← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071002.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071002.1 Rolnummer: P.07.0546.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-10-23 Raadplegingen: 187 - laatst gezien 2026-07-03 06:05 Versie(s): Vertaling FR Fiche De vermogensvoordelen die een mededader of een medeplichtige in de zin van de artikelen 66 en 67 Strafwetboek rechtstreeks uit zijn deelneming aan het misdrijf heeft verkregen zijn ook vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, zoals bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Mededader of medeplichtige - Vermogensvoordeel rechtstreeks uit de deelneming aan het misdrijf verkregen Tekst van de beslissing Nr. P.07.0546.N D R, beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 8 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van - de artikelen 66 en 67 Strafwetboek; - artikel 200 Wetboek der met zegel gelijkgestelde taksen (Wetboek Taksen); - de artikelen 1 en 8 koninklijk besluit van 14 december 1959 waarbij regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken; - artikel 1, 2°, koninklijk besluit van 8 januari 1958 houdende de bepaling van de toeristische verkeerswegen waarvoor regelen worden gesteld op het aanplakken en reclame maken. Het middel stelt dat de appelrechters die de eiser veroordelen wegens mededaderschap aan een overtreding van artikel 200 Wetboek Taksen zonder vast te stellen dat hij het opzet had om via de terbeschikkingstelling van de grond mee te werken aan het misdrijf, hun beslissing niet naar recht verantwoorden.
  3. In de in het middel aangehaalde overwegingen van het bestreden arrest zeggen de appelrechters, enerzijds, dat de eiser er zich terdege rekenschap van kon geven dat een vroegere vergunning niet de publiciteitsborden betreft waarop de telastlegging betrekking heeft, en dat hij ook handelde in strijd met wat een normaal zorgvuldige en vooruitziende persoon, geplaatst in dezelfde feitelijke omstandigheden zou hebben gedaan, anderzijds, dat de eiser door de terbeschikkingstelling en blijven stellen van de grond tot plaatsing van de verboden publiciteit zodanige hulp heeft verleend dat het wanbedrijf niet zonder zijn bijstand had kunnen gepleegd worden. Deze overwegingen moeten niet gelezen worden zoals de eiser dat doet. Wanneer men ze samen leest betekenen ze dat de appelrechters van oordeel zijn dat uit de feitelijke omstandigheden van de zaak blijkt dat de eiser met kennis van het misdrijf en met de wil om door de terbeschikkingstelling en blijven stellen van de grond tot plaatsing van de verboden publiciteit, eraan zijn medewerking te verlenen, aan het misdrijf heeft meegewerkt. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 42, 3°, Strafwetboek. Het middel stelt dat de appelrechters op grond van de door hen onaantastbaar vastgestelde feitelijke elementen niet wettig vermochten te oordelen dat het vermogensvoordeel ten bedrage van 15.000 euro, dat overeenkomstig artikel 42, 3°, Strafwetboek lastens de eiser wordt verbeurdverklaard, in rechtstreeks oorzakelijk verband staat met het aan de eiser ten laste gelegde misdrijf, zodat de appelrechters hun beslissing niet naar recht verantwoorden.
  5. Het middel berust op de aanname dat vermogensvoordelen die hier rechtstreeks uit het misdrijf kunnen zijn verkregen, de vermogensvoordelen zijn die in ruil voor het gebruik van het betrokken publiciteitsbord werden ontvangen door diegene die de eigenaar was van het publiciteitsbord, en niet de vermogensvoordelen kunnen zijn die de eiser als mededader door het ter beschikking stellen en blijven stellen van de grond tot plaatsing van de verboden publiciteit, heeft verkregen. Anders dan het middel stelt, zijn ook vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, zoals bepaald in artikel 42, 3°, Strafwetboek, de vermogensvoordelen die een mededader of een medeplichtige in de zin van de artikelen 66 en 67 Strafwetboek rechtstreeks uit zijn deelneming aan het misdrijf heeft verkregen. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 129,23 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071002.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.