id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070925.3 Rolnummer: P.07.0677.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2007-10-23 Raadplegingen: 576 - laatst gezien 2026-07-04 00:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 6 E.V.R.M. verbiedt niet de uitoefening van het recht van verdediging in bepaalde gevallen te regelen en te beperken: dergelijke beperking kan verantwoord zijn indien ze evenredig is met het belang van de te bereiken doelstellingen, zoals de nationale veiligheid, de noodzaak onderzoeksmethoden geheim te houden om bepaalde vormen van zware criminaliteit te bestrijden of de veiligheid van getuigen, infiltranten of informanten te vrijwaren
(1).
(1)Zie: Cass., 23 aug. 2005, AR P.05.0805.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050823.6, nr 399. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Recht van verdediging - Beperking - Voorwaarde - Toepassing Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.3 Fiches 2 - 4 Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering is in overeenstemming met artikel 6 E.V.R.M. dat alleen vereist dat op enig ogenblik in de loop van de rechtspleging een onafhankelijke en onpartijdige rechter mede aan de hand van het vertrouwelijk dossier de wettigheid van de observatie zou onderzoeken
(1).
(1)Zie: Cass., 24 jan. 2006, AR P.06.0082.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.5, nr 52. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de wettigheid van een toegepaste bijzondere opsporingsmethode van observatie - Controle aan de hand van het vertrouwelijk dossier - Artikel 235ter, Strafvordering - Bestaanbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de wettigheid van een toegepaste bijzondere opsporingsmethode van observatie - Controle aan de hand van het vertrouwelijk dossier - Artikel 235ter, Strafvordering - Verdrag Rechten van de Mens, artikel 6 - Bestaanbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de wettigheid van een toegepaste bijzondere opsporingsmethode van observatie - Controle aan de hand van het vertrouwelijk dossier - Artikel 235ter, Strafvordering - Verdrag Rechten van de Mens, artikel 6 - Bestaanbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 5 Uit artikel 6 E.V.R.M. volgt niet dat het recht van verdediging noodzakelijk inhoudt dat de verdediging zelf in staat moet worden gesteld de regelmatigheid van de machtiging tot observatie en van de uitgevoerde machtiging aan de hand van het vertrouwelijk dossier te controleren; evenmin moet dat nazicht geschieden telkens wanneer de verdachte daarom verzoekt
(1).
(1)Zie: Cass., 24 jan. 2006, AR P.06.0082.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.5, nr 52 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Controle van het vertrouwelijk dossier - Recht van verdediging Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0677.N T. B., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Tom Decaigny, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 maart
- De eiser doet gedeeltelijk afstand van zijn cassatieberoep, in zoverre dit gericht is tegen de beslissing van het bestreden arrest waarbij het hoger beroep van de eiser ontvankelijk wordt verklaard. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat de rechtspleging van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering niet in overeenstemming is met artikel 6 EVRM. Het stelt dat de controle van het vertrouwelijk dossier door een onafhankelijke en onpartijdige rechter niet volstaat en dat de vervolgende partij verplicht is alle bewijselementen aan de verdediging mede te delen. De strikte noodzaak om bepaalde elementen in een bepaalde zaak niet mede te delen kan enkel blijken uit een concrete afweging van het principe van de mededeling tegen andere belangen in die zelfde zaak. Bovendien moet "gedurende het volledige proces (worden) nagegaan of de niet-overgemaakte informatie niet alsnog dient te worden gevoegd bij het reguliere strafdossier, omdat deze informatie in de loop van het proces aan relevantie wint, zodat de afweging van concrete belangen tot een ander resultaat leidt". Enkel het openbaar ministerie heeft echter kennis van het vertrouwelijk dossier. Dit houdt geen garantie in voor de verdediging gezien hun tegengestelde procespositie.
- Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering verplicht de kamer van inbeschuldigingstelling, op vordering van het openbaar ministerie, tot controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie aan de hand van het vertrouwelijk dossier bij het afsluiten van het opsporingsonderzoek, alvorens het openbaar ministerie tot rechtstreekse dagvaarding overgaat.
- In afwijking van het strafdossier dat ter inzage van de burgerlijke partij en de inverdenkinggestelde is en dat alle andere informatie over de aanwending en het gebruik van de bijzondere opsporingsmethoden infiltratie en observatie bevat, worden in het vertrouwelijk dossier uitsluitend die inlichtingen opgenomen die van aard zijn de bescherming van de uitvoerders en de aanwending zelf van de opsporingsmethoden in het gedrang te brengen. Enkel deze gegevens worden aan de inzage van partijen, andere dan het openbaar ministerie, onttrokken. Zij kunnen niet als bewijs worden gebruikt ten nadele van de beklaagde.
- Artikel 6 EVRM verbiedt niet de uitoefening van het recht van verdediging in bepaalde gevallen te regelen en te beperken. Dergelijke beperking kan verantwoord zijn indien ze evenredig is met het belang van de te bereiken doelstellingen, zoals de nationale veiligheid, de noodzaak onderzoeksmethoden geheim te houden om bepaalde vormen van zware criminaliteit te bestrijden of de veiligheid van getuigen, infiltranten of informanten te vrijwaren.
- Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering is in overeenstemming met artikel 6 EVRM dat alleen vereist dat op enig ogenblik in de loop van de rechtspleging een onafhankelijke en onpartijdige rechter mede aan de hand van het vertrouwelijk dossier de wettigheid van de observatie zou onderzoeken. Die rechter zal tevens ter gelegenheid van de controle bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, kunnen nagaan of er zich in het vertrouwelijk dossier stukken bevinden die deel moeten uitmaken van het strafdossier en daarin niet voorkomen. Uit voormelde verdragsbepaling volgt niet dat het recht van verdediging noodzakelijk inhoudt dat de verdediging zelf in staat moet worden gesteld de regelmatigheid van de machtiging tot observatie en van de uitgevoerde machtiging aan de hand van het vertrouwelijk dossier te controleren. Evenmin moet dat nazicht geschieden telkens wanneer de verdachte daarom verzoekt. Het onderdeel faalt naar recht. Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM. Het stelt dat de onmogelijkheid van volledige tegenspraak ingevolge het aanwenden van een vertrouwelijk dossier bij de beoordeling van de bijzondere opsporingsmethode "observatie", in een latere fase van de rechtspleging niet kan worden hersteld. Aldus kon de kamer van inbeschuldigingstelling reeds zonder de verdere behandeling van de zaak in haar geheel af te wachten, vaststellen dat de schending van het recht op een eerlijk proces en van het recht van verdediging onherroepelijk was.
- Het artikel 6 EVRM is niet toepasselijk op het onderzoeksgerecht dat de rechtspleging regelt behalve wanneer de schending van deze verdragsrechtelijke bepalingen het eerlijk karakter van het proces ernstig in het gedrang brengt. Uit het antwoord op het tweede onderdeel blijkt dat het recht op een eerlijk proces niet in het gedrang wordt gebracht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof
- De eiser verzoekt het Hof twee prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof te stellen. Deze luiden: "Schenden de artikelen 47sexies, 47septies en 235ter Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenspraak met artikel 6 EVRM, voor zover bepaalde stukken van het onderzoek, met name de stukken die worden gevoegd aan het vertrouwelijk dossier, aan de tegenspraak worden onttrokken zonder rechterlijke beslissing, rekening houdende met de concrete omstandigheden van de individuele zaak?" "Schenden de artikelen 47sexies, 47septies, 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenspraak met artikel 6 EVRM, doordat tijdens de behandeling ten gronde geen mogelijkheid bestaat tot bijkomende controle of kennisname van de elementen van het vertrouwelijk dossier op initiatief van enige partij, naast het openbaar ministerie, die kennis heeft van de inhoud van het vertrouwelijk dossier?"
- Bij arrest nr. 105/2007 van 19 juli 2007 heeft het Grondwettelijk Hof voor recht gezegd dat de onmogelijkheid voor de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij om het vertrouwelijk dossier te raadplegen, de artikelen 10 en 11 Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM, niet schendt. De artikelen 10 en 11 Grondwet stellen geen verdergaande eisen inzake het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces dan artikel 6 EVRM. Om de redenen, uiteengezet in het antwoord op het tweede onderdeel is er geen schending van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces. Er is geen aanleiding om de prejudiciële vragen te stellen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent de eiser akte van zijn afstand. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 25 september 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070925.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050823.6 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060124.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091215.12 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100302.3 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.8 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140617.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div