id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.2 Rolnummer: P.07.0116.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2007-10-01 Raadplegingen: 528 - laatst gezien 2026-07-04 00:55 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing van de strafrechter waarbij een W.A.M.-verzekeraar al dan niet tot dekking is gehouden is een beslissing die valt onder de uitzonderingsbepalingen, vermeld in het tweede lid van artikel 416, Wetboek van Strafvordering, zodat het onmiddellijk cassatieberoep tegen zulke beslissing ontvankelijk is
(1)Cass., 27 jan. 2004, AR P.03.0839.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040127.5, nr 46; Cass., 17 dec. 2002, AR P.02.0119.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021217.10, nr 676; Cass., 15 dec. 1999, AR P.99.1291.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991215.6, nr 683; Cass., 20 sept. 2000, AR P.00.0202.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000920.8, nr 481; Cass., 11 okt. 2000, AR P.00.0576.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001011.7, nr 538; Cass., 20 dec. 2000, AR P.00.0606.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001220.8, nr 710 en Cass., 14 dec. 2005, AR P.04.1578.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051214.11, nr 672, met concl. van adv.-gen. GENICOT; Cass., 20 juni 2006, AR P.05.1442.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060620.3, nr 338. Het huidige arrest brengt eenvormigheid in de rechtspraak van het Hof. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Burgerlijke rechtsvordering - Geen eindbeslissing, toch onmiddellijk vatbaar voor cassatieberoep UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Algemeen (verbintenis uit onrechtmatige daad) Vrije woorden: W.A.M.-verzekeraar - Beslissing over de gehoudenheid tot dekking - Aard van de beslissing Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Algemeen (verbintenis uit onrechtmatige daad) Vrije woorden: Strafzaken - Beslissing over de gehoudenheid tot dekking - Aard van de beslissing - Gevolg - Onmiddellijk cassatieberoep Tekst van de beslissing Nr. P.07.0116.N I P. A. M. V. G., beklaagde, eiser, tegen 1. GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Liefdadigheidstraat 33, bus 1, vrijwillig tussengekomen partij en burgerlijke partij, 2. R. C., burgerlijke partij, 3. T. V., burgerlijke partij, 4. A. D. P., burgerlijke partij, 5. ALCATEL BELL nv, met zetel te 2018 Antwerpen, Francis Wellensplein 1, burgerlijke partij, verweerders. II GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, reeds vermeld, vrijwillig tussengekomen partij en burgerlijke partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen 1. P. V. G., reeds vermeld, beklaagde, 2. R. C., reeds vermeld, burgerlijke partij, 3. T. V., reeds vermeld, burgerlijke partij, 4. A. D. P., reeds vermeld, burgerlijke partij, 5. ALCATEL BELL nv, reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerders. III R. C., reeds vermeld, burgerlijke partij, eiser, tegen 1. P. V. G., reeds vermeld, beklaagde, 2. GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, reeds vermeld, vrijwillig tussengekomen partij, 3. CORONA DIRECT nv, met zetel te 1130 Brussel, Metrologielaan 2, vrijwillig tussengekomen partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Dendermonde van 18 oktober 2006. De eisers I en III voeren geen middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand 1. De eiser doet II zonder berusting afstand van zijn cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissingen:
- a)waarbij de Correctionele Rechtbank te Dendermonde, met bevestiging van het vonnis van de Politierechtbank te Dendermonde van 23 mei 2006, hem veroordeelt tot betaling van provisionele vergoedingen van: - 1,00 euro aan R. C., - 3.000,00 euro aan T. V. in eigen naam, - 5.000,00 euro aan T. V. en A. D. P. namens de huwelijksgemeenschap, - 5.000,00 euro aan A. D. P. in eigen naam, en waarbij een geneesheer-deskundige wordt aangewezen om R. C. en A. D. P. te onderzoeken en waarbij de zaak terug naar de eerste rechter wordt verwezen voor verdere afhandeling der burgerlijke belangen waaromtrent vooralsnog slechts werd geoordeeld alvorens recht te doen;
- b)volgens welke de nv Corona Direct niet meer de BA-verzekeraar van de beklaagde is op het ogenblik van het ongeval en zij niet meer gehouden is tot vergoeding van de schade geleden door de burgerlijke partijen, welke beslissing impliceert dat de eiser II gehouden is tot vergoeding van de burgerlijke partijen. De afstand wordt gedaan om reden dat het cassatieberoep in zoverre voorbarig is, aangezien dit geen eindbeslissingen zijn in de zin van artikel 416 Wetboek van Strafvordering en ze niet vallen onder de uitzonderingen, bepaald in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. 2. Het oordeel van de appelrechters dat de vrijwillig tussengekomen partij nv Corona Direct niet meer de verzekeraar van de beklaagde V. G. was op het ogenblik van het ongeval, zodat de tegen deze verzekeraar ingestelde burgerlijke vorderingen ongegrond zijn en de eiser II gehouden is tot vergoeding van de burgerlijke partijen, is een eindbeslissing die voor cassatieberoep vatbaar is. In zoverre kan de afstand niet worden verleend. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen 3. In zoverre de eiser I opkomt tegen de niet-definitieve beslissing over de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen, is het cassatieberoep bij toepassing van artikel 416 Wetboek van Strafvordering niet onvankelijk, behalve in zoverre het bestreden vonnis uitspraak doet over het beginsel van aansprakelijkheid. 4. In zoverre het cassatieberoep van de eiser II gericht is tegen de beslissing die zijn eis ontvankelijk en gegrond verklaart en de verweerder V. G. veroordeelt om aan de eiser II als schadevergoeding te betalen de som van 48.556,82 euro definitief, te vermeerderen met de vergoedende intrest vanaf de datum der uitbetaling, de gerechtelijke intrest en de kosten, met voorbehoud wat betreft nog andere betalingen aan de slachtoffers, is het wegens gebrek aan belang niet ontvankelijk. 5. De beslissing op de door de eiser III tegen de verweerders V. G. en Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds ingestelde burgerlijke rechtsvordering is geen eindbeslissing. Het cassatieberoep is in zoverre niet ontvankelijk. Middel van de eiser II 6. De eiser II voerde in zijn appelconclusie aan dat de ingebrekestelling die de nv Corona Direct op 2 maart 2004 aan de verweerder V. G. heeft verstuurd, niet voldoet aan de wettelijke vereisten van de artikelen 14, 15 en 16 Landverzekeringsovereenkomstwet, daar het een typebrief is waarin niet staat vermeld over welke polis het gaat en de ingebrekestelling evenmin een vervaldag, noch het bedrag van de premie vermeldt, terwijl het overschrijvingsformulier daaraan niets verandert aangezien een overschrijvingsformulier bezwaarlijk kan gezien worden als een ingebrekestelling zoals vereist door de wet. 7. Met overname van de redenen van het beroepen vonnis die zij tot de hunne maken, stellen de appelrechters vast dat: - "(...) in de aangetekende brief wordt (verwezen) naar een bijlage, zijnde een overschrijvingsformulier met verzoek daarmee binnen de gestelde periode de achterstand aan te zuiveren; - op deze bijlage, die deel uitmaakt van de aangetekende opzegging van de polis, wordt vermeld over welke polis de opzegging gaat, evenals welke premie moet betaald worden en over welke periode het gaat (...)". Zij oordelen dat het bewijs geleverd werd dat de opzegging van de polis terdege voldoet aan alle wettelijke bepalingen. Met deze vaststellingen en redenen beantwoorden de appelrechters het gevoerde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. 8. In de bijlage aan de aangetekende brief van 2 maart 2004 worden de te betalen premies van 61,42 euro en 67,46 euro vermeld met als "omschrijving" respectievelijk "periode van 11/01/2004 tot 10/03/2004" en "periode van 08/12/2003 tot 10/01/2004". De begindatum van de periode waarvoor de premie verschuldigd is, is de vervaldag van de premie. Door aan te nemen dat de aangetekende brief met bijlage van 2 maart 2004 herinnert aan de vervaldag van de premie, beslissen de appelrechters niet dat deze brief met bijlage iets inhoudt dat er niet in voorkomt. In zoverre het de miskenning van de bewijskracht van de aangetekende brief met bijlage van 2 maart 2004 aanvoert, kan het middel niet worden aangenomen. 9. In zoverre het middel de schending van de artikelen 3 en 15 Landverzekeringsovereenkomstwet aanvoert, is het geheel afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde miskenning van de bewijskracht van de aangetekende brief met bijlage van 2 maart 2004. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering 10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent de eiser II in de hiervoor bepaalde mate akte van de afstand van zijn cassatieberoep. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 164,16 euro waarvan de eiser I 56,72 euro verschuldigd is, de eiser II 23,72 euro verschuldigd en de eiser III 23,72 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 18 september 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen K. Mestdagh L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.2 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991215.6 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000920.8 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001011.7 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001220.8 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021217.10 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040127.5 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051214.11 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060620.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div