← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071029.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071029.3 Rolnummer: S.05.0123.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2007-11-29 Raadplegingen: 566 - laatst gezien 2026-07-03 19:26 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het arrest dat vaststelt dat de kwalificatie van uitvoering van zelfstandige arbeid die partijen aan hun overeenkomst hadden gegeven, slechts door de rechter kan gewijzigd worden in een arbeidsovereenkomst als het bewijs geleverd wordt van gezagselementen die onverenigbaar zijn met de overeenkomst van uitvoering van arbeid op zelfstandige basis, verantwoordt de beslissing dat de bedoelde overeenkomsten geen zelfstandige arbeid tot voorwerp hadden maar arbeidsovereenkomsten zijn, niet naar recht indien niet wordt aangegeven hoe en in welke mate de in het arrest weergegeven elementen elk afzonderlijk of in hun geheel beschouwd, onverenigbaar zijn met de uitvoering van zelfstandige arbeid. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Bewijs Vrije woorden: Gezagsverhouding - Bewijs - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Artt. 2 en 3 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Bewijs Vrije woorden: Arbeidsovereenkomst Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Artt. 2 en 3 Fiche 3 Het is niet tegenstrijdig te oordelen dat een vonnis niet tegenwerpelijk is gezien de voorwaarden van artikel 23 Ger. W. niet vervuld zijn en dus aan te nemen dat dit vonnis geen gezag van gewijsde heeft en anderzijds te oordelen dat ditzelfde vonnis een bewijswaarde kan hebben als vermoeden. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Bewijs Vrije woorden: Gezag van het rechterlijk gewijsde - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 Fiche 4 Een vaststelling in een rechterlijke beslissing die niet het voorwerp is geweest van een betwisting tussen partijen en waaromtrent de rechter dus geen uitspraak heeft gedaan, heeft noch gezag van gewijsde, noch wettelijke bewijswaarde ten aanzien van derden. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Bewijs Vrije woorden: Niet betwiste vaststellingen - Gezag van het rechterlijk gewijsde - Bewijswaarde - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 Tekst van de beslissing Nr. S.05.0123.N COMPAGNIE, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 9000 Gent, Gasmeterlaan 191, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 mei 2005 gewezen door het Arbeidshof te Gent. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Het eerste middel in zijn geheel

  1. Het arrest neemt aan, dat het vermoeden van artikel 121 van de Arbeidsovereenkomstenwet niet weerlegd is, omdat de RSZ zelf het bewijs levert van een gezagsrelatie. Zodoende maakt het arrest in werkelijkheid geen gebruik van het bedoelde vermoeden om tot zijn beslissing te komen, maar laat het deze beslissing steunen op het door de verweerder zelf aangebrachte bewijs van een gezagsrelatie. Het middel vertoont dienvolgens geen belang en is mitsdien niet ontvankelijk. Derde middel
  2. Het arrest oordeelt dat uit het geheel van de aangewezen feitelijke elementen kan worden afgeleid dat er tussen de eiseres en de zogenaamde zelfstandige enquêteurs, al of niet studenten, een gezagsverhouding bestaat, zodat het bestaan van een arbeidsovereenkomst dient te worden aanvaard. Alhoewel het arrest tevoren vaststelt dat de kwalificatie van uitvoering van zelfstandige arbeid die de eiseres en de enquêteurs aan hun overeenkomst hadden gegeven slechts door de rechter kan worden gewijzigd in een arbeidsovereenkomst als bij betwisting het bewijs is geleverd van gezagselementen die onverenigbaar zijn met de overeenkomst van uitvoering van arbeid op zelfstandige basis, wijst het arrest in de in het arrest weergegeven elementen niet aan hoe en in welke mate zij, elk afzonderlijk of in hun geheel beschouwd, onverenigbaar zijn met de uitvoering van zelfstandige arbeid. Zodoende vermochten de appelrechters niet op basis van de weergegeven elementen te oordelen dat het bewezen is dat de bedoelde overeenkomsten geen zelfstandige arbeid tot voorwerp hadden maar arbeidsovereenkomsten waren en verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel Eerste onderdeel
  3. Het is niet tegenstrijdig, enerzijds, te oordelen dat het vonnis van de Arbeidsrechtbank te Gent van 8 mei 2003 niet tegenwerpelijk is aan de verweerder gezien de voorwaarden van artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek niet vervuld zijn en dus aan te nemen dat dit vonnis geen gezag van gewijsde heeft en, anderzijds, te oordelen dat ditzelfde vonnis een bewijswaarde kan hebben als vermoeden. Het onderdeel mist derhalve feitelijke grondslag. Tweede en derde onderdeel
  4. Het tweede onderdeel bekritiseert het arrest in zoverre het de niet-tegenwerpelijkheid aan de verweerder van het vonnis van de Arbeidsrechtbank te Gent van 8 mei 2003 laat steunen op het niet-vervuld zijn van de voorwaarden van artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek en vervolgens oordeelt dat aan voormeld vonnis niet meer bewijswaarde verbonden is, zelfs als vermoeden, dan aan het beroepen vonnis.
  5. Het derde onderdeel bekritiseert het arrest in zoverre het de niet-tegenwerpelijkheid aan de verweerder van het vonnis van de Arbeidsrechtbank te Gent van 8 mei 2003 laat steunen op de reden dat tegen dit vonnis hoger beroep werd ingesteld en dit hoger beroep nog steeds hangende is voor het Arbeidshof te Gent.
  6. De appelrechters laten hun oordeel dat bij de beoordeling van de aard van de overeenkomst tussen de eiseres en de enquêteurs geen rekening dient te worden gehouden met het vonnis van de Arbeidsrechtbank te Gent, niet alleen steunen op de in de onderdelen bekritiseerde redenen, maar tevens op de zelfstandige niet bekritiseerde reden dat het zelfstandigenstatuut niet als geschilpunt werd aangebracht voor de arbeidsrechtbank die zich daarover in het vonnis van 8 mei 2003 niet moest uitspreken omdat dit niet werd betwist omdat de sociale inspectie in het raam van dat geschil blijkbaar niets anders gedaan heeft dan vastgesteld dat de eiseres het statuut van de enquêteurs als zelfstandige heeft gekwalificeerd. De onderdelen die niet tot cassatie kunnen leiden zijn bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Vierde onderdeel
  7. Een vaststelling in een rechterlijke beslissing die niet het voorwerp is geweest van een betwisting tussen partijen en waaromtrent de rechter dus geen uitspraak heeft gedaan, heeft noch gezag van gewijsde, noch wettelijke bewijswaarde ten aanzien van derden.
  8. De appelrechters oordelen, op niet bekritiseerde wijze, dat het zelfstandigen statuut niet als geschilpunt werd aangebracht voor de arbeidsrechtbank, die zich daarover in het vonnis van 8 mei 2003 niet moest uitspreken, omdat dit niet werd betwist omdat de sociale inspectie in het raam van dat geschil blijkbaar niets anders gedaan heeft dan vastgesteld dat de eiseres het statuut van de enquêteurs als zelfstandige heeft gekwalificeerd. Vervolgens oordelen de appelrechters dat niet aan de voorwaarden van artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek is voldaan en nemen zij aldus aan dat het voormelde vonnis geen gezag van gewijsde heeft.
  9. Door te oordelen dat er geen enkele reden bestaat waarom het arbeidshof aan het vonnis van 8 mei 2003, waarbij de verweerder zelfs niet betrokken was, meer bewijswaarde, zelfs als vermoeden, zou moeten verbinden dan aan het beroepen vonnis, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht en schenden ze in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen niet. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre het oordeelt dat het vonnis van de Arbeidsrechtbank te Gent van 8 mei 2003 niet tegenwerpelijk is aan de verweerder. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feiten rechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Beatrijs Deconinck en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van negenentwintig oktober tweeduizend en zeven uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071029.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211025.3F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.