← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.6 Rolnummer: P.07.0714.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-12-03 Raadplegingen: 228 - laatst gezien 2026-07-03 06:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Of een misdrijf in de zin van artikel 443 Strafwetboek is geschied in tegenwoordigheid van verscheidene personen is een feitenoordeel waarover de feitenrechter onaantastbaar oordeelt. Thesaurus CAS: LASTER EN EERROOF UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Laster en eerroof Vrije woorden: Voorwaarde van openbaarheid - Feitenrechter - Onaantastbaar oordeel Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Laster en eerroof Vrije woorden: Laster en eerroof - Voorwaarde van openbaarheid Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0714.N T D M, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1853 Strombeek-Bever, Lakenstraat 41/6, alwaar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. W V D W, beklaagde,
  2. M R R M O, beklaagde, verweerders, met als raadsman mr. Jaak De Ketelaere, advocaat bij de balie te Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 4 april
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  4. Het onderdeel dat een motiveringsgebrek aanvoert, verplicht in een werkelijkheid het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  5. Met het geheel van de redenen die het arrest (blz. 4) vermeldt en op grond waarvan de appelrechters wettig vermogen te oordelen dat de feiten zoals omschreven in de telastlegging niet bewezen zijn, sluiten de rechters het in het onderdeel bedoelde verweer van de eiseres uit. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 444, derde lid, Strafwetboek, dit in samenhang met artikel 443 Strafwetboek. Het stelt dat door het feit dat de kwaadwillige tenlasteleggingen zijn geschied in aanwezigheid van drie personen, de appelrechters niet wettig hebben kunnen oordelen dat de tenlasteleggingen niet zijn geschied in tegenwoordigheid van verscheidene personen.
  7. Of een tenlastelegging in de zin van artikel 443 Strafwetboek is geschied in tegenwoordigheid van verscheidene personen is een feitenoordeel waarover de feitenrechter onaantastbaar oordeelt. Derde middel
  8. Anders dan het middel aanvoert, hebben de appelrechters op grond van de vaststelling dat "de geviseerde bewoordingen immers uitgesproken (werden) in een privé-woning van de beide beklaagden die een feitelijke gezin vormen terwijl uit niets blijkt dat er buiten hun beiden en de journalist iemand aanwezig was", wettig vermogen te oordelen dat die feiten niet zijn geschied in aanwezigheid van verscheidene personen. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 57,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071030.6 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.