id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.9 Rolnummer: P.07.0880.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-11-26 Raadplegingen: 565 - laatst gezien 2026-07-03 22:45 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De Drugwet voorziet niet in een beroepsverbod als bijkomende straf, in de zin van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 okt. 1934, en het vermelde koninklijk besluit verwijst niet naar de inbreuken op de Drugwet als strafbare feiten waarvoor de in artikel 1 van datzelfde besluit bedoelde verbodbepalingen kunnen worden uitgesproken
(1)Omtrent de aard van het beroepsverbod in de zin van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 okt. 1934: Cass., 2 juni 1999, AR P.99.0192.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990602.9, nr. 326 en Cass., 17 mei 2005, AR P.04.1571, nr. 282 met conclusie Advocaat-generaal Duinslaeger. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen Vrije woorden: Beroepsverbod opgelegd bij rechterlijke beslissing - Inbreuken op de drugwet - K.B. nr. 22 van 24 okt. 1934 - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 24-02-1921 - Artt. 4, §§ 2 en 3 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - GENEESMIDDELEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen Vrije woorden: Inbreuken op de drugwet - Straf - Beroepsverbod opgelegd bij rechterlijke beslissing - K.B. nr. 22 van 24 okt. 1934 - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 24-02-1921 - Artt. 4, §§ 2 en 3 - 01 ELI link Pub nr 1921022450 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0880.N N E, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het arrest veroordeelt de eiser met toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek wegens het geheel van de vermengde feiten van de bewezen verklaarde telastleggingen, eensdeels, tot één enkele hoofdgevangenisstraf van drie jaar en, anderzijds, tot de ontzetting bepaald bij artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, gedurende een termijn van vijf jaar.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat die opgelegde enige hoofdgevangenisstraf als zwaarste straf is uitgesproken wegens de feiten van de telastleggingen A en B, te dezen inbreuken op de Drugwet, die met toepassing van artikel 25 Strafwetboek, na correctionalisering, elk strafbaar zijn met gevangenisstraf van maximum tien jaar.
- De Drugwet voorziet niet in een beroepsverbod als bijkomende straf en het vermelde koninklijk besluit verwijst niet naar de inbreuken op de Drugwet als strafbare feiten waarvoor de in artikel 1 van datzelfde besluit bedoelde verbodsbepalingen kunnen worden uitgesproken.
- Het arrest dat eiser niettemin een beroepsverbod oplegt, schendt aldus de hiervoor vermelde wetsbepalingen en is in zoverre niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- Behalve wat de bijkomende straf van het beroepsverbod betreft, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot een bijkomende straf van beroepsverbod. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Begroot de kosten op 164,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071016.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210323.2N.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990602.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050517.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div