id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071004.5 Rolnummer: C.06.0589.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-11-28 Raadplegingen: 228 - laatst gezien 2026-07-03 06:05 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 1622, tweede lid, Ger.W., krachtens hetwelk de nietigheid van de handelingen verricht vóór de toewijzing, op straffe van verval, moet worden opgeworpen ten laatste binnen acht dagen na de aanmaning bedoeld in het derde lid van artikel 1582 Ger.W., beoogt enkel procedurehandelingen en geen vonnissen
(1)Zie Cass., 17 april 1989, AR 8325, nr 460, R.W., 1990-1991, 97, J.L.M.B., 1989, 856 en Rev.Not. (B) 1990, 546, noot J.-L. Ledoux; zie ook R.P.D.B., Compl. VIII, V° La saisie immobilière, 726, nrs 203-206, C. Engels. Het uitvoerend beslag op onroerend goed, Kluwer, 1981, 206, nr 281, G. de Leval, Droit du recouvrement. La saisi immobilière, Larcier, 1996, 245 en E. Dirix & K. Broeckx, Beslag, A.P.R., Story, 2001, 487, nr
- Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Toewijzing - Vernietigbare handelingen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 20, 1622, tweede lid, en 1582, derde lid Tekst van de beslissing Nr. C.06.0589.N PAUL KUSSENEERS, naamloze vennootschap, met zetel te 2000 Antwerpen, De Burburestraat 11, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen ING BELGIË, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 24, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149 bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 28 juni 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 20, 21, 1033, 1034, 1122, 1125, 1580, 1582, derde lid en 1622, eerste en tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Bij het bestreden arrest van 28 juni 2006 verklaart het Hof van Beroep te Antwerpen eiseres4 hoger beroep ongegrond en bevestigt de beschikking van de beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen van 30 december 2005, waarbij het derdenverzet van eiseres tegen de beschikking van de beslagrechter van 6 oktober 2005 en dier vordering om die beschikking nietig te horen verklaren, ongegrond verklaard werden, en dit op de volgende gronden: Bij de bestreden beschikking van de beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen dd. 30.12.2005 werd de vordering van (de eiseres) afgewe¬zen en werd zij verwezen in de kosten. Die vordering strekte ertoe de beschikking van 6 oktober 2005 van deze beslagrechter nietig te horen verklaren en te horen intrekken en te horen zeggen voor recht dat daaraan geen enkel rechtsgevolg kan worden verleend, zo ook het plaatsvinden van de openbare verkoop van de ten laste van (de eiseres) in beslag genomen onroerende goederen van 8 december
- Bij die laatste beschikking werd notaris Jean Van Cauwenbergh te Lier aangesteld om over te gaan tot de veiling van de ten laste van (de eiseres) in beslag genomen onroerende goederen en tot de verrichtingen van rangregeling. (De eiseres) betoogt dat enerzijds die notaris daartoe werd aangesteld zonder dat een van de partijen daarom heeft verzocht (ultra petita) en anderzijds dat de termijn tot aanstelling van die notaris op 17 maart 2005 verstreken was sedert 15 maart 2005 en bijgevolg op 17 maart 2005 niet kon worden verlengd met een bijkomende termijn van zes maanden. De eerste rechter heeft in essentie overwogen dat uit de stukken blijkt dat op 4 november 2005 werd overgegaan tot betekening en aanmaning om inzage te nemen van de verkoopsvoorwaarden en om aanwezig te zijn bij de toewijzing (artikel 1580 en 1582 van het Gerechtelijk Wetboek) en dat te dezen de nietigheden werden opgeworpen buiten de vervaltermijn van acht dagen voorzien bij artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. (...) (De eiseres) doet ook in hoger beroep gelden dat de aanstelling van notaris Jean Van Cauwenbergh te Lier in de beschikking van 6 oktober 2005 ten onrechte is geschied nu die aanstelling niet was gevorderd en die beschikking verwijst naar de beschikking van 17 maart 2005 die zelf reeds onwettelijk was omdat hierbij de termijn van aanstelling van de notaris werd verlengd, nadat die termijn reeds voordien was verstreken. Naar luid van artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek moet de nietigheid van de handelingen verricht voor de toewijzing, op straffe van verval worden opgeworpen ten laatste binnen de acht dagen na de aanmaning bedoeld in het derde lid van artikel
- De nietigheid, waarop (de eiseres) zich beroept, is onderworpen aan artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, dat betrekking heeft op alle onregelmatigheden die zich voordoen voor de toewijzing en waarvan het toepassingsgebied niet is beperkt tot de gevallen opgesomd in artikel 1622, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Derhalve kan die nietigheid alleen worden ingeroepen binnen de bij artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijn. Nu (de eiseres) de nietigheden waarop haar vorderingen gesteund zijn voor het eerst heeft ingeroepen na het verstrijken van die termijn moet de bestreden beschikking worden bevestigd. Het onderscheid dat (de eiseres) maakt tussen grieven die betrekking hebben op de onwettelijkheid van de procedure en deze die nietigheden zouden betreffen is niet dienstig. Grieven Bij een uitvoerend beslag op onroerend goed dient de schuldenaar krachtens het artikel 1582, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek ten minste een maand voor de verkoop aangemaand te worden om inzage te nemen van de door de benoemde notaris opgemaakte verkoopvoorwaarden en om aanwezig te zijn bij de toewijzing. Luidens het artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek moet de nietigheid van de handelingen verricht voor de toewijzing, op straffe van verval, worden opgeworpen ten laatste binnen de acht dagen na de aanmaning bedoeld in artikel 1582, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Een beschikking gewezen op eenzijdig verzoekschrift, waarbij overeenkomstig het artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek een notaris benoemd en belast wordt met de veiling van de in beslag genomen goederen en met de verrichtingen tot rangregeling, is geen "handeling" in de zin van het artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Overeenkomstig artikel 20 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen middelen van nietigheid immers niet worden aangewend tegen vonnissen. Deze kunnen alleen worden vernietigd door de rechtsmiddelen bij de wet bepaald, hetzij deze voorzien in artikel 21 van het Gerechtelijk Wetboek, waaronder het derdenverzet, dat naar luid van artikel 1122 van hetzelfde wetboek kan worden ingesteld door ieder die niet behoorlijk is opgeroepen of niet in dezelfde hoedanigheid tussengekomen is tegen een, zij het voorlopige, beslissing die zijn rechten benadeelt en die onder meer is gewezen door een burgerlijk gerecht. Een zelfde regel is neergelegd in artikel 1033 van het Gerechtelijk Wetboek wat betreft de rechtsplegingen op verzoekschrift. Dit rechtsmiddel van derdenverzet wordt ingesteld onder meer bij dagvaarding met toepassing van artikel 1125 van het Gerechtelijk Wetboek, dat overeenkomstig artikel 1034 van het Gerechtelijk Wetboek mede van toepassing is op het verzet krachtens voornoemd artikel 1033 gedaan. Dit verzet behoeft krachtens voornoemd artikel 1034 te geschieden binnen een maand nadat de beslissing aan de eiser is betekend. Uit voorgaande bepalingen volgt dat de beschikking tot aanwijzing van een notaris, op eenzijdig verzoekschrift, in toepassing van artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek, op verzoek van de schuldenaar alleen kan worden vernietigd door een derdenverzet, dat behoeft te worden ingesteld bij dagvaarding binnen de maand nadat de beslissing aan de schuldenaar is bete¬kend, zodat de nietigheid, waarop het derdenverzet steunt, niet dient te wor¬den opgeworpen binnen de door artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek op straffe van verval vastgestelde termijn van acht dagen na de aanmaning bedoeld in artikel 1582, derde lid, van hetzelfde Wetboek. Het bestreden arrest stelt vast dat de vordering van de eiseres, ingeleid bij dagvaarding van 5 december 2005, strekt tot de vernietiging van de beschikking van 6 oktober 2005 van de eerste rechter waarbij notaris Jean Van Cauwenbergh aangesteld werd om over te gaan tot de veiling van de ten laste van de eiseres in beslag genomen onroerende goederen en dat de eiseres daartoe onder meer betoogt dat die notaris werd aangesteld zonder dat dit gevorderd was (...). Deze vordering, waarbij de eiseres derdenverzet instelt tegen de op eenzijdig verzoekschrift gewezen beschikking van de eerste rechter van 6 oktober 2005, is geen vordering tot vernietiging van een handeling en is derhalve niet onderworpen aan de in artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek op straffe van verval vastgestelde termijn van acht dagen na de aanmaning om inzage te nemen van de verkoopsvoorwaarden en aanwezig te zijn bij de toewijzing. De nietigheid van de beschikking van de eerste rechter van 6 oktober 2005, waarop het derdenverzet van de eiseres gesteund was, hoefde bijgevolg evenmin te worden opgeworpen binnen voornoemde termijn. Het bestreden arrest heeft het derdenverzet van eiseres tegen de beschikking van de eerste rechter van 6 oktober 2005 derhalve onterecht afgewezen op de enige grond dat de nietigheid, waarop dit derdenverzet gesteund was, voor het eerst werd ingeroepen na het verstrijken van de bij artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijn (schending van alle wetsbepalingen in de aanhef van het middel aangevoerd). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek moet de nietigheid van de handelingen verricht vóór de toewijzing, op straffe van verval, worden opgeworpen ten laatste binnen acht dagen na de aanmaning om inzage te nemen van de verkoopvoorwaarden en aanwezig te zijn bij de toewijzing, als bedoeld in het derde lid van artikel 1582 van hetzelfde wetboek. Voormeld artikel 1622, tweede lid, beoogt enkel procedurehandelingen en geen vonnissen, die, ingevolge artikel 20 van hetzelfde wetboek, enkel kunnen worden vernietigd door de rechtsmiddelen bij de wet bepaald. Deze rechtsmiddelen worden ingesteld binnen de bij de wet voor het instellen van die rechtsmiddelen bepaalde termijn zonder dat zij onderworpen zijn aan de vervaltermijn van acht dagen als bedoeld in artikel 1622, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek.
- Wanneer een op eenzijdig verzoekschrift gewezen vonnis betekend is aan de derde, moet deze het derdenverzet, krachtens artikel 1034 van het Gerechtelijk Wetboek, instellen binnen een maand nadat de beslissing hem is betekend.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - bij beschikking van 6 oktober 2005 van de Beslagrechter te Mechelen, notaris Jean Van Cauwenbergh te Lier werd aangesteld om over te gaan tot de veiling van de ten laste van de eiseres in beslag genomen onroerende goederen en tot de verrichtingen van de rangregeling; - bij exploot van 4 november 2005 deze beschikking aan de eiseres werd betekend en de eiseres bij het exploot werd aangemaand om inzage te nemen van de verkoopvoorwaarden overeenkomstig artikel 1582, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek; - de eiseres tegen deze beschikking derdenverzet heeft gedaan bij exploot van 5 december 2005; - de eiseres de nietigverklaring van de beschikking vordert omdat zij ‘ultra petita' zou zijn gewezen;
- De appelrechters oordelen dat de nietigheid van de beschikking van 6 oktober 2005 waarop de eiseres haar vordering steunt, betrekking heeft op onregelma¬tigheden die zich hebben voorgedaan vóór de toewijzing, zodat zij niet kunnen worden ingeroepen na het verstrijken van de in artikel 1622, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vervaltermijn van acht dagen na de aanmaning om inzage te nemen van de verkoopvoorwaarden.
- Door op die gronden de vordering van de eiseres ongegrond te verklaren verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, de afdelingsvoorzitter Robert Boes en Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 4 oktober 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071004.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div