← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.3 Rolnummer: P.07.1190.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2008-04-23 Raadplegingen: 535 - laatst gezien 2026-07-03 23:05 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang is het cassatieberoep dat gericht is tegen de beslissing van de feitenrechter, waarbij het dossier naar het openbaar ministerie wordt verzonden teneinde de zaak voor de bij artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, voorziene controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie bij de kamer van inbeschuldigingstelling aan te brengen, evenals het cassatieberoep dat gericht is tegen het arrest waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling zich bevoegd verklaart om die controle uit te oefenen, aangezien de controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie aan de hand van het vertrouwelijk dossier tot doel heeft het recht op een eerlijk proces, gewaarborgd door artikel 6 E.V.R.M., te verzekeren en de verdachte dus tot voordeel strekt. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle van de regelmatigheid aan de hand van het vertrouwelijk dossier - Doel Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 189ter en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Controle van de regelmatigheid aan de hand van het vertrouwelijk dossier - Doel Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 189ter en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Gemis aan belang of bestaansreden UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Rechtsmiddelen Vrije woorden: Feitenrechter - Beslissing om regelmatigheid van bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie alsnog te laten controleren - Doel van deze controle Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 189ter en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Vrije woorden: Controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling zich bevoegd verklaart om die controle uit te oefenen - Doel van deze controle Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 189ter en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1190.N I

  1. R J D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke, advocaat bij de balie te Antwerpen,
  2. J K, beklaagde, eiser. II A A K, beklaagde, eiser. III
  3. R D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke, advocaat bij de balie te Antwerpen,
  4. J K, beklaagde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen I en II zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 29 juni
  5. De cassatieberoepen III zijn gericht de arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen van 11 januari 2007 (correctionele kamer) en 8 februari 2007 (kamer van inbeschuldigingstelling). De eiser I.1, tevens III.1, voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De overige eisers voeren geen middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  6. In zoverre zij gericht zijn tegen de beslissing van het arrest van 11 januari 2007 waarbij het de zaak naar het openbaar ministerie verwijst teneinde haar bij de kamer van inbeschuldigingstelling aan te brengen met het oog op het uitoefenen van de controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, zijn de cassatieberoepen van de eisers III bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. De bij artikel 235ter Wetboek van Strafvordering voorgeschreven controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie aan de hand van het vertrouwelijk dossier heeft immers tot doel het recht op een eerlijk proces, gewaarborgd door artikel 6 EVRM, te verzekeren en strekt de verdachte dus tot voordeel.
  7. In zoverre zij gericht zijn tegen de beslissing van het arrest van 8 februari 2007 waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling zich bevoegd verklaart om de gevraagde controle over de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie uit te oefenen, zijn de cassatieberoepen van de eisers III om dezelfde reden niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. Middel van de eiser I.1, tevens III.1
  8. Het middel komt op tegen de beslissing van het arrest van 11 januari 2007 waarbij het de zaak naar het openbaar ministerie verwijst teneinde haar bij de kamer van inbeschuldigingstelling aan te brengen met het oog op het uitoefenen van de controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie met toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering. Het heeft geen betrekking op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en behoeft dus geen antwoord. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoepen. Begroot de kosten in het geheel op 214,04 euro, waarvan de eisers I 67,69 euro verschuldigd zijn, de eiser II 64,55 euro en de eisers III 81,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 13 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:CONC.20081028.3 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090609.2 ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090609.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.