id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.3 Rolnummer: P.07.0578.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2007-11-21 Raadplegingen: 555 - laatst gezien 2026-07-03 22:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche De strafrechter moet alleen voldoen aan de bijzondere motiveringsplicht, voorgeschreven bij artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, in zoverre hij een straf wil opleggen die hij niet dient uit te spreken
(1).
(1)Cass., 1 maart 2000, AR P.99.1604.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000301.18, nr
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Motivering van de straf en van de strafmaat Tekst van de beslissing Nr. P.07.0578.N I. C M C A J D C, beklaagde, eiseres, II. D L D C, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. August Blomme, advocaat bij de balie te Gent, beide cassatieberoepen tegen F B, in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar kinderen J S en C S, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 15 maart
- De eiseres I voert geen middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het bestreden arrest bevestigt het beroepen vonnis in zoverre dit de eiseres I ontslaat van rechtvervolging voor de telastleggingen P1, P2, L (wat P S betreft), M en Q (wat P S betreft). In zoverre het cassatieberoep van de eiseres I gericht is tegen deze beslissing, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is het cassatieberoep tegen voorbereidende arresten en arresten van onderzoek of tegen in laatste aanleg gewezen vonnissen van dezelfde soort, slechts mogelijk na het eindarrest of eindvonnis. Krachtens artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering is de vorige bepaling niet van toepassing op arresten of vonnissen inzake de burgerlijke rechtsvordering, die uitspraak doen over het beginsel van aansprakelijkheid.
- Is geen eindbeslissing, de beslissing die op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster, als vertegenwoordigster van J S en C S, de zaak onbepaald uitstelt. Het cassatieberoep tegen die beslissing is dan ook niet ontvankelijk. Middel van de eiser II
- De rechter moet alleen voldoen aan de bijzondere motiveringsplicht, voorgeschreven bij artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, in zoverre hij een straf wil opleggen die hij niet dient uit te spreken.
- Krachtens artikel 419, eerste lid, Strafwetboek, wordt hij die onopzettelijk iemands dood veroorzaakt, gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro.
- Het bestreden arrest bevestigt het beroepen vonnis in zoverre dit de eiser II wegens het onopzettelijk doden van J S veroordeelt tot een hoofdgevangenisstraf van drie maanden, met uitstel gedurende een termijn van een jaar, en geldboete van 1.000,00 euro.
- In zoverre het aanvoert dat het arrest niet nauwkeurig de redenen opgeeft waarom het benevens de gevangenisstraf ook een geldboete oplegt, kan het middel niet worden aangenomen.
- Met de overgenomen redenen van het beroepen vonnis en de eigen redenen die het eraan toevoegt, komt het arrest zijn bijzondere motiveringsplicht, voorgeschreven bij artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, na. In zoverre het middel aanvoert dat het arrest de strafmaat niet verantwoordt, mist het feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 149,68 euro, waarvan op elk cassatieberoep 74,84 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121003.2 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210323.2N.2 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230116.3F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000301.18 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171108.3 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20171108.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190227.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div