← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071018.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071018.6 Rolnummer: F.06.0089.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Overige Invoerdatum: 2007-12-06 Raadplegingen: 246 - laatst gezien 2026-07-03 06:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De belasting of aanvullende belasting mag worden gevestigd gedurende vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de belasting is verschuldigd in geval van inbreuk op de bepalingen van dat wetboek gedaan met bedrieglijk opzet; de omstandigheid dat het bestuur een belastingverhoging toepast van slechts 20 pct. gelet op de concrete omstandigheden van de zaak impliceert niet noodzakelijk dat de belastingplichtige niet gehandeld heeft met bedrieglijk opzet en dat de rechter dit bedrieglijk opzet niet mag vaststellen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslag - Algemeen Vrije woorden: Bijzondere aanslagtermijn van vijf jaar - Inbreuken gedaan met bedrieglijk opzet - Bedrieglijk opzet - Toetsing door de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 26-02-1964 - Art. 259, eerste en tweede lid Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 354, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 De rechtspraak van het Grondwettelijk Hof is geen wet als bedoeld in artikel 608 van het Ger. W. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslag - Algemeen Vrije woorden: Beslissingen in laatste aanleg - Overtreding van de wet Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 608 Fiche 3 Niet-ontvankelijk is het middel dat de appelrechters louter verwijt te hebben gehandeld in strijd met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BELASTINGZAKEN - Vereiste vermeldingen UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslag - Algemeen Vrije woorden: Vermelding van de geschonden wetsbepalingen - Middel dat louter schending aanvoert van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 608 en 1080 Annotaties Publicaties: T.F.R. - D.JAECQUES; Verlengde aanslagtermijn en vermiinderde boete: een (on)mogelijke combinatie. - 2008, 362-364 Tekst van de beslissing Nr. F.06.0089.N 1. V. J., 2. D. I., 3. D. D., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Ducheyne en mr. Filip Mourisse, advocaten bij de balie te Brugge, kantoor houdende te 8000 Brugge, Nieuwe Gentweg 29 en door mr. Michel Maus, advocaat bij de balie te Brugge, kantoor houdende te 8310 Assebroek, Blekerijstraat 103/0302, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 2 mei 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Overeenkomstig artikel 259 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen

(1964)mag de belasting of aanvullende belasting worden gevestigd gedurende vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de belasting is verschuldigd in geval van inbreuk op de bepalingen van dat wetboek gedaan met bedrieglijk opzet.
  1. De omstandigheid dat het bestuur een belastingverhoging toepast van slechts 20 pct. gelet op de concrete omstandigheden van de zaak impliceert niet noodzakelijk dat de belastingplichtige niet gehandeld heeft met bedrieglijk opzet en dat de rechter dit bedrieglijk opzet niet mag vaststellen. Het middel dat de tegenovergestelde stelling aanvoert, faalt naar recht. Tweede middel
  2. Het middel kan niet worden aangenomen om de redenen weergegeven in het antwoord op het eerste middel. Derde middel Eerste onderdeel
  3. Krachtens artikel 608 van het Gerechtelijk Wetboek, neemt het Hof kennis van de beslissingen in laatste aanleg die voor het Hof worden gebracht wegens overtreding van de wet of wegens schending van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen.
  4. De eisers voeren in het onderdeel aan dat de appelrechters door hun grief betreffende de verwerking door de administratie van haar recht om nalatigheidsinte¬rest te vorderen, onontvankelijk te verklaren, gehandeld hebben in strijd met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.
  5. De rechtspraak van het Grondwettelijk Hof is geen wet als bedoeld in artikel 608 van het Gerechtelijk wetboek. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel gaat volledig ervan uit dat de artikelen 278, tweede lid, artikel 279, tweede lid en artikel 282 Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1964)geen mogelijkheid bieden op een beoordeling van hun grief betreffende de "rechtsverwerking" van de rechten van de Staat op nalatigheidsinterest en aldus wegens schending van artikel 6 EVRM en 10 en 11 van de Grondwet niet mochten worden toegepast door de appelrechters.
  1. De genoemde artikelen regelen niet het recht van een justitiabele aanspraken te laten gelden tegen het bestuur op grond van een vertraging in de afhandeling van de rechtspleging in hoger beroep. Zij hebben alleen betrekking op de mogelijkheid grieven te laten gelden tegen de aanslag zelf.
  2. Het onderdeel laat in het ongewisse of het betrekking heeft op de aanslag met de daaruit voortvloeiende rente dan wel op een autonome sanctie voor een aanslepende rechtspleging. Het onderdeel is wegens vaagheid niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 69,16 euro jegens de eisende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van 18 oktober 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071018.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.