← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.7 Rolnummer: P.07.1202.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-11-26 Raadplegingen: 691 - laatst gezien 2026-07-03 16:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De beslissingen tot verbeurdverklaring van zowel de artikelen 42, 43bis als van artikel 505 Strafwetboek, in zijn versie van vóór de wetswijzigingen bij wet van 10 mei 2007 houdende diverse maatregelen inzake de heling en de inbeslagneming, hebben in de regel een zakelijke werking, dit wil zeggen dat ze op de zaak zelf slaan; de eigendom daarvan wordt aan de Staat overgedragen van zodra het vonnis dat de verbeurdverklaring uitspreekt, in kracht van gewijsde is gegaan

(1).
(1)Zie Cass., 11 jan. 2005, AR P.04.1087.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050111.12, nr. 17; Cass., 4 sept. 2007, AR P.07.0219.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070904.2, nr. ... Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Aard van de straf Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 43bis en 505 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 2 Er kan geen onmiddellijke eigendomsoverdracht door de verbeurdverklaring zelf zijn van geldsommen die niet vooraf in klinkende munt in beslag werden genomen; de Staat wordt door de verbeurdverklaring dan slechts schuldeiser voor die geldsommen
(2).
(2)Zie: Cass., 11 jan. 1990, AR 8453 en 8541,nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Verbeurdverklaring van geldsommen die niet vooraf in klinkende munt in beslag werden genomen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 43bis en 505 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 Na een vroegere in kracht van gewijsde gegane verbeurdverklaring van bepaalde geldsommen die de Staat niet heeft kunnen tenuitvoerleggen, kan of moet de rechter al naar gelang van het geval, als daartoe grond bestaat, opnieuw de verbeurdverklaring uitspreken van diezelfde geldsommen; de beide opeenvolgende verbeurdverklaringen kunnen dan slechts éénmaal ten uitvoer worden gelegd tot beloop van dezelfde geldsommen. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Verbeurdverklaring van geldsommen - Beslissing in kracht van gewijsde - Geen tenuitvoerlegging door de Staat - Veroordeling voor nieuwe feiten - Opdracht van de rechter - Tenuitvoerlegging Tekst van de beslissing Nr. P.07.1202.N I A D, beklaagde, eiser. II
  2. Y D, beklaagde,
  3. A W, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Philip Traest, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 juni
  4. De eiser I voert geen middel aan. De eisers II.1 en II.2 voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF
  5. Het bestreden arrest overweegt: "Feiten van witwas geven in principe aanleiding tot verplichte verbeurdverklaring, overeenkomstig artikel 505, derde lid, Strafwetboek. De illegale vermogensvoordelen waarvan de verrichtingen van de tenlasteleggingen de witwas wilden realiseren zijn verworven in hoofde van [de eiser II.I], zoals vastgesteld in het arrest van dit [hof van beroep] van 25 juni 2004 en voormelde vaststellingen; er kan niet geduld worden dat deze beklaagde verder over deze gelden zou kunnen beschikken. Deze beklaagde wordt dan ook verbeurdverklaard van de som van euro 117.541,99 daarin begrepen het bedrag van euro 560 inbeslaggenomen bij [de eiser II.2], die hiervan ook dient te worden verbeurdverklaard, en op 26 september 2003 gestort op 310-1801895-12 ten behoeve van COIV (Centraal Orgaan van de inbeslagneming en de verbeurdverklaring), alsmede de som van euro 1000, in beslag genomen op de gevangenisrekening van [de eiser II.1] en onder aangiftenummer 93.980 en rekeningnummer 66.590 op 22.10.2003 overgemaakt aan Deposito en Cosignatiekas postrekening 6792004099-
  6. Duidelijk dient echter gesteld dat het bedrag van euro 117.541,99 deel uitmaakt van het reeds bij arrest van 25 juni 2004 verbeurd verklaarde bedrag van euro 12.000.000, toen ten titel van vermogensvoordelen bekomen uit de BTW-fraude; de hoger vermelde in huidige zaak inbeslaggenomen gelden kunnen dus zeker niet teruggegeven worden".
  7. Het bestreden arrest beslist: "Verklaart [de eiser II.1] verbeurd van de som van euro 117.541,99 daarin begrepen
  8. het bedrag van euro 560 inbeslaggenomen bij [de eiseres II.2] en op 26 september 2003 gestort op 310-1801895-12 ten behoeve van COIV, alsmede
  9. de som van euro 1000, in beslag genomen op de gevangenisrekening van [de eiser II.1] en onder aangiftenummer 93.980 en rekeningnummer 66.590 op 22.10.2003 overgemaakt aan de Deposito- en Consignatiekas postrekening 679-200409979". III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  10. Het middel voert schending aan van de artikelen 42, 1° en 3°, 43bis, eerste lid, en 505, derde lid, Strafwetboek (vóór de wetswijzigingen bij de wet van 10 mei 2007 houdende diverse maatregelen inzake de heling en inbeslagneming). Het middel stelt in recht dat de bijzondere verbeurdverklaring, bedoeld in de artikelen 42, 3°, en 43bis Strafwetboek, een zakelijk karakter heeft, net zoals de verbeurdverklaring overeenkomstig artikel 505, derde lid, Strafwetboek. Dit zakelijk karakter verhindert dat éénzelfde vermogensvoordeel meer dan één keer wordt verbeurdverklaard. Dit geldt niet alleen ten aanzien van een persoon die schuldig is bevonden zowel aan het misdrijf dat de criminele vermogensvoordelen heeft voortgebracht als aan de latere feiten van witwassen ervan doch ook ten aanzien van een persoon die enkel schuldig wordt bevonden aan witwassen doch waarvan de feitenrechter vaststelt dat het voorwerp van het betrokken witwasmisdrijf reeds eerder werd verbeurdverklaard.
  11. De beslissingen tot verbeurdverklaring van zowel de artikelen 42, 43bis als de hier toepasselijke versie van artikel 505 Strafwetboek hebben in de regel een zakelijke werking, dit wil zeggen dat ze op zaak zelf slaan. De eigendom daarvan wordt aan de Staat overgedragen van zodra het vonnis dat de verbeurdverklaring uitspreekt, in kracht van gewijsde is gegaan. Er kan evenwel geen onmiddellijke eigendomsoverdracht door de verbeurdverklaring zelf zijn van geldsommen die niet vooraf in klinkende munt in beslag werden genomen. De staat wordt door de verbeurdverklaring dan slechts schuldeiser voor die geldsommen.
  12. Na een vroegere in kracht van gewijsde gegane verbeurdverklaring van bepaalde geldsommen die de Staat niet heeft kunnen tenuitvoerleggen, kan of moet de rechter al naar gelang van het geval, als daartoe grond bestaat, opnieuw de verbeurdverklaring uitspreken van diezelfde geldsommen. De beide opeenvolgende verbeurdverklaringen kunnen dan uiteraard slechts éénmaal ten uitvoer worden gelegd tot beloop van dezelfde geldsommen. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op 143,42 euro waarvan eiser I 70,14 euro en de eisers II 73,28 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250131.1N.9 ECLI:BE:EAOVL:2009:JUG.20090202.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050111.12 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070904.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.