← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.1 Rolnummer: P.07.0961.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Burgerlijk recht - Strafrecht Invoerdatum: 2007-11-28 Raadplegingen: 646 - laatst gezien 2026-07-03 20:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De vordering van de stedenbouwkundige inspecteur tot herstel in de vorige staat is een burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf, zodat deze vordering, overeenkomstig artikel 26 Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, niet verjaart vóór de strafvordering

(1).
(1)Cass., 13 mei 2003, AR P.02.1621.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030513.18, nr 291. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Vordering tot herstel van plaats in de vorige staat - Aard - Verjaring Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 68, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 49, § 1 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 26 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiche 2 Wanneer de vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat voor de strafrechter tijdig is ingesteld, loopt de verjaring ervan niet meer totdat een in kracht van gewijsde gegane beslissing het geding beëindigd heeft
(1).
(1)Cass., 13 mei 2003, AR P.02.1621.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030513.18, nr 291. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Vordering tot herstel van plaats in de vorige staat - Verjaring - Schorsing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244 Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 68, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 49, § 1 Fiches 3 - 5 Het misdrijf van instandhouding van onwettig opgerichte bouwwerken duurt voort en de verjaring van de strafvordering neemt geen aanvang zolang aan de toestand die is ontstaan door de onwettig uitgevoerde werken, geen einde wordt gesteld onder meer door een herstel in de vorige toestand of door het verkrijgen van een regelmatige vergunning
(1).
(1)Cass., 13 mei 2003, AR P.02.1621.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030513.18, nr
  1. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Aanvang - Voortdurend misdrijf - Stedenbouw - Instandhouding van onwettig opgerichte bouwwerken Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 68, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 49, § 1 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 26 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Voortdurend misdrijf - Stedenbouw - Instandhouding van onwettig opgerichte bouwwerken Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 68, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 49, § 1 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 26 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemene verjaringstermijnen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING Vrije woorden: Instandhouding van onwettig opgerichte bouwwerken - Voortdurend misdrijf - Verjaring - Termijn - Aanvang Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 22-10-1996 - Art. 68, § 1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 49, § 1 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 26 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0961.N H V C, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Willy Van der Gucht, advocaat bij de balie te Gent, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Liesbet Van der Gucht, advocaat bij de balie te Gent, voor mr. Willy Van der Gucht. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  3. De vordering van de stedenbouwkundige inspecteur tot herstel in de vorige toestand is een burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf, zodat deze vordering, overeenkomstig artikel 26 Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, niet verjaart vóór de strafvordering.
  4. Wanneer de vordering tot herstel van de plaats in de vorige staat voor de strafrechter tijdig is ingesteld, loopt de verjaring ervan niet meer totdat een in kracht van gewijsde gegane beslissing het geding beëindigd heeft.
  5. Het misdrijf van instandhouding van onwettig opgerichte bouwwerken duurt voort. De verjaring van de strafvordering neemt geen aanvang zolang aan de toestand die ontstaan is door de onwettig uitgevoerde werken, geen einde wordt gesteld onder meer door een herstel in de vorige toestand of door het verkrijgen van een regelmatige vergunning. Het onderdeel dat aanvoert dat alleen artikel 2262bis Burgerlijk Wetboek toepasselijk is, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  6. In conclusie voor de appelrechters stelde de eiser: "Artikel 149, § 1, van het Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening bepaalt dat de rechtbank naast de straf een herstelmaatregel kan bevelen. Indien echter geen straf wordt uitgesproken, kan de rechtbank uiteraard ook geen herstelmaatregel bevelen. Indien de herstelvordering als een autonome burgerlijke vordering wordt beschouwd, volgt daaruit bovendien ook dat de verjaring van de herstelvordering valt onder de vijfjarige termijn van artikel 2262bis, § 1, lid
  7. B.W.".
  8. Met de redenen die zij vermelden (arrest blz. 8, randnummer 5), stellen de appelrechters vast dat de eerste rechter van de herstelvordering was gevat op een tijdstip waarop de instandhouding nog strafbaar was en de erop betrekking hebbende strafvordering niet vervallen was door verjaring. Zij verwerpen aldus het beweerd autonome karakter van de verjaring van de herstelvordering overeenkomstig de principes van artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, en beantwoorden eisers conclusie. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  9. Anders dan het middel aanvoert, preciseren de appelrechters (arrest blz. 8 en 9, randnummers 6 en 7), welke constructies niet, respectievelijk wel moeten worden afgebroken. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 13 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CAMON:2014:ARR.20141119.7 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180308.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230117.2N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030513.18 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080506.1 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100316.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200422.2F.5 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.