← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.2 Rolnummer: P.07.0381.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-11-21 Raadplegingen: 508 - laatst gezien 2026-07-03 15:29 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het overlijden van de beklaagde, eiser in cassatie, vooraleer de bestreden beslissing op de strafvordering in kracht van gewijsde is gegaan, heeft het verval van de strafvordering tot gevolg, waardoor de beslissing op de strafvordering zonder uitwerking blijft en het cassatieberoep in zoverre geen bestaansreden meer heeft; het cassatieberoep van de beklaagde behoudt een bestaansreden in zoverre het gericht is tegen de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering

(1).
(1)Cass., 23 nov. 1971, A.C., 1972, 301; Cass., 18 sept. 1990, AR 4541, nr 31; Cass., 26 sept. 2000, AR P.98.1041.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000926.7, nr
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Strafvordering - Beklaagde en verdachte UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Overlijden van de beklaagde, eiser in cassatie - Gevolg Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Burgerlijke rechtsvordering - Beklaagde UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Overlijden van de beklaagde, eiser in cassatie - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.07.0381.N W H A T, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jeroen Orij, advocaat bij de balie te Tongeren, tegen
  2. N J, in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar dochter D L, burgerlijke partij,
  3. R L, burgerlijke partij,
  4. L C, beiden in eigen naam en als vertegenwoordigers van hun dochter M L, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 15 februari
  5. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  6. Blijkens een uittreksel van de overlijdensakte, afgeleverd door de ambtenaar van de burgerlijke stand te Borgloon, is de eiser op 29 juni 2007 overleden. Het overlijden van de beklaagde vooraleer de bestreden beslissing op de strafvordering in kracht van gewijsde is gegaan, heeft het verval van de strafvordering tot gevolg. Die beslissing blijft mitsdien zonder uitwerking. Het cassatieberoep heeft in zoverre geen bestaansreden meer. Vierde onderdeel van het eerste middel
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters verweer heeft gevoerd met betrekking tot de door de verweerders gevorderde schadevergoeding. De eiser kan dit verweer niet voor het eerst voor het Hof aanvoeren. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Overige grieven De grieven hebben betrekking op de beslissing op de strafvordering. De grieven behoeven derhalve geen antwoord. Dictum Het Hof, Zegt voor recht dat het bestreden arrest zonder uitwerking blijft wat de beslissing op de strafvordering betreft. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van van het bestreden arrest. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Begroot de kosten op 79,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170111.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000926.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151103.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151110.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.