← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071106.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071106.6 Rolnummer: P.07.1463.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-12-06 Raadplegingen: 608 - laatst gezien 2026-07-03 22:27 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de dader van het hoofdmisdrijf de gelden die de vermogensvoordelen uit dit misdrijf zijn, gebruikt om ermee waarden te kopen die in de plaats ervan komen, dan komen die gelden terecht in het patrimonium van de verkoper van die waarden en kunnen zij het voorwerp van het misdrijf van witwassen zijn dat met toepassing van artikel 505, derde lid, Strafwetboek wordt verbeurdverklaard

(1).
(1)Zie: Cass., 6 juni 2006, AR P.06.0274.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060606.8, nr 311. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Witwassen van vermogensvoordelen - Vermogensvoordelen bestaande uit gelden - Gelden gebruikt om waarden aan te kopen - Gelden terug te vinden in het patrimonium van de verkoper van de waarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 1° en 3°, en 505, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: HELING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden Vrije woorden: Witwassen van vermogensvoordelen - Vermogensvoordelen bestaande uit gelden - Gelden gebruikt om waarden aan te kopen - Gelden terug te vinden in het patrimonium van de verkoper van de waarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 1° en 3°, en 505, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 Een witgewassen vermogensvoordeel als bedoeld in artikel 42, 3e, Strafwetboek maakt het voorwerp van het misdrijf van witwassen uit in de zin van artikel 42, 1e, Strafwetboek en niet een vermogensvoordeel dat voortkomt uit dit misdrijf als bedoeld in artikel 42, 3e, Strafwetboek
(1).
(1)Zie de conclusie van proc.-gen. De Swaef, 4 april 2006, AR P.06.0042.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.2, nr 200. Thesaurus CAS: HELING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden Vrije woorden: Vermogensvoordeel rechtstreeks uit misdrijf verkregen - Witwassen van het vermogensvoordeel - Witgewassen vermogensvoordeel - Aard Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 1° en 3°, en 505, eerste en derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 4 - 5 Geen enkele wetsbepaling noch rechtsbeginsel staan eraan in de weg dat meerdere daders die samen een van de in artikel 505, eerste lid, Strafwetboek bepaalde misdrijven hebben gepleegd die een bepaald vermogensvoordeel tot voorwerp hebben, allen, zelfs samen met de daders van het hoofdmisdrijf, tot verbeurdverklaring ervan worden veroordeeld, mits de uitvoering van verbeurdverklaring de omvang van dit voordeel niet overschrijdt
(1).
(1)Cass., 21 okt. 2003, AR P.03.0757.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031021.3, nr 515. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden Vrije woorden: Bijzondere verbeurdverklaring - Witwassen van vermogensvoordelen - Meerdere daders Thesaurus CAS: HELING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden Vrije woorden: Witwassen van vermogensvoordelen - Meerdere daders Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 1° en 3°, en 505, eerste en derde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 6 Bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusie moet de rechter niet uitdrukkelijk de rentevoet van de compensatoire rente bepalen; indien hij dat niet uitdrukkelijk doet, dan geldt de wettelijke rentevoet
(1).
(1)Anders dan het Hof oordeelde, concludeerde het openbaar ministerie dat de feitenrechter die compensatoire interesten toekent, de rentevoet dient vast te stellen. Daarbij werd uitgegaan van een precedent in die zin: Cass., 6 jan. 1993, AR 9980, nr
  1. Thesaurus CAS: INTERESTEN - COMPENSATOIRE INTERESTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden Vrije woorden: Rentevoet - Geen conclusie strekkende tot het bepalen van de rentevoet - Taak van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.07.1463.N J P, alias D P, veroordeelde tot een vrijheidsstraf, eiser, met als raadsman mr. Luc Delbrouck, advocaat bij de balie te Hasselt. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Strafuitvoeringsrechtbank te Gent, van 10 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  3. Artikel 6 EVRM is van toepassing op de gerechten die uitspraak doen over de burgerlijke rechten en verplichtingen van de burger of over de gegrondheid van de tegen hem ingestelde strafvordering. De strafuitvoeringsrechtbank doet daarover geen uitspraak. In zoverre het onderdeel schending van artikel 6 EVRM aanvoert, faalt het naar recht.
  4. De enkele omstandigheid dat het advies van de directeur niet persoonlijk ter kennis van de veroordeelde of zijn raadsman is gebracht, houdt niet in dat deze door de inzage van het dossier geen kennis ervan heeft kunnen nemen vooraleer de zaak door de strafuitvoeringsrechtbank wordt onderzocht In zoverre de eiser miskenning van zijn recht van verdediging aanvoert, kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede en derde onderdeel
  5. De onderdelen voeren aan dat het advies van de gevangenisdirecteur zich niet in het dossier noch ter griffie van de gevangenis bevond op het ogenblik dat het dossier ter beschikking lag van de eiser of van zijn advocaat. De onderdelen verplichten het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. De onderdelen zijn niet ontvankelijk. Tweede middel
  6. Geen enkele wetsbepaling verbiedt dat het vonnis, dat in openbare rechtszitting moet worden uitgesproken, uitgesproken wordt op een andere plaats dan de gevangenis waar de zaak met gesloten deuren wordt behandeld. Het middel faalt naar recht. Derde middel
  7. In zoverre het middel het advies van de gevangenisdirecteur aanvecht, is het niet gericht tegen het bestreden vonnis en is het niet ontvankelijk.
  8. Anders dan het middel aanvoert, verwijst het bestreden vonnis niet naar een ministeriële "richtlijn van april 2007". In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  9. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 37, 40, 105, 108, 151 en 159 Grondwet, is het afgeleid uit de hiervoor vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  10. Het bestreden vonnis oordeelt: "Om de uniformiteit en rechtsgeldigheid na te streven, heeft de minister van Justitie richtlijnen uitgevaardigd waarin regels inzake de strafberekening worden bepaald waaraan de penitentiaire administratie gehouden is. De directie bepaalt in onderhavig dossier dat veroordeelde pas toelaatbaar is voor een voorlopige invrijheidstelling vanaf 23 januari 2009". Hierdoor zegt het bestreden vonnis niet dat de strafuitvoeringsrechtbank die richtlijnen toepast of erdoor gehouden is. Het trekt evenmin enig rechtsgevolg uit die richtlijnen waarop de beslissing is gesteund. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  11. Voor de berekening van de reeds ondergane vrijheidsstraf die in aanmerking genomen wordt voor een voorlopige invrijheidstelling met toepassing van artikel 26, § 2, Wet Strafuitvoering, wordt enkel de duur van de ondergane hechtenis voor de nog uit te voeren straffen in aanmerking genomen. Hierbij wordt het aantal dagen hechtenis ondergaan voor een vroegere, volledig uitgevoerde vrijheidsstraf, niet in aanmerking genomen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Vierde middel
  12. Het bestreden vonnis maakt geen toepassing van enige richtlijn van de minister van Justitie. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet genomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 5,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 6 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071106.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140910.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031021.3 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.2 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060606.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161122.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.