id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071018.7 Rolnummer: F.06.0102.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2007-12-06 Raadplegingen: 451 - laatst gezien 2026-07-03 09:26 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20071018.7 Fiche 1 De verliezen van een vennootschap die bestuurders en werkende vennoten of bedrijfsleiders ten laste nemen, zijn slechts aftrekbaar als beroepskosten op voorwaarde dat de tenlasteneming gebeurt met het oog op het behoud van bedrijfsinkomsten die zij periodiek uit de betrokken vennootschap verkrijgen; de wanverhouding tussen het bedrag van de ten laste genomen verliezen en het bedrag van de beroepsinkomsten is op zich zelf geen reden om de aftrek van de ten laste genomen verliezen te weigeren, maar kan wel een element zijn bij de beoordeling van de wettelijke voorwaarde dat de tenlasteneming van de verliezen van de vennootschap moet gedaan zijn met het oog op het behoud van persoonlijke bedrijfsinkomsten, die de bestuurder of werkend vennoot periodiek uit de vennootschap verkrijgt; de omstandigheid dat de bestuurder beroepsinkomsten heeft verworven uit de verlieslatende vennootschap toont niet steeds aan dat de tenlasteneming van de vennootschapsverliezen is gebeurd met het oog op het behoud van de beroepsinkomsten die de bestuurder uit de vennootschap verkrijgt
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Economische vrijstellingen Vrije woorden: Ten laste genomen verliezen van een vennootschap - Voorwaarden inzake aftrekbaarheid - Tenlasteneming met het oog op het behoud van periodiek uit de vennootschap verkregen bedrijfsinkomsten Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 53, 15° - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Concl. adv.-gen. Thijs, Cass., 18 okt. 2007, AR nr. F.06.0102.N, A.C., 2007, nr.... Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Beroepsinkomen - Economische vrijstellingen Vrije woorden: Ten laste genomen verliezen van een vennootschap - Voorwaarden inzake aftrekbaarheid - Tenlasteneming met het oog op het behoud van periodiek uit de vennootschap verkregen bedrijfsinkomsten Tekst van de beslissing Nr. F.06.0102.N
- W. G., en zijn echtgenote,
- V. T., eisers, vertegenwoordigd door mr. Bart Smets, advocaat bij de balie te Hasselt, kantoor houdende te 3500 Hasselt, Kolonel Dusartplein 34/1, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 juni 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel Eerste onderdeel
- Hoewel de appelrechters verwijzen naar de syntheseconclusie van de eisers, blijkt niet dat zij van deze conclusie een uitlegging geven, zodat zij de bewijskracht ervan niet miskennen. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.
- De appelrechters verwerpen de aftrek van de verliezen niet alleen omdat de tenlasteneming enkel ertoe strekt het voortbestaan van de vennootschap te verzekeren, maar omdat deze tenlasteneming niet ertoe strekt periodieke inkomsten uit deze vennootschap te behouden daar er geen enkele redelijke verwachting bestaat dat de inkomsten uit de vennootschap ooit belangrijker zullen zijn dat de ten laste genomen verliezen. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters geen rekening houden met het onrechtstreekse oogmerk via het voortbestaan van de verlieslatende vennootschap te komen tot beroepsinkomsten uit die vennootschap, mist het feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Krachtens het toepasselijk artikel 53, 15°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)worden als beroepskosten niet aangemerkt, verliezen van vennootschappen die bestuurders en werkende vennoten ten last nemen, behoudens indien de tenlasteneming geschiedt door de onherroepelijke en onvoorwaardelijke betaling van een som voor het behoud van beroepsinkomsten welke die belastingplichtige periodiek uit de vennootschap verkrijgt en de aldus betaalde som door de vennootschap volledig wordt gebruikt voor de aanzuivering van haar verliezen. Hieruit volgt dat de verliezen van een vennootschap die bestuurders en werkende vennoten of bedrijfsleiders ten laste nemen, slechts aftrekbaar zijn als beroepskosten op voorwaarde dat de tenlasteneming gebeurt met het oog op het behoud van bedrijfsinkomsten die zij periodiek uit de betrokken vennootschap verkrijgen.
- De wanverhouding tussen het bedrag van de ten laste genomen verliezen en het bedrag van de beroepsinkomsten is op zich zelf geen reden om de aftrek van de ten laste genomen verliezen te weigeren, maar kan wel een element zijn bij de beoordeling van de wettelijke voorwaarde dat de tenlasteneming van de verliezen van de vennootschap moet gedaan zijn met het oog op het behoud van persoonlijke bedrijfsinkomsten, die de bestuurder of werkend vennoot periodiek uit de vennootschap verkrijgt. De omstandigheid dat de bestuurder beroepsinkomsten heeft verworven uit de verlieslatende vennootschap toont niet steeds aan dat de tenlasteneming van de vennootschapsverliezen is gebeurd met het oog op het behoud van de beroepsinkomsten die de bestuurder uit de vennootschap verkrijgt.
- De appelrechters die oordelen dat het totaal ongeloofwaardig is voor te houden dat jaarlijks geld aan een vennootschap wordt afgestaan, terwijl er geen enkele redelijke verwachting zou bestaan dat de inkomsten uit de vennootschap ooit belangrijker zullen zijn dan de ten laste genomen verliezen, voegen aan de wet geen voorwaarde toe die deze niet bevat, maar oordelen alleen dat in concreto niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om de verliezen af te trekken. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel gaat ervan uit dat de appelrechters beslissen dat de eisers niet aantonen dat zij beroepsinkomsten uit de vennootschap hebben behaald.
- De appelrechters ontkennen niet dat de eerste eiser in 1993 (aanslagjaar 1994) tot beloop van 41.018 frank een als bezoldiging aan te merken gedeelte van de huurprijs door de vennootschap aan de eisers betaald, heeft verkregen. Zij oordelen dat de eisers niet aantonen dat de eerste eiser in de zeven boekjaren voorafgaand aan 1993 een bezoldiging als werkend vennoot heeft genoten.
- Het onderdeel berust op een verkeerde lezing en mist mitsdien feitelijke grondslag. Tweede en derde onderdeel
- De appelrechters verwerpen de aftrek als beroepskosten van de verliezen van de BVBA Kriselle, die de eisers ten laste hebben genomen, niet alleen op de gronden die in het middel zijn aangevochten, maar ook op de grond die in het tweede middel vergeefs is bestreden.
- Deze zelfstandige reden draagt de beslissing van de appelrechters, zodat de onderdelen, ook al waren zij gegrond, niet tot cassatie kunnen leiden. De onderdelen zijn niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 145,17 euro jegens de eisende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Stassijns, en op de openbare terechtzitting van 18 oktober 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071018.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20071018.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div