← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071018.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071018.4 Rolnummer: F.06.0097.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2007-12-06 Raadplegingen: 470 - laatst gezien 2026-07-03 07:57 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het verzoekschrift waarbij cassatieberoep wordt ingesteld tegen een arrest van het hof van beroep dat uitspraak doet over een betwisting inzake de heffing ter bestrijding van de leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen, moet, op straffe van onontvankelijkheid, vooraf worden betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BELASTINGZAKEN - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in belastingzaken - Vormen Vrije woorden: Gewestbelastingen - Vlaams Gewest - Betwisting inzake de leegstandheffing - Cassatieberoep - Verplichting tot betekening - Sanctie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1097 Decreet Vlaamse Raad - 22-12-1995 - Art. 39 Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in belastingzaken - Vormen Vrije woorden: Vlaams Gewest - Leegstandheffing - Cassatieberoep - Verplichting tot betekening - Sanctie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1097 Decreet Vlaamse Raad - 22-12-1995 - Art. 39 Tekst van de beslissing Nr. F.06.0097.N G. P., eiser, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, ten verzoeke van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, wiens kabinet gevestigd is te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 juni 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid 1. Het openbaar ministerie werpt ambtshalve een middel van niet-ontvankelijkheid op van het cassatieberoep, waarvan de eiser bij gerechtsbrief overeenkomstig artikel 1097 van het Gerechtelijk Wetboek is verwittigd: het cassatieberoep is niet betekend aan de verweerder. 2. Artikel 1079 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het verzoekschrift waarbij een cassatieberoep wordt ingesteld, in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht. 3. Het blijkt niet dat de eiser zijn verzoekschrift in cassatie vooraf heeft laten betekenen aan de verweerder. Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot tot op heden op nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, de afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van 18 oktober 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071018.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190208.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.