← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.2 Rolnummer: P.07.1092.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-11-28 Raadplegingen: 636 - laatst gezien 2026-07-03 22:45 Versie(s): Vertaling FR Fiche De eenheid van misdadig opzet bedoeld in artikel 65, eerste lid, Strafwetboek kan worden aangenomen voor zowel misdrijven die een bedrieglijk opzet vereisen, als misdrijven die de schuldvorm van wetens wetsbepalingen te overtreden vereisen

(1).
(1)Zie Cass., 15 dec. 1999, AR P.99.1188.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991215.4, nr 681; Cass., 9 maart 2005, AR P.04.1591.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050309.4, nr
  1. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Samenloop Vrije woorden: Eenheid van opzet - Misdrijven die een bedrieglijk opzet vereisen - Misdrijven die enkel het wetens overtreden van wetsbepalingen vereisen - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.07.1092.N L M J J G, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Albert Van Bogaert, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen Frans DE ROY, advocaat, met kantoor te 2018 Antwerpen, Paleisstraat 47, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van de nv INTERNATIONAL PROJECTS, met zetel te 2950 Kapellen, Philippe Spethstraat 112, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 13 juni
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert aan dat de appelrechters die de eiser schuldig achten aan de tenlasteleggingen A.II.2, ontdraging van activa van een gefailleerde vennootschap, en C, misdrijven met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen "zonder bedrieglijk opzet" maar "enkel wetens", ten onrechte oordelen dat deze feiten de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet zijn en dan ook één strafbare gedraging vormen, zodat de verjaring van de strafvordering slechts een aanvang nam van het laatste gepleegde feit, zijnde 25 november 1996, einddatum van de feiten van de tenlastelegging C.
  4. De eenheid van misdadig opzet bedoeld in artikel 65, eerste lid, Strafwetboek kan worden aangenomen voor zowel misdrijven die een bedrieglijk opzet, als misdrijven die de schuldvorm van wetens wetsbepalingen te overtreden vereisen. Het middel dat berust op een onjuiste rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
  5. Het middel voert aan dat de appelrechters de datum van staking van betaling vaststellen op 22 december 1995, hetzij bijna één jaar voor de faillissementsdatum, zonder dat die datum noch in de oorspronkelijke dagvaarding, noch in het beroepen vonnis was vooropgesteld of aangehouden, en ook nooit ter sprake is gekomen bij de appelrechters zodat daarover nooit een debat op tegenspraak gevoerd is kunnen worden.
  6. De eiser werd ook vervolgd wegens de tenlastelegging B: "Als verantwoordelijke, in rechte of in feite van een gefailleerde handelsven¬nootschap, in de hoedanigheid en de omstandigheden, nader omschreven onder tenlastelegging A, [hij], met het oogmerk om het faillissement uit te stellen, toegestemd [heeft] in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen, namelijk - tussen 1 januari 1995 en 31 december 1995, door acceptatie van een niet nader omschreven wissel ten bedrage van 2.024.200 frank teneinde de kredietwaardigheid te verlengen (deskundigenverslag blz. 37), - tussen 1 april 1996 en 13 november 1996, door het creëren van een kunstmatig en ruïneus krediet middels het systematisch niet nakomen van de financiële verplichtingen opzichtens geduldige schuldeisers, de desbetreffende schuldvorderingen een belangrijk gedeelte van het passief uitmakende, namelijk (zie stuk 78), BTW: 208 124 frank - tussen 1 november 1995 en 1 december 1995, door de schuld van nv International projects aan Buchinvest AG ten belope van 5.000.000 frank te hebben laten omzetten in een lening voor datzelfde bedrag, dit teneinde de kredietwaardigheid kunstmatig te verlengen (deskundigverslag blz. 25 en 42)".
  7. Niettegenstaande de vrijspraak van de eiser voor deze tenlastelegging was hij daardoor verwittigd dat de datum van de staking van betalingen gesitueerd werd in de periodes van de data vermeld in tenlastelegging B. Het middel mist feitelijke grondslag. Derde middel
  8. Het middel voert aan dat de appelrechters ten onrechte en met een gebrekkige motivering het advies van de gerechtsdeskundige niet hebben gevolgd, die de datum van staking van betalingen situeerde op 25 november
  9. Voor zover het middel opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de appelrechters of van het Hof zelf een beoordeling van feiten vraagt waarvoor het geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk. Voor het overige hebben de appelrechters, anders dan het middel aanvoert, wettig vermogen te oordelen dat, op grond van de feitelijke omstandigheden die het bestreden arrest vermeldt, de datum van staking van betalingen zich situeerde op 22 december
  10. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Vierde middel
  11. Het middel voert aan dat de overwegingen van het bestreden arrest betreffende de tenlastelegging A.II.2, niet verenigbaar zijn met de bevindingen van de gerechtsdeskundige, zodat het arrest niet alleen de bewijskracht van het deskundigenverslag miskent maar ook zijn beslissing onwettig motiveert.
  12. Het bestreden arrest steunt zijn oordeel betreffende de tenlastelegging A.II.2 niet enkel op de bevindingen van de gerechtsdeskundige, maar ook op verschillende andere feitelijke gegevens die het bespreekt. Anderzijds geven de appelrechters van het deskundigenverslag een uitlegging die met de bewoording ervan niet onverenigbaar is.
  13. Ten slotte hebben de appelrechters, anders dan het middel aanvoert, wettig vermogen te oordelen dat, op grond van de feitelijke omstandigheden die het bestreden arrest vermeldt, de eiser schuldig is aan de feiten van de tenlastelegging A.II.2 Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorge¬schreven rechts¬vormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 104,15 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 13 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210323.2N.2 ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230215.1 ECLI:BE:CTBRL:2025:ARR.20251202.2 ECLI:BE:CTBRL:2026:ARR.20260325.1 ECLI:BE:CTBRL:2026:ARR.20260520.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991215.4 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050309.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.