id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.5 Rolnummer: P.07.0770.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-10-01 Raadplegingen: 553 - laatst gezien 2026-07-03 06:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche De verplichting bij het uitvoeren van een manoeuvre voorrang te verlenen aan de andere weggebruikers bestaat niet enkel op het ogenblik waarop de bestuurder het manoeuvre wil uitvoeren, maar duurt voort totdat de manoeuvrerende bestuurder zijn normale plaats in het verkeer heeft ingenomen
(1).
(1)Cass., 24 juni 1998, AR P.98.0020.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980624.16, nr
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 12 - Artikel 12.4 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Voorrang - art. 12 Vrije woorden: Bestuurder die een manoeuvre wil uitvoeren - Verplichting om voorrang te verlenen aan de andere weggebruikers Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 01-12-1975 - Art. 12.4 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0770.N G. E. L. V.-C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Herbert Overdenborger, advocaat bij de balie te Gent, tegen M. K. F. L. V. D. S., beklaagde en burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Gent van 3 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Hij doet ook afstand "voor zover het [bestreden] vonnis niet als een eindvonnis wordt beschouwd". Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert aan dat de appelrechters artikel 12.4, eerste lid, Wegverkeerreglement hebben geschonden door aan de eiser een verplichting op te leggen die ruimer is dan dit artikel vereist.
- Artikel 12.4, eerste lid, Wegverkeerreglement bepaalt dat de bestuurder die een manoeuvre wil uitvoeren, voorrang moet verlenen aan de andere weggebruikers.
- Anders dan waarvan het middel uitgaat, bestaat de verplichting bij het uitvoeren van een manoeuvre voorrang te verlenen aan de andere weggebruikers niet enkel op het ogenblik waarop de bestuurder het manoeuvre wil uitvoeren. De voorrangsplicht duurt daarentegen totdat de manoeuvrerende bestuurder zijn normale plaats in het verkeer heeft ingenomen.
- De appelrechters hebben geoordeeld: "Op het ogenblik van de feiten voerde de gedaagde een manoeuvre uit in de zin van art. 12.4, [eerste lid, Wegverkeerreglement] en was hij derhalve voorrangsplichtig aan het verkeer rijdend op de Dendermondsesteenweg richting Gent Dampoort. Deze voorrang is algemeen, geldt over de volledige breedte van de rijbaan, duurt zolang als de verkeersbeweging, en is niet afhankelijk van de vraag of de voorranghebbende reglementair reed, tenzij diens opdagen onvoorzienbaar was. Dit laatste was in casu niet het geval. Indien de [eiser] zich blijvend had vergewist van het prioritair verkeer en deze waarneming niet enkel had beperkt tot de aanvang van zijn manoeuvre (...), dan had hij de aankomende bromfiets (...) moeten, minstens kunnen opmerken. [De eiser] kan bezwaarlijk voorhouden dat hij volledig verschalkt werd in zijn normale verwachtingen, daar een eigen fout in zijnen hoofde mede aan de basis ligt van de ingeroepen rechtvaardigingsgrond." Met die redenen hebben de appelrechters artikel 12.4, eerste lid, Wegverkeerreglement niet geschonden. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De sub¬stan¬tiële of op straffe van nietigheid voor¬ge¬schre¬ven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de hiervoor bepaalde afstand. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 18 september 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. F. Adriaensen K. Mestdagh L. Van hoogenbemt P. Maffei J.-P. Frère E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220118.2N.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980624.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div