← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071115.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071115.2 Rolnummer: C.06.0569.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-12-28 Raadplegingen: 510 - laatst gezien 2026-07-03 22:28 Versie(s): Vertaling FR Fiche De huurder heeft slechts recht op vergoeding vanwege de verhuurder, wegens het niet verwezenlijken van de voorwaarden van diens persoonlijke betrekking van het goed of door zijn afstammelingen binnen de gestelde termijn, als het huurcontract eindigt ingevolge opzegging door de verhuurder. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HUISHUUR - Einde (Opzegging. Verlenging. Enz) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Gezinswoning Vrije woorden: Opzegging door de verhuurder - Persoonlijke betrekking - Niet-verwezenlijking - Vergoeding Wettelijke bepalingen: Wet - 20-02-1991 - Art. 3, §§ 1 en 2 Tekst van de beslissing Nr. C.06.0569.N

  1. D.L., en,
  2. V.A., samenwonende te eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen T.M., verweerster, aan wie rechtsbijstand werd verleend op 6 november 2006 onder nummer G.06.0167.N, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 480, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 24 april 2006 gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, zetelend in hoger beroep. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Artikel 3, §1, van de Woninghuurwet bepaalt dat elke huurovereenkomst bedoeld in artikel 1 wordt geacht te zijn aangegaan voor een duur van negen jaar. Artikel 3, §2, eerste lid, van deze wet laat de verhuurder toe de huurovereenkomst te allen tijde te beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden, indien hij voornemens is het goed persoonlijk en werkelijk te laten betrekken door zijn afstammelingen. Artikel 3, §2, derde lid, van deze wet bepaalt dat het goed binnen een jaar na het verstrijken van de opzegging moet worden betrokken. Artikel 3, §2, vierde lid, van deze wet bepaalt dat indien de verhuurder, zonder het bewijs te leveren van buitengewone omstandigheden, binnen de gestelde termijn en voorwaarden de betrekking van het goed niet verwezenlijkt, de huurder recht heeft op een vergoeding die gelijk is aan achttien maanden huur.
  4. Uit deze bepalingen volgt dat de huurder slechts recht heeft op de vergoeding bedoeld in artikel 3, §2, vierde lid, van de Woninghuurwet, als het huurcontract eindigt ingevolge een opzegging door de verhuurder.
  5. Het bestreden vonnis oordeelt dat: - de eisers de huurovereenkomst hebben opgezegd op 23 december 2003 met een termijn van zes maanden die verstreek op 30 juni 2004; - de huurovereenkomst tussen de eisers en de verweerster met onderling akkoord werd beëindigd op 31 mei
  6. De appelrechters die oordelen dat de huurovereenkomst tussen de partijen in onderling akkoord overeenkomst is beëindigd, konden niet zonder schending van het in het middel aangehaalde wetsartikel, beslissen dat de verweerster recht had op de vergoeding waarvan sprake in artikel 3, §2, vierde lid, van de Woninghuurwet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eisers veroordeelt tot betaling aan de verweerster van een bedrag van 11.156,58 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke interest vanaf 7 oktober 2004 en in zoverre het uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen, zetelend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Albert Fettweis, Benoît Dejemeppe en Beatrijs Deconinck, en op de openbare terechtzitting van 15 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071115.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170928.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.