← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.6 Rolnummer: P.07.0929.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2007-12-03 Raadplegingen: 769 - laatst gezien 2026-07-03 23:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 43bis, Strafwetboek, vereist niet dat de vordering van het openbaar ministerie schriftelijk de geldwaarde raamt, maar laat het integendeel aan de strafrechter die geldwaarde te ramen; wanneer het openbaar ministerie de bijzondere verbeurdverklaring schriftelijk heeft gevorderd en indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, is de raming van de geldwaarde altijd in het debat voor de strafrechter

(1).
(1)Zie VERSTRAETEN R., 'Enkele knelpunten inzake de 'kaalplukwet' van 19 december 2002', in 'De wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken', DE SAMBLANX M., DE BIE B. en WAETRINCKX P., (red.), Antwerpen-Oxford, Intersentia, 2004, 130-132; STESSENS G. en TRAEST P., 'Meer mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken. Een analyse van de wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken', R.W., 2003-2004, 1052-1053. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Facultatieve bijzondere verbeurdverklaring - Vermogensvoordelen die niet meer in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen - Schriftelijke vordering van het openbaar ministerie - Inhoud Fiches 2 - 5 Artikel 43bis, Strafwetboek, vereist niet dat de vordering van het openbaar ministerie schriftelijk de geldwaarde raamt, maar laat het integendeel aan de strafrechter die geldwaarde te ramen; wanneer het openbaar ministerie de bijzondere verbeurdverklaring schriftelijk heeft gevorderd en indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, is de raming van de geldwaarde altijd in het debat voor de strafrechter
(1).
(1)Zie VERSTRAETEN R., "Enkele knelpunten inzake de 'kaalplukwet' van 19 december 2002", in "De wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken", DE SAMBLANX M., DE BIE B. en WAETRINCKX P., (red.), Antwerpen-Oxford, Intersentia, 2004, 130-132; STESSENS G. en TRAEST P., "Meer mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken. Een analyse van de wet van 19 december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken", R.W., 2003-2004, 1052-1053. Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Strafzaken - Strafvordering - Verbeurdverklaring - Facultatieve bijzondere verbeurdverklaring - Vermogensvoordelen - Vermogensvoordelen die niet meer in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen - Schriftelijke vordering van het openbaar ministerie - Inhoud Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Strafvordering - Verbeurdverklaring - Facultatieve bijzondere verbeurdverklaring - Vermogensvoordelen - Vermogensvoordelen die niet meer in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen - Schriftelijke vordering van het openbaar ministerie - Raming van de geldwaarde van de vermogensvoordelen - Bevoegdheid van de rechter Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Recht op tegenspraak - Strafvordering - Verbeurdverklaring - Facultatieve bijzondere verbeurdverklaring - Vermogensvoordelen - Vermogensvoordelen die niet meer in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen - Schriftelijke vordering van het openbaar ministerie - Raming van de geldwaarde van de vermogensvoordelen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Artikel 6.3.b - Recht van verdediging - Strafvordering - Verbeurdverklaring - Facultatieve bijzondere verbeurdverklaring - Vermogensvoordelen - Vermogensvoordelen die niet meer in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen - Schriftelijke vordering van het openbaar ministerie - Raming van de geldwaarde van de vermogensvoordelen Fiches 6 - 8 De feitenrechter raamt onaantastbaar de geldwaarde van zaken die niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde; het Hof kan enkel nagaan of de geraamde geldwaarde van de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek, valt binnen de grenzen van de schriftelijke vordering van de procureur des Konings en betrekking heeft op de bewezen verklaarde misdrijven. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Facultatieve bijzondere verbeurdverklaring - Schriftelijke vordering van het openbaar ministerie - Vermogensvoordelen die niet meer in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen - Raming van de geldwaarde door de rechter - Onaantastbare beoordeling - Toezicht van het Hof Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Facultatieve bijzondere verbeurdverklaring - Schriftelijke vordering van het openbaar ministerie - Vermogensvoordelen die niet meer in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen - Raming van de geldwaarde door de rechter - Toezicht van het Hof Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Grondwettelijke machten - Rechterlijke macht - art. 144-159 - Hof van Cassatie - art. 147 Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Facultatieve bijzondere verbeurdverklaring - Schriftelijke vordering van het openbaar ministerie - Vermogensvoordelen die niet meer in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen - Raming van de geldwaarde door de rechter - Toezicht van het Hof Annotaties Publicaties: N.C. - Erwin FRANCIS; De schriftelijke vordering van het openbaar ministerie als voorwaarde voor de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen. - 2008, 201-206 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0929.N 1. M S, beklaagde, 2. H S, beklaagde, 3. M S, beklaagde, 4. E S, beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, die voorheen woonplaats heeft gekozen op het kantoor van de BBI-Antwerpen te Antwerpen, Italiëlei 4, bus 5, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 23 mei 2007 De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van de artikelen 149 Grondwet, 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: uit het arrest blijkt voor de bewezen verklaarde telastleggingen B.I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII en IX in de zaak I niet, minstens niet voldoende precies, waar de feiten werden gepleegd en welke aankopen (van welke goederen en welke hoeveelheden) de telastleggingen betreffen. 2. De vordering van het openbaar ministerie voor de raadkamer, de dagvaarding en het beroepen vonnis omschrijven duidelijk en nauwkeurig de voormelde telastleg¬gingen, zowel wat betreft de plaats waar de feiten werden gepleegd als welke aankopen de telastleggingen betreffen. 3. Het bestreden arrest bevat, kennelijk wegens verschrijving, niet de tekst van de tenlastelegging B van de zaak I. Het herstelt wel een materiële vergissing in die tenlastelegging B van zaak I . Het overweegt verder: "Het wordt de [eisers] verweten van de vijfde tot en met dertiende oorspronkelijke beklaagden, die thans niet meer in zake zijn, op niet nader te bepalen data tussen 30 september 1994 en 1 oktober 1995 ‘in het zwart' diamanten te hebben aangekocht. Met name werden deze aankopen, respectievelijk verkopen, niet als dusdanig en dus naar werkelijkheid boekhoudkundig verwerkt". Het verklaart de schuld van de eisers niet bewezen wat betreft de feiten C.2 van de zaak I en verklaart hen schuldig aan de thans aangehouden feiten in de zaak I, met een beperking evenwel wat de feiten, A.I.
  1. a)betreft. 4. Op grond van deze elementen staat het vast dat het bestreden arrest de eisers veroordeelt voor de voormelde feiten B.I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII en IX van de zaak I, zoals omschreven in de vordering van het openbaar ministerie voor de raadkamer, de dagvaarding en het beroepen vonnis. Het Hof kan aldus nagaan voor welke feiten de eisers zijn veroordeeld en het kan aldus zijn toezicht uitoefenen op de wettigheid van de veroordeling van de eisers. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel 5. Het bestreden arrest vermeldt in zijn dictum onder meer de artikelen 193, 197, 197, 213, 246, 247 en 252 Strafwetboek. De dubbele vermelding van artikel 197 is kennelijk een verschrijving zodat die artikelen dienen gelezen te worden als: 193, 194, 196, 197, 213, 246, 247 en 252 Strafwetboek. Die verschrijving maakt de bestreden beslissing niet onwettig. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel 6. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest legt de tweede en de derde eisers een bijzondere verbeurdverklaring van (telkens) 3.000.000 euro en de eerste en de vierde eisers van (telkens) 1.500.000 euro op, om redenen die het arrest niet preciseert, zodat het Hof in de onmogelijkheid verkeert na te gaan of de redenen waarmee het hof van beroep rekening houdt, de beslissing tot het opleggen van deze straf verantwoorden. 7. Het bestreden arrest geeft voor de verbeurdverklaring volgende redenen: "Bij toepassing van artikel 21ter Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering wordt dan ook enkel de bijkomende straf van de bijzondere verbeurdverklaring, zoals hierna verder uiteengezet, opgelegd. Het blijft inderdaad gepast, niettegenstaande het overschreden zijn van de redelijke termijn, de vermogensvoordelen die beklaagden hebben genoten ingevolge de hen ten laste gelegde misdrijven verbeurd te verklaren, gelet, onder meer, op de ernst van de feiten." Met deze redenen geeft het arrest te kennen dat, afgezien van andere redenen, de ernst van de feiten op zich de verbeurdverklaringen verantwoordt. Het middel mist feitelijke grondslag. Vierde middel 8. Het middel voert schending aan van de artikelen 42, 1° en 3°, en 43bis Strafwetboek, 6.3.b EVRM en miskenning van het recht van verdediging: het openbaar ministerie heeft voor de uitgesproken verbeurdverklaringen die rechtstreeks uit de bewezen verklaarde misdrijven voortkomen, van telkens 3.000.000 euro tegen de tweede en de derde eiser en van telkens 1.500.000 euro tegen de eerste en de vierde, niet of alleszins niet tot beloop van die bedragen gevorderd. 9. Krachtens artikel 43bis, eerste en tweede lid, Strafwetboek kan de rechter de bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek slechts uitspreken voor zover de procureur des Konings dit schriftelijk heeft gevorderd en, indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag. 10. Het voornoemde artikel 43bis Strafwetboek vereist niet dat de vordering van de procureur des Konings schriftelijk de geldwaarde raamt. Het laat het integendeel aan de strafrechter die geldwaarde te ramen. 11. Wanneer de procureur des Konings de bijzondere verbeurdverklaring schriftelijk heeft gevorderd en indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, is de raming van de geldwaarde altijd in het debat voor de strafrechter. 12. De feitenrechter raamt onaantastbaar de geldwaarde van zaken die niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde. Het Hof kan enkel nagaan of de geraamde geldwaarde van de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek valt binnen de grenzen van de schriftelijke vordering van de procureur des Konings en betrekking heeft op de bewezen verklaarde misdrijven. 13. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de procureur des Konings in zijn schriftelijke vordering voor de Correctionele Rechtbank te Antwerpen overeenkomstig de artikelen 42, 43bis en 505 Strafwetboek de verbeurdverklaring heeft gevorderd van:  de goederen en waarden neergelegd onder de overtuigingsstukken 6983/97, 6984/97 en 6985/97;  de gelden op de rekening 4349 bij de Bank Max Fischer op naam van de vennootschap E&H Diamonds (974.026,06 euro en 335.157 euro );  de geldwaarde (2.273.714,11 euro ) van illegaal verworven voordelen (telastlegging A.I.
  2. a)"waarbij rekening werd gehouden met de (...) gevorderde verbeurdverklaring [wegens] het (...) misdrijf witwassen ([telastlegging] C.I)";  de som van 1.899.313,36 euro en 310.503,41 $, dit zijn overeenkomstig artikel 505 Strafwetboek de voorwerpen van de misdrijven vermeld voor de telastleggingen C.I en III. - het openbaar ministerie voor het hof van beroep met betrekking tot de verbeurdverklaringen schriftelijk heeft aangevoerd: 1. "Wat het vermogensvoordeel betreft sub A.I stelt mijn ambt vast dat de zendingen naar Japan verzekerd werden voor een bedrag van 93.198.604 $. Verrekening van de ontweken verbruiksbelasting zou een vermogensvoordeel opleveren van 2.687.008 euro ;" 2. "Ter aanvulling van de schriftelijke vordering van de procureur des Konings die hernomen wordt voor zover er niet wordt van afgeweken, laat het openbaar ministerie het volgende gelden: het witgewassen vermogensvoordeel (vanaf 20 mei 1995) bedraagt 1.905.366 euro . Het facultatief te verbeuren vermogensvoordeel rekening houdend met de verplichte verbeurdverklaring bedraagt alsdan 781.642 euro ". 14. De appelrechters oordelen dat: - voor de feiten van zaak I, A.I.d en e, A.II, B en D (arrest blz. 49) de schuld van de eisers be¬wezen is en het illegale vermogensvoordeel "concreet [kan] worden berekend op de waarde van de fictief geboekte betalingen zoals aangehouden in de telastleggingen A.I.d en e". Dit vermogensvoordeel bedraagt bijgevolg 280.269.056 frank (A.I.
  3. d)en 207.553.206 frank (A.I.e); - voor de feiten van zaak I, A.I.a, A.I.b, A.I.c.1, A.III en C (arrest blz. 50), voor C er vrijspraak is, de andere telastleggingen bewezen zijn en dat het illegale vermogensvoordeel "minstens 100.000.000 frank bedraagt"; - de eisers uit de bewezen verklaarde misdrijven rechtstreeks aanzienlijke vermogensvoordelen hebben verkregen, "met name het creëren van fictieve geldstromen en goederenvoorraden, die bovendien dienstig kunnen zijn in een witwasoperatie"; - deze vermogensvoordelen niet in het vermogen van de veroordeelden kunnen worden gevonden; - de inbeslaggenomen goederen in de plaats zijn gesteld van de vermogensvoordelen; - de appelrechters de bijzondere verbeurdverklaring ten laste van H S en M S ramen op telkens 3.000.000 euro en voor M S en E S op telkens 1.500.000 euro . 15. Uit het voornoemde volgt dat de raming van de geldwaarde van de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek in het debat was en dat de verbeurdverklaringen die de appelrechters hebben uitgesproken, vallen binnen de grenzen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie en betrekking hebben op de bewezen verklaarde misdrijven. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 229,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 13 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.6 Gerelateerde publicatie(
  4. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130911.3 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190320.2 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200324.1N.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140304.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151222.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160405.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180925.5 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181128.5 Link JUSTEL: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070523.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.