← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071002.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071002.5 Rolnummer: P.07.1308.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-10-23 Raadplegingen: 446 - laatst gezien 2026-07-03 11:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche De termijn waarbinnen cassatieberoep moet worden ingesteld tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat het hoger beroep van de burgerlijke partij tegen de beschikking van verwijzing door de raadkamer ontvankelijk verklaart, begint te lopen vanaf de uitspraak van dat arrest, aangezien geen enkele wettelijke bepaling de betekening ervan oplegt

(1).
(1)Zie Cass., 10 jan. 2001, AR P.00.1561.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010110.16, A.C., 2001, nr
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Duur, begin en einde UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Verwijzing van de inverdenkinggestelde naar de correctionele rechtbank - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat het hoger beroep ontvankelijk verklaart - Cassatieberoep van de inverdenkinggestelde - Aanvang van de termijn Tekst van de beslissing Nr. P.07.1308.N E. L., , inverdenkinggestelde, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  2. E. G., , burgerlijke partij,
  3. F. G., burgerlijke partij,
  4. M. C., , burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 juni 2007 waarbij de eiseres wordt verwezen naar het Hof van Assisen van de provincie West-Vlaanderen. De eiseres doet afstand zonder berusting van haar cassatieberoep in de mate de bestreden beslissing niet definitief is in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en geen uitspraak doet over de bevoegdheid conform artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, noch met toepassing van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING Bij beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Ieper van 8 november 2005 werd de eiseres, na aanneming van verzachtende omstandigheden voor de telastlegging A, naar de correctionele rechtbank verwezen uit hoofde van als ouder of gezaghebbende opzettelijke slagen en verwondingen te hebben toegebracht aan de minderjarige Q. V. zonder het oogmerk om hem te doden maar met zijn dood tot gevolg (telastlegging A), schuldig verzuim (telastlegging B) en als ouder of gezaghebbende opzettelijke slagen en verwondingen te hebben toegebracht aan de minderjarige Q. V. (telastlegging C). Een mede-inverdenkinggestelde werd buiten vervolging gesteld. De burgerlijke partijen, thans de verweerders, kwamen van deze beschikking in hoger beroep. Het bestreden arrest verklaart dit hoger beroep ontvankelijk en bevestigt de buitenvervolgingstelling van de mede-inverdenkinggestelde. Na heromschrijving verwijst het de eiseres naar het Hof van Assisen van de provincie West-Vlaanderen voor het feit, omschreven als doodslag op Q. V. en verleent het een bevel tot gevangenneming lastens de eiseres maar zegt dat de onmiddellijke uitvoering ervan niet bevolen hoeft te worden. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand
  5. In zoverre het bestreden arrest oordeelt dat er voldoende bezwaren bestaan om de eiseres voor het heromschreven feit naar de feitenrechter te verwijzen, kan de afstand worden verleend. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. Het bestreden arrest verwijst de eiseres naar het Hof van Assisen voor een als misdaad heromschreven feit.
  7. Onverminderd artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, is krachtens artikel 292bis Wetboek van Strafvordering het onmiddellijk cassatieberoep door een partij tegen het arrest van verwijzing naar het hof van assisen vóór het eindarrest, beperkt tot de in dat artikel vermelde gevallen. Te dezen geeft de verklaring waardoor het cassatieberoep wordt ingesteld, de gronden van het cassatieberoep in de bij artikel 417 Wetboek van Strafvordering bepaalde vorm niet op.
  8. Het bestreden arrest oordeelt dat het hoger beroep dat door de burgerlijke partijen, huidige verweerders werd ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer waarbij de eiseres voor drie telastleggingen naar de correctionele rechtbank werd verwezen, ontvankelijk is.
  9. De inverdenkinggestelde kan tegen een verwijzingsarrest dat zelf is aangetast door onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden, onmiddellijk cassatieberoep instellen krachtens de artikelen 135, § 2, en 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
  10. De termijn waarbinnen cassatieberoep moet worden ingesteld tegen het arrest dat het hoger beroep van de burgerlijke partij tegen de beschikking tot verwijzing ontvankelijk verklaart, begint te lopen vanaf de uitspraak van dat arrest, aangezien geen enkele wettelijke bepaling de betekening ervan oplegt. Buiten het geval van artikel 40, vierde lid, Taalwet Gerechtszaken en het geval van overmacht, is het cassatieberoep dat na het verstrijken van de in artikel 373 Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn wordt ingesteld, laattijdig en derhalve niet ontvankelijk
  11. Het cassatieberoep dat is ingesteld op 5 juli 2007, dit is meer dan vijftien vrije dagen na de uitspraak van het bestreden arrest, is niet ontvankelijk in zoverre het betrekking heeft op de regelmatigheid van het verwijzingsarrest zelf, zoals bedoeld in artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering. Middel
  12. Het middel komt alleen op tegen een beslissing waartegen het cassatieberoep niet ontvankelijk is en heeft zelf geen betrekking op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Het middel behoeft geen antwoord. Ambtshalve onderzoek van de beslissing tot verwijzing naar het hof van assisen en van de beslissing tot gevangenneming
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent de eiseres akte van haar afstand. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 85,34 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071002.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010110.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.