze waardoor de dichtst bijzijnde oprit van een autosnelweg niet wordt genomen - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.07.0543.N E. D. F. F. D., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 15 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Artikel 48bis, 1, Wegverkeerreglement bepaalt dat voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren in de zin van het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (A.D.R) en zijn bijlagen, ondertekend te Genève op 30 september 1957 en goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1960, en die krachtens dat verdrag of krachtens verordeningbepalingen van intern recht voorzien moeten zijn van een oranje bord, behalve in geval van noodzaak, de autosnelwegen moeten volgen.
  4. Deze bepaling heeft tot doel te vermijden dat gevaarlijke transporten onnodig in de bebouwde kom zouden rijden en wil alzo het risico op zware ongevallen beperken. Enkel in het geval van noodzaak, dit is de omstandigheid dat iets onvermijdelijks of zeer dringend is, geldt de verplichting om de autosnelwegen te volgen, niet.
  5. De keuze van een bepaalde weg, ingegeven vanuit economisch oogmerk, rekening houdend met tijdwinst en verbruik, waardoor de dichtst bijzijnde oprit van een autosnelweg niet wordt genomen, vormt niet het bestaan van een noodzaak zoals bedoeld in artikel 48bis Wegverkeerreglement.
  6. De appelrechters stellen vast dat uit de argumentatie van de eiser blijkt dat hij de gevolgde weg vanuit economisch oogmerk heeft genomen, rekening houdend met de tijdwinst en het verbruik en dat de te volgen weg een tijdverlies van ongeveer 14 minuten en een omweg van ongeveer 21 km zou betekenen. Ze oordelen dat het begrip "noodzaak" strikt moet worden geïnterpreteerd en economische belangen geen dergelijke noodzakelijkheden vormen.
  7. De appelrechters verantwoorden zodoende hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 57,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 11 september 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Goethals E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070911.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.