← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.12 Rolnummer: P.07.0895.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-11-28 Raadplegingen: 507 - laatst gezien 2026-07-03 21:59 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling, in hoger beroep tegen een beschikking van de onderzoeksrechter die uitspraak doet over een verzoek ingediend met toepassing van artikel 61quater, Wetboek van Strafvordering, geroepen is uitspraak te doen over de regelmatigheid van de rechtspleging, is zij gehouden dit te doen. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoeksrechter - Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen - Beschikking - Hoger beroep - Vraag tot onderzoek naar de regelmatigheid van de rechtspleging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quater en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek naar de regelmatigheid van de rechtspleging - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quater en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Onderzoeksrechter - Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen - Beschikking - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Vraag tot onderzoek naar de regelmatigheid van de rechtspleging Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quater en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 4 - 5 De voor de kamer van inbeschuldigingstelling door de verdachte in conclusie aangevochten aanstelling door de onderzoeksrechter van een lasthebber ad hoc, om de verdachte in het gerechtelijk onderzoek te vertegenwoordigen, is een betwisting over de regelmatigheid van de rechtspleging. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoeksrechter - Verdachte - Vertegenwoordiging van de verdachte in het gerechtelijk onderzoek - Aanstelling van een lasthebber ad hoc - Hoger beroep - Betwisting van de regelmatigheid van de aanstelling - Aard Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Onderzoeksrechter - Verdachte - Vertegenwoordiging van de verdachte in het gerechtelijk onderzoek - Aanstelling van een lasthebber ad hoc - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Betwisting van de regelmatigheid van de aanstelling - Aard Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 6 - 7 Is ontvankelijk het cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat uitspraak doet over het hoger beroep tegen een beschikking van de onderzoeksrechter die uitspraak doet met toepassing van artikel 61quater, Wetboek van Strafvordering, in zoverre de kamer van inbeschuldigingstelling met toepassing van artikel 235bis van hetzelfde wetboek ook geroepen was uitspraak te doen over de regelmatigheid van de rechtspleging

(1)
(2).
(1)Er wordt aangenomen dat de aanstelling van een lasthebber ad hoc door de onderzoeksrechter niet kan worden gezien als een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen waarvan de opheffing kan gevraagd worden overeenkomstig artikel 61quater, Wetboek van Strafvordering (P. Waeterinckx, 'De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon, een kritische analyse van enkele capita selecta uit de eerste rechtspraak', in A. De Nauw 'Ed.), Strafrecht van nu en straks, Die Keure, 2003, 258). In casu wees de onderzoeksrechter een verzoek gebaseerd op artikel 61qauter Wetboek van Strafvordering en strekkende tot opheffing van de aanstelling van de lasthebber ad hoc af als ongegrond. De kamer van inbeschuldigingstelling verklaarde het door eiseres in cassatie hiertegen ingestelde hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond. De vraag blijft open of het onderzoeksgerecht in hoger beroep dit rechtsmiddel niet onontvankelijk diende te verklaren, wat dan vanzelfsprekend niet zonder repercussies zou geweest zijn voor het daartegen ingestelde cassatieberoep.
(2)Zie Cass., 16 mei 2000, AR P.00.0296.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000516.7, nr. 299; Cass., 10 jan. 2006, AR P.05.1372.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060110.9, nr.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geen eindbeslissing, toch onmiddellijk vatbaar voor cassatieberoep UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Onderzoeksrechter - Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen - Beschikking - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Vraag tot onderzoek naar de regelmatigheid van de rechtspleging - Arrest Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quater en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Onderzoeksrechter - Verzoek tot opheffing van een onderzoekshandeling met betrekking tot goederen - Beschikking - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Vraag tot onderzoek naar de regelmatigheid van de rechtspleging - Arrest - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61quater en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0895.N VEDIOR INTERIM nv, met zetel te 1070 Anderlecht, Marie Curiesquare 50, verdachte, eiseres, met als raadslieden mr. Natalie Lemense, advocaat bij de balie te Antwerpen, en mr. Carl Bevernage, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 mei
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING Bij beschikking van 26 januari 2007 stelt de onderzoeksrechter te Hasselt een lasthebber ad hoc aan om de eiseres in een door hem gevoerde gerechtelijk onderzoek te vertegenwoordigen. Op 9 maart 2007 legt de eiseres met toepassing van artikel 61quater Wetboek van Strafvordering een verzoekschrift neer strekkende tot het opheffen van de aanstelling van de lasthebber ad hoc. Bij beschikking van 20 maart 2007 wijst de onderzoeksrechter dit verzoek af. De eiseres stelt tegen die beschikking hoger beroep in. Voor de kamer van inbeschuldigingstelling voert zij in conclusie aan dat de wettelijke voorwaarden voor de aanstelling van een lasthebber ad hoc niet vervuld zijn. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Een definitieve beslissing als bedoeld in artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, is een beslissing die een einde stelt aan de strafvordering of de erbij horende burgerlijke rechtsvordering.
  4. Het arrest dat uitspraak doet met toepassing van artikel 61quater Wetboek van Strafvordering is dergelijke beslissing niet. In zoverre daartegen gericht, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 235bis Wetboek van Strafvordering
  5. Artikel 235bis, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling bij de regeling van de rechtspleging, op vordering van het openbaar ministerie, op verzoek van een der partijen of ambtshalve de regelmatigheid van de haar voorgelegde procedure onderzoekt. De tweede paragraaf van dit artikel bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling op dezelfde wijze handelt in de andere gevallen waarin ze kennisneemt van de zaak.
  6. Uit deze bepalingen volgt dat wanneer de kamer van inbeschuldigingstelling, in hoger beroep tegen een beschikking van de onderzoeksrechter die uitspraak doet over een verzoek ingediend met toepassing van artikel 61quater Wetboek van Strafvordering, geroepen is uitspraak te doen over de regelmatigheid van de rechtspleging, zij gehouden is dit te doen.
  7. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de eiseres voor de kamer van inbeschuldigingstelling bij conclusie de regelmatigheid van de aanstelling van de lasthebber ad hoc heeft aangevochten. Aldus was de kamer van inbeschuldigingstelling geroepen uitspraak te doen met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering.
  8. Het arrest doet enkel uitspraak met toepassing van artikel 61quater Wetboek van Strafvordering. Het laat evenwel na uitspraak te doen over de aangevochten regelmatigheid van de aanstelling van de lasthebber ad hoc. Aldus schendt het artikel 235bis Wetboek van Strafvordering. Middelen
  9. De middelen houden geen verband met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep noch met de regelmatigheid van de rechtspleging als bedoeld in artikel 235bis Wetboek van Strafvordering. Zij behoeven bijgevolg geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het geen uitspraak doet met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Begroot de kosten op 149,62 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000516.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060110.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.