id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 490
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Verzwarende omstandigheden Vrije woorden: Bankbreuk en bedrieglijk onvermogen - Bekendmaking van het veroordelend vonnis of arrest - Aard Wettelijke bepalingen:
Art. 490
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 De appelrechters die in hoger beroep bijkomend de door artikel 490 Strafwetboek voorgeschreven maatregel van bekendmaking bevelen, dienen geen uitspraak te doen met eenparige stemmen. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Verzwarende omstandigheden Vrije woorden: Bankbreuk en bedrieglijk onvermogen - Appelrechters die bijkomend de bekendmaking van het arrest bevelen - Eenparigheid Wettelijke bepalingen:
Art. 490- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art.
211bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1226.N I-II-III F M C S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Dominique Defrance, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 juni 2007 waarbij de eiser "werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar met onmiddellijke aanhouding en dit tegen alle schikkingen van dit arrest". Het cassatieberoep II is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 juni 2007 waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eiser werd bevolen. Het cassatieberoep III is gericht tegen alle beschikkingen van het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- De cassatieberoepen zijn kennelijk slechts gericht tegen de schikkingen van het bestreden arrest die de eiser grieven.
- De cassatieberoepen II en III hebben hetzelfde voorwerp als het cassatieberoep I, wat ingevolge artikel 438 Wetboek van Strafvordering niet mogelijk is. De cassatieberoepen II en III zijn niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel dat een motiveringsgebrek aanvoert, komt in werkelijkheid op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 EVRM, 14.3, aanvang en C, IVBPR en 10 en 11 Grondwet. Het betoogt dat de appelrechters zich ten onrechte inmengen in de keuze van bewijsvoering en verdediging van de eiser, met inbegrip van zijn keuze om verstek te laten gaan en zijn recht vrij een raadsman te kiezen om hem bij te staan.
- In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 10 en 11 Grondwet zonder te vermelden waarin deze onwettigheden bestaan, is het wegens onduidelijkheid niet ontvankelijk.
- Voor het overige stellen de appelrechters vast dat de eiser voor het eerst in hoger beroep om bijkomend onderzoek verzoekt, na zowel in eerste aanleg als in graad van beroep verzet te hebben aangetekend en in de onderscheiden procedures die hij naar aanleiding van deze zaak voerde, tot zesmaal toe kort vóór de rechtszitting van raadsman te zijn veranderd zodat meermaals de behandeling van de zaak diende te worden uitgesteld om zijn verdediging alsnog toe te laten. Zij wijzen op die gronden het verzoek tot bijkomend onderzoek, nadat een nieuw verzoek tot uitstel was geweigerd, af als dilatoir. Met die redenen verantwoorden zij zonder schending van de in het middel als geschonden aangewezen verdragsartikelen hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering omdat de appelrechters hebben nagelaten de publicatie van de beslissing waartoe de eerste rechter niet had beslist, met eenparige stemmen te bevelen.
- De door artikel 490 Strafwetboek voorgeschreven bekendmaking is geen straf maar wel een beveiligingsmaatregel. De appelrechters die in hoger beroep bijkomend deze maatregel bevelen, dienen geen uitspraak te doen met eenparige stemmen. Het middel faalt naar recht. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering omdat het bestreden arrest "overgaat tot veroordeling van betichting B onder referte I".
- Het vonnis bij verstek van 9 februari 2004 van de Correctionele Rechtbank te Gent, ontslaat de eiser van vervolging wegens de telastleggingen B van de referte I in zoverre de eiser door listige kunstgrepen diensten heeft verkregen. Die vrijspraak is daartoe beperkt en betreft bijgevolg niet de overige feiten bedoeld in die telastleggingen, met name deze waarbij door de listige kunstgrepen goederen en verbintenissen werden verkregen. Het voormelde vonnis veroordeelt de eiser voor die beperkte feiten tot straf.
- Het vonnis van de correctionele rechtbank van 30 juni 2006 verklaart het verzet tegen het vonnis van 9 februari 2004 niet ontvankelijk in zoverre de eiser wegens de feiten van de telastleggingen B van de referte I van vervolging ontslagen is. Het verzet is daarentegen wel ontvankelijk verklaard wat de overige feiten van die telastleggingen betreft. Het vonnis op verzet van 30 juni 2006 veroordeelt de eiser wegens die feiten tot straf.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat de eiser door het vonnis bij verstek van 9 februari 2004 definitief vrijgesproken is voor de totaliteit van de feiten van de telastleggingen B van de referte I, berust het op een onjuiste lezing van de voormelde beslissingen en van het bestreden arrest. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- De eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis op verzet van 30 juni
- Ingevolge de devolutieve werking van het hoger beroep, dienden de appelrechters derhalve uitspraak te doen over de beperkte feiten van de telastleggingen B1 tot en met B49 van de referte I en vermochten zij de eiser wegens die feiten tot straf te veroordelen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Vijfde middel
- Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van de cassatieberoepen tegen de beslissing op de strafvordering, heeft deze beslissing kracht van gewijsde. Het cassatieberoep ingesteld tegen de beslissing waarbij eisers onmiddellijke aanhouding wordt bevolen, heeft derhalve geen bestaansreden meer.
- Het middel dat uitsluitend betrekking heeft op de beslissing tot onmiddellijke aanhouding, behoeft geen antwoord. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten in het geheel op de som van 248,52 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 6 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071106.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970528.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260520.2F.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div