← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.3 Rolnummer: P.07.0626.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-11-28 Raadplegingen: 453 - laatst gezien 2026-07-03 21:51 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer het onderzoeksgerecht bij de regeling van de rechtspleging met opgave van redenen oordeelt dat, gelet op de resultaten van het gerechtelijk onderzoek, de uitvoering van de door de onderzoeksrechter met toepassing van artikel 127, § 3, Wetboek van Strafvordering bevolen bijkomende onderzoeksdaden waarover de partijen verweer hebben gevoerd, slechts gedeeltelijk nuttig of noodzakelijk was, miskent het aldus noch het recht op tegenspraak of het recht van verdediging van de partij die om de onderzoekshandelingen verzocht, noch haar recht op een eerlijk proces

(1).
(1)Cass., 6 april 2004, AR P.03.1667.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040406.20, nr
  1. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Regeling van de rechtspleging - Verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen - Beslissing van de onderzoeksrechter - Andersluidend oordeel van het onderzoeksgerecht Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoek Vrije woorden: Regeling van de rechtspleging - Verzoek om bijkomende onderzoekshandelingen - Beslissing van de onderzoeksrechter - Andersluidend oordeel van het onderzoeksgerecht Tekst van de beslissing Nr. P.07.0626.N L H, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Geert Van Deyck, advocaat bij de balie te Mechelen, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Tim De Hertogh, advocaat bij de balie te Mechelen, voor mr. Geert Van Deyck, tegen
  2. S E H, inverdenkinggestelde,
  3. E J D R, inverdenkinggestelde,
  4. C H F V, inverdenkinggestelde,
  5. VLAAMS VERBOND VOOR INVESTERINGEN nv, met zetel te 1190 Vorst, Molièrelaan 143, inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 maart
  6. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  7. Het middel voert aan dat het arrest het recht op tegenspraak en het recht op een eerlijk proces van de eiser miskent omdat het niet vaststelt dat een aan de onderzoeksrechter gevraagde bijkomende onderzoeksdaad - te dezen de neerlegging van de originelen van de van valsheid betichte stukken -, hoewel bevolen, niet werd uitgevoerd.
  8. Het arrest stelt in dat verband vast dat "alle onderzoekshandelingen dienstig om de waarheid aan het licht te brengen verricht werden; dat de originele van valsheid betichte documenten aan de politiediensten werden overgelegd, die in samenspraak met de onderzoeksrechter beslist hebben deze niet in beslag te nemen en, na deze zorgvuldig te hebben beschreven, kopijen ervan neergelegd hebben ter griffie van de rechtbank; dat er dan ook geen enkele reden bestaat om te twijfelen aan de overeenstemming van deze kopijen met de originelen, nog steeds in het bezit van de inverdenkinggestelde". Het oordeelt "dat er niet de minste aanwijzing bestaat dat de stukken vermeld in de telastleggingen A.1, A.2 en A.3 vals zouden zijn".
  9. In zoverre het middel zegt dat de rechters niet vaststellen dat de originele stukken niet werden neergelegd, berust het op een onvolledige lezing van het arrest. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  10. Voor het overige bekritiseert het middel het feitelijk, mitsdien onaantastbaar, oordeel van de rechters dat de door hen vastgestelde uitvoeringsmodaliteit - te dezen het neerleggen van kopies - volstaat "om de waarheid aan het licht te brengen". In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  11. Ten slotte, wanneer het onderzoeksgerecht bij de regeling van de rechtspleging met opgave van redenen oordeelt dat, gelet op de resultaten van het gerechtelijk onderzoek, de uitvoering van de door de onderzoeksrechter met toepassing van artikel 127, § 3, Wetboek van Strafvordering bevolen bijkomende onderzoeksdaden waarover de partijen verweer hebben gevoerd, slechts gedeeltelijk nuttig of noodzakelijk was, miskent het aldus noch het recht op tegenspraak of het recht van verdediging van de partij die om de onderzoekshandelingen verzocht, noch haar recht op een eerlijk proces. In zoverre faalt het middel naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 72,93 euro waarvan 42,93 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040406.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.