← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.1 Rolnummer: P.07.0380.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-11-21 Raadplegingen: 438 - laatst gezien 2026-07-03 06:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Geen wetsbepaling schrijft voor dat in hoger beroep de ter terechtzitting gedane getuigenverklaringen in een proces-verbaal worden opgenomen

(1).
(1)Cass., 24 sept. 1962, Bull. en Pas., 1963, 113. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemeen (strafrecht - algemene beginselen) Vrije woorden: Hoger beroep - Ter terechtzitting gedane getuigenverklaringen - Opname in proces-verbaal Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemeen (strafrecht - algemene beginselen) Vrije woorden: Ter terechtzitting gedane getuigenverklaringen - Opname in proces-verbaal Fiche 3 Geen wetsbepaling schrijft voor dat in hoger beroep de ter terechtzitting gedane getuigenverklaringen in een proces-verbaal worden opgenomen
(1).
(1)Cass., 24 september 1962, Bull. en Pas., 1963,
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemeen (strafrecht - algemene beginselen) Vrije woorden: Hoger beroep - Ter terechtzitting gedane getuigenverklaringen - Opname in proces-verbaal Tekst van de beslissing Nr. P.07.0380.N T H V D P, beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Jos Heerman en mr. Tim Valgaeren, advocaten bij de balie te Turnhout. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 februari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters miskenning van het recht van verdediging heeft aangevoerd. Het in het onderdeel gevoerde verweer dat uitsluitend is gestoeld op de miskenning van het recht van verdediging kan aldus niet voor het eerst voor het Hof worden aangevoerd. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  4. Elke rechter is verplicht aan de feiten van de telastlegging de juiste strafrechtelijke kwalificatie te geven. Het is aldus mogelijk dat de kwalificatie van de feiten pas in hoger beroep wordt gewijzigd.
  5. Uit de enkele omstandigheid dat de appelrechters aan de feiten van de telastlegging een andere omschrijving geven dan deze die in de beschikking van verwijzing naar de correctionele rechtbank is vermeld en de beklaagde daarvan in kennis stellen met het oog op het voeren van zijn verweer, kan die beklaagde geen miskenning van zijn recht van verdediging afleiden. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Derde onderdeel
  6. Geen wetsbepaling schrijft voor dat in hoger beroep de ter terechtzitting gedane getuigenverklaringen in een proces-verbaal worden opgenomen. Het onderdeel faalt naar recht. Vierde onderdeel
  7. Het onderdeel is afgeleid uit de vergeefs aangevoerde vorige grieven. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste, tweede en derde onderdeel
  8. De onderdelen verplichten het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. De onderdelen zijn niet ontvankelijk. Vierde onderdeel
  9. Het onderdeel dat aanvoert dat bij afwezigheid van algemeen opzet "(de eiser) voor de feiten zoals ze zich in concreto hebben voorgedaan nooit veroordeeld kan worden", komt op tegen het feitelijk, mitsdien onaantastbaar oordeel van de rechters dat de eiser de in de bewoordingen van artikel 383bis, § 2, Strafwetboek heromschreven feiten, "wetens" heeft gepleegd. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 60,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.1 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181120.3 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.