id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art. 211bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BOEKHOUDING EN JAARREKENING - ALGEMEEN - Algemeen (boekhouding en jaarrekening - algemeen) Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Rechter die verhinderde rechter bij uitspraak vervangt - Eenstemmigheid - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 211bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Wanneer de appelrechters op het hoger beroep van de burgerlijke partij de beroepen beslissing wijzigen door de vordering van de burgerlijke partij ontvankelijk en gegrond te verklaren, is voor die beslissing geen eenparigheid vereist
(1).
(1)Cass., 3 dec. 2003, AR P.02.0828.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031203.6, nr 613 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Burgerlijke rechtsvordering (bijzondere regels) UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BOEKHOUDING EN JAARREKENING - ALGEMEEN - Algemeen (boekhouding en jaarrekening - algemeen) Vrije woorden: Wijziging van de beroepen beslissing - Vereiste van eenparigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 211bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BOEKHOUDING EN JAARREKENING - ALGEMEEN - Algemeen (boekhouding en jaarrekening - algemeen) Vrije woorden: Hoger beroep van de burgerlijke partij - Wijziging van de beroepen beslissing - Vereiste van eenparigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 211bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.07.0436.N H J M R, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Koenraad Flamant-Janssen, advocaat bij de balie te Leuven, tegen S S, burgerlijke partij, verweerster, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Anja Buekenhoudt, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Brigitta Verhaeren, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 28 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert aan dat uit het vonnis of het arrest moet blijken of de rechter die bij toepassing van artikel 779, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt aangewezen om een rechter die wettig verhinderd is de uitspraak bij te wonen van een vonnis waarover hij mede heeft beraadslaagd overeenkomstig artikel 778 Gerechtelijk Wetboek, te vervangen op het ogenblik van de uitspraak, zich heeft aangesloten bij de eenparig genomen beslissing.
- Artikel 779, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek biedt de voorzitter van een gerecht de mogelijkheid om, ten einde de afdoening van een zaak te bevorderen bij wettige verhindering van een rechter om de uitspraak bij te wonen van een vonnis waarover hij mede heeft beraadslaagd, een andere rechter aan te wijzen om de verhinderde rechter bij de uitspraak te vervangen. De rechter die de verhinderde rechter vervangt, doet deze uitspraak zonder dat hij kennis heeft genomen van de zaak. De eenstemmigheidsvereiste is in dergelijk geval niet van toepassing op de vervangende rechter. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Wanneer de appelrechters op het hoger beroep van de burgerlijke partij, de beroepen beslissing wijzigen door de vordering van de burgerlijke partij ontvankelijk en gegrond te verklaren, is voor die beslissing geen eenparigheid vereist. Het middel dat van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht. Derde middel
- Wanneer de wet zoals hier geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, beoordeelt de rechter in strafzaken onaantastbaar in feite de bewijswaarde van de hem regelmatig overgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren. In zoverre het middel opkomt tegen dit oordeel is het niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel miskenning van de bewijskracht van stukken aanvoert, preciseert het niet van welke stukken het bestreden arrest de bewijskracht miskent. In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk.
- Met hun motivering leggen de appelrechters geen onrechtmatige bewijslast aan de eiser op maar verwerpen zij diens verweer als ongeloofwaardig. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- De eiser vermag geen vooringenomenheid van de appelrechters noch miskenning van het vermoeden van onschuld af te leiden uit de enkele omstandigheid dat de rechters de door de eiser aangevoerde stelling verwerpen of de geloofwaardigheid van stukken anders beoordelen dan de eiser. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Vierde middel
- Door in algemene bewoordingen te verwijzen naar de in het middel bedoelde stukken, geven de appelrechters geen uitlegging ervan maar beoordelen zij die stukken op hun bewijswaarde. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- In zoverre het middel opkomt tegen de feitelijke, mitsdien onaantastbare beoordeling van de bewijswaarde van die stukken of tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters over de noodzakelijkheid en de gepastheid van het horen van getuigen, is het niet ontvankelijk.
- Zo de rechter weliswaar verplicht is zijn beslissing te motiveren, is hij nochtans niet gehouden de redenen van zijn beweegredenen aan te geven.
- De appelrechters oordelen dat het horen van getuigen geen bijdrage kan opleveren tot het achterhalen van de waarheid omdat de te horen personen niet objectief en betrouwbaar blijken te zijn. Met die redengeving verantwoorden zij hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Vijfde middel
- Het middel verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 33,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030325.7 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031203.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div