← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.6 Rolnummer: P.07.0827.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Handelsrecht Invoerdatum: 2007-11-21 Raadplegingen: 522 - laatst gezien 2026-07-03 19:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de zaak bij het gerecht in hoger beroep aanhangig is ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep en de appelrechters, anders dan de eerste rechter, eensdeels, de in artikel 65, tweede lid, Strafwetboek bedoelde samenloop vaststellen, anderdeels, oordelen dat de reeds uitgesproken straffen voor een juiste bestraffing van al de misdrijven niet voldoende lijken, en de aldus door de appelrechters wegens al die feiten bijkomende uitgesproken straf, niet zwaarder of gelijk is aan de straf die door de rechter in eerste aanleg is opgelegd wegens het bij hem aanhangige feit alleen, wordt de toestand van de beklaagde niet verzwaard en is artikel 211bis, Wetboek van Strafvordering en de daarin bedoelde eenstemmigheid bij de uitspraak, niet van toepassing. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BOEKHOUDING EN JAARREKENING - ALGEMEEN - Algemeen (boekhouding en jaarrekening - algemeen) - Andere Vrije woorden: Eenstemmigheid - Misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet - Straftoemeting Tekst van de beslissing Nr. P.07.0827.N L P M D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Filip Mertens, advocaat bij de balie te Gent, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Joyce Van Heetvelde, advocaat bij de balie te Gent, voor mr. Filip Mertens. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 7 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel betreft de beslissing van de appelrechters die, anders dan de eerste rechter, met toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek, voor de feiten van de telastlegging A (verkrachting), eenheid van opzet aanvaarden met feiten waarover reeds eerder definitief werd beslist. De rechters veroordelen daarbij de eiser bijkomend tot straf omdat zij de reeds uitgesproken straffen als niet voldoende beoordelen. Het middel voert aan dat de rechters aldus de toestand van de eiser verzwaren, mitsdien met éénparigheid van stemmen dienden te beslissen zoals bepaald in artikel 211bis Wetboek van Strafvordering.
  3. Artikel 211bis Wetboek van Strafvordering is alleen van toepassing op de gerechten in hoger beroep. Het houdt geen verband met de vaststelling van de feitenrechter dat misdrijven die reeds het voorwerp waren van een in kracht van gewijsde gegane beslissing en andere feiten die bij hem aanhangig zijn en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, én aan die beslissing voorafgaan én samen met de eerste misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, zoals bedoeld in artikel 65, tweede lid, Strafwetboek. In het voorkomend geval staat het de feitenrechter die laatstgenoemde vaststelling te doen, ongeacht of hij in eerste aanleg dan wel in hoger beroep beslist.
  4. Wanneer de zaak bij het gerecht in hoger beroep aanhangig is ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep en de appelrechters, anders dan de eerste rechter, eensdeels, de in artikel 65, tweede lid, Strafwetboek bedoelde samenloop vaststellen, anderdeels, oordelen dat de reeds uitgesproken straffen voor een juiste bestraffing van al de misdrijven niet voldoende lijken, houden zij bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straffen. Het geheel van de straffen uitgesproken met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste straf niet te boven gaan. Indien de aldus door de appelrechters wegens al die feiten bijkomende uitgesproken straf, niet zwaarder of gelijk is aan de straf die door de rechter in eerste aanleg is opgelegd wegens het bij hem aanhangige feit alleen, wordt de toestand van de beklaagde niet verzwaard en is artikel 211bis Wetboek van Strafvordering en de daarin bedoelde eenstemmigheid bij de uitspraak, niet van toepassing. In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
  5. Voor het overige stellen de appelrechters, met toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek, eenheid van opzet vast tussen de feiten van de telastlegging A (verkrachting) en andere feiten die thans niet aanhangig zijn en waarvoor de eiser reeds eerder definitief werd veroordeeld. Na de vaststelling van de samenloop beoordelen de rechters de eerder wegens die andere feiten uitgesproken straf als niet voldoende en veroordelen zij de eiser bijkomend tot dezelfde straf als deze die door de eerste rechter werd opgelegd wegens de feiten van de telastlegging A alleen. Dat is geen strafverzwaring zoals bedoeld in artikel 211bis Wetboek van Strafvordering; In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  6. Noch met de redenen van het beroepen vonnis waarnaar het arrest verwijst, noch met de eigen redenen van het arrest, beantwoorden de appelrechters het door de eiser in zijn beroepsbesluiten voor hen gevoerde verweer met betrekking tot de afwezigheid van de noodzaak en het nut van de ontzetting uit sommige rechten zoals bedoeld in artikel 382bis Strafwetboek.
  7. In zoverre het arrest de eiser aldus veroordeelt tot de bijkomende straf van ontzetting zoals bedoeld in artikel 382bis Strafwetboek, is het niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  8. Behalve wat de op grond van artikel 382bis Strafwetboek uitgesproken ontzetting betreft zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot ontzetting op grond van artikel 382bis Strafwetboek. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Begroot de kosten op 124,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.6 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181016.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.