id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.5 Rolnummer: P.07.0798.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2007-12-03 Raadplegingen: 619 - laatst gezien 2026-07-04 00:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De omstandigheid dat door het eventueel verkrijgen van een regularisatievergunning in de toekomst geen inbreuk meer zou bestaan, noch een strijdigheid van belangen, neemt niet weg dat het misdrijf bestaat en de rechter vermag de straf te bepalen zonder rekening te houden met een nog niet verkregen regularisatievergunning
(1).
(1)Zie Cass., 4 juni 1996, AR P.95.0066.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960604.8, nr 206; Cass., 27 maart 2001, AR P.99.0551.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010327.9, nr 162. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking Vrije woorden: Mogelijkheid tot het verkrijgen van een regularisatievergunning in de toekomst Fiche 2 Geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat een stedenbouwmisdrijf niet kan worden gestraft zolang niet is beslist over een regularisatieaanvraag
(1).
(1)Zie Cass., 27 maart 2001, AR P.99.0551.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010327.9, nr 162. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking Vrije woorden: Regularisatievergunning in behandeling Fiche 3 Een landschappelijk waardevol agrarisch gebied waarin overeenkomstig artikel 15.4.6.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen, en waarbij handelingen en werken in overeenstemming met de in grondkleur aangegeven bestemming enkel mogen worden uitgevoerd voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen, geldt als agrarisch gebied met een bijzondere waarde of een ermee vergelijkbaar gebied, en behoort derhalve tot de limitatief opgesomde ruimtelijk kwetsbare gebieden, zoals bedoeld in artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999
(1).
(1)Zie Cass., 22 feb. 2005, AR P.04.1346.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.34, nr 109 met concl. procureur-generaal De Swaef; Cass., 13 sept. 2005, AR P.05.0479.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.39, nr 428; Cass., 2 mei 2006, AR P.05.1649.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.3, nr
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - SANCTIES UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Bekendmaking Vrije woorden: Strafsanctie voor het instandhouden van inbreuken - Artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999, zoals gewijzigd bij decreet van 4 juni 2003 - Ruimtelijk kwetsbare gebieden - Agrarische gebieden met bijzondere waarde en ermee vergelijkbare gebieden - Landschappelijk waardevol agrarisch gebied - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.07.0798.N
- J A H, beklaagde,
- L A V D D, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Martin Denys, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 4 mei
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De beslissing die, in toepassing van artikel 198bis Stedenbouwdecreet 1999 de herstelvordering voorlegt aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, is geen eindbeslissing. De cassatieberoepen tegen die beslissing zijn niet ontvankelijk. Onderzoek van de middelen Eerste middel Eerste onderdeel
- De omstandigheid dat door het eventueel verkrijgen van een regularisatievergunning in de toekomst geen inbreuk meer zou bestaan noch een strijdigheid van belangen, neemt niet weg dat het misdrijf bestaat en de rechter vermag de straf te bepalen zonder rekening te houden met een nog niet verkregen regularisatievergunning. De beweerde tegenstrijdigheid bestaat niet. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.3.b EVRM: de appelrechters hebben onterecht geoordeeld dat de behandeling van de zaak niet moet worden uitgesteld totdat er een beslissing is over het regularisatieverzoek.
- Geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat het stedenbouwmisdrijf waarvoor de eisers worden vervolgd, niet kan worden gestraft zolang niet is beslist over een regularisatieaanvraag. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of de eisers hebben beschikt over voldoende tijd en faciliteiten welke nodig zijn voor de voorbereiding van hun verdediging. In zoverre het onderdeel opkomt tegen dat onaantastbare oordeel, is het niet ontvankelijk. Derde onderdeel
- Het is niet tegenstrijdig te oordelen, eensdeels, dat de eventuele onwettigheid van de weigering te regulariseren voor het bestaan van het stedenbouwmisdrijf en zijn bestraffing irrelevant is, anderdeels, dat de aldus door de eiser aangevoerde onwettigheid aan dit strafbaar feit geen futiel karakter verleent. Door aldus de regelmatigheid van de weigeringsbeslissing buiten beschouwing te laten, weigeren de appelrechters niet de aantasting van de goede ruimtelijke ordening te onderzoeken. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999 vermeldt onder de ruimtelijk kwetsbare gebieden onder meer de agrarische gebieden met bijzondere waarde en de ermee vergelijkbare gebieden.
- Een landschappelijk waardevol agrarisch gebied waarin, overeenkomstig artikel 15.4.6.
- van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen, en waarbij handelingen en werken in overeenstemming met de in grondkleur aangegeven bestemming enkel mogen worden uitgevoerd voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen, geldt als agrarisch gebied met bijzondere waarde of een ermee vergelijkbaar gebied. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Een landschappelijk waardevol agrarisch gebied, als agrarisch gebied met bijzondere waarde of een ermee vergelijkbaar gebied, behoort tot de limitatief opgesomde ruimtelijk kwetsbare gebieden van artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet
- Het onderdeel faalt in zoverre naar recht.
- Voor het overige worden de eisers niet vervolgd om "bepaalde beperkingen [die] gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen die niet gelden voor agrarisch gebied zonder meer", te hebben overtreden, maar wegens het bouwen en instandhouden zonder vergunning in een volgens het gewestplan landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag. Derde middel Eerste onderdeel
- In zoverre het onderdeel het bestuur een onredelijk lang talmen verwijt, is het niet gericht tegen het bestreden arrest. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.
- Voor het overige blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet dat de eiser voor de appelrechters heeft aangevoerd dat bij het sluiten van het debat in hoger beroep, de redelijke termijn reeds was overschreden. Hij kan dit niet voor het eerst voor het Hof aanvoeren. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede, derde en vierde onderdeel
- De onderdelen zijn geheel afgeleid uit het vergeefs aangevoerde eerste onderdeel dat de redelijke termijn is overschreden. De onderdelen zijn niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 13 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960604.8 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010327.9 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.34 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.39 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div