id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071115.3 Rolnummer: C.06.0621.N-C.06.0622.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2007-12-28 Raadplegingen: 519 - laatst gezien 2026-07-03 23:18 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek, dat het recht van verzet van de schuldeisers tegen een verdeling bepaalt, raakt de openbare orde niet en is niet van dwingend recht
(1)Zie Cass., 3 dec. 1999, AR C.96.0121.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991203.3, nr. 658, met concl. A.G. De Riemaecker. Thesaurus CAS: PAULIAANSE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ERFRECHT - Erfrecht - Vereffening en verdeling Vrije woorden: Schuldeisers - Verzet - Wettelijke bepaling - Aard Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 882 en 1167 Thesaurus CAS: VERDELING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ERFRECHT - Erfrecht - Vereffening en verdeling Vrije woorden: Schuldeisers - Verzet - Wettelijke bepaling - Aard Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 882 en 1167 Tekst van de beslissing Nr. C.06.0621.N J.Y., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- A.A. verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
- V.J., verweerder, minstens opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. Nr. C.06.0622.N V.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- A.A., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
- J.Y., verweerster, minstens opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 19 april 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres in de zaak C.06.0621.N voert in haar verzoekschrift een middel aan. De eiser in de zaak C.06.0622.N voert in zijn verzoekschrift een middel aan. A. De zaak C.06.0621.N Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 882, 1167, 1390, 1427 en 1430 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest: "Ontvangt het hoger beroep en het incidenteel beroep, doch verklaart beide ongegrond. Bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis. Verwijst (de tweede verweerder) en (de eiseres) in de kosten van de procedure in hoger beroep, (...)". op grond van de motieven op p. 3-4: "1.
- Ingevolge artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek kunnen de schuldeisers in hun eigen naam opkomen tegen de handelingen die hun schuldenaar verricht heeft met bedrieglijke benadeling van hun rechten. Deze pauliaanse vordering is evenwel onderworpen aan een aantal voorwaarden, met name: - de anterioriteit van de schuldvordering, - de verarming van de schuldenaar en de benadeling van de schuldeiser, het bedrog van de schuldenaar, - de medeplichtigheid of het medeweten van de derde betrokkene. 1.
- (De tweede verweerder) werpt, bij incidenteel beroep, de ontoelaatbaarheid op van de pauliaanse vordering met als argument dat de aangevochten rechtshandeling deel uitmaakt van de akte voorafgaandelijk aan de echtscheiding door onderlinge toestemming en, nu deze overeenkomst een geheel vormt met de echtscheiding die van openbare orde is, deze niet kan aangevochten worden, voor zover de echtscheiding zelf niet wordt aangevochten. Gezien de echtscheiding in casu is overgeschreven is zij tegenstelbaar aan derden, zo stelt hij, met inbegrip van de thans aangevochten rechtshandeling. 1.
- Een pauliaanse vordering beoogt de niet-tegenstelbaarheid van een aangevochten rechtshandeling en herstel in natura of bij equivalent ten voordele van de schuldeiser. De pauliaanse vordering beoogt niet de herroeping van de hele regeling voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming of de nietigheid van de echtscheiding zelf. Er is dan ook geen enkel element van openbare orde dat zich tegen deze vordering verzet. De pauliaanse vordering is dan ook ontvankelijk". Grieven Op grond van de artikelen 1390, 1427 en 1430 van het Burgerlijk Wetboek heeft de echtscheiding de ontbinding tot gevolg van het tussen de echtelieden bestaande huwelijksstelsel, dewelke op haar beurt de vereffening en verdeling ten gevolge heeft van dat stelsel. Krachtens het derde lid van voormeld artikel 1430 van het Burgerlijk Wetboek zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de vereffening en veiling en die van het Burgerlijk Wetboek betreffende de verdeling van nalatenschappen van overeenkomstige toepassing. Artikel 1167, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de schuldeisers ook in hun eigen naam kunnen opkomen tegen de handelingen die hun schuldenaar verricht heeft met bedrieglijke benadeling van hun rechten. Niettemin bepaalt het tweede lid van dit artikel dat, wat betreft hun recht vermeld in de titel "erfenissen" en "huwelijksvermogensstelsels", zij zich naar de aldaar voorgeschreven regels moeten gedragen. Artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de schuldeisers van een deelgenoot, om te beletten dat de verdeling met bedrieglijke benadeling van hun rechten geschiedt, zich ertegen kunnen verzetten dat zij buiten hun aanwezigheid gedaan wordt en, dat zij het recht hebben om op eigen kosten in de verdeling tussen te komen. Maar dit artikel bepaalt echter ook dat de schuldeisers niet kunnen opkomen tegen een voltrokken verdeling, behalve wanneer deze heeft plaats gehad buiten hen om en met een miskenning van een door hen gedaan verzet. Uit de voorgaande wetsbepalingen volgt dat de schuldeisers van een medegerechtigde in een huwelijksvermogenstelsel de pauliaanse vordering bepaald in artikel 1167, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek niet kunnen uitoefenen tegen een buiten hen voltrokken verdeling, wanneer zij voordien tegen die verdeling geen verzet hebben gedaan, behalve wanneer de verdeling fictief blijkt of bedrieglijk werd voltrokken teneinde het in artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde verzet onmogelijk te maken. Hieruit volgt dat de appelrechters, door te beslissen dat er geen enkel element is dat zich tegen de pauliaanse vordering van de eerste verweerder verzet, zonder vast te stellen dat de tussen de eiseres en de tweede verweerder tot stand gekomen verdeling van hun huwelijksvermogensstelsel fictief is of bedrieglijk voltrokken werd teneinde het in artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde verzet onmogelijk te maken, de aangehaalde artikelen schenden door de vordering van de eerste verweerder ontvankelijk te verklaren, omdat buiten de voormelde niet voorhanden zijnde gevallen de eerste verweerder dergelijke vordering niet meer kan instellen tegen de tussen de eiseres en de tweede verweerder voltrokken verdeling. (schending van de artikelen 882, 1167, 1390, 1427 en 1430 van het Burgerlijk Wetboek). B. De zaak C.06.0622.N Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 882, 1167, 1390, 1427 en 1430 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest: "Ontvangt het hoger beroep en het incidenteel beroep, doch verklaart beide ongegrond. Bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis. Verwijst (de tweede verweerster) en (de eiser) in de kosten van de procedure in hoger beroep, (...)". op grond van de motieven op p. 3-4: "1.
- Ingevolge artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek kunnen de schuldeisers in hun eigen naam opkomen tegen de handelingen die hun schuldenaar verricht heeft met bedrieglijke benadeling van hun rechten. Deze pauliaanse vordering is evenwel onderworpen aan een aantal voorwaarden, met name: - de anterioriteit van de schuldvordering, - de verarming van de schuldenaar en de benadeling van de schuldeiser, het bedrog van de schuldenaar, - de medeplichtigheid of het medeweten van de derde betrokkene. 1.
- (De eiser) werpt, bij incidenteel beroep, de ontoelaatbaarheid op van de pauliaanse vordering met als argument dat de aangevochten rechtshandeling deel uitmaakt van de akte voorafgaandelijk aan de echtscheiding door onderlinge toestemming en, nu deze overeenkomst een geheel vormt met de echtscheiding die van openbare orde is, deze niet kan aangevochten worden, voor zover de echtscheiding zelf niet wordt aangevochten. Gezien de echtscheiding in casu is overgeschreven is zij tegenstelbaar aan derden, zo stelt hij, met inbegrip van de thans aangevochten rechtshandeling. 1.
- Een pauliaanse vordering beoogt de niet-tegenstelbaarheid van een aangevochten rechtshandeling en herstel in natura of bij equivalent ten voordele van de schuldeiser. De pauliaanse vordering beoogt niet de herroeping van de hele regeling voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming of de nietigheid van de echtscheiding zelf. Er is dan ook geen enkel element van openbare orde dat zich tegen deze vordering verzet. De pauliaanse vordering is dan ook ontvankelijk". Grieven Op grond van de artikelen 1390, 1427 en 1430 van het Burgerlijk Wetboek heeft de echtscheiding de ontbinding tot gevolg van het tussen de echtelieden bestaande huwelijksstelsel, dewelke op haar beurt de vereffening en verdeling ten gevolge heeft van dat stelsel. Krachtens het derde lid van voormeld artikel 1430 van het Burgerlijk Wetboek zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de vereffening en veiling en die van het Burgerlijk Wetboek betreffende de verdeling van nalatenschappen van overeenkomstige toepassing. Artikel 1167, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de schuldeisers ook in hun eigen naam kunnen opkomen tegen de handelingen die hun schuldenaar verricht heeft met bedrieglijke benadeling van hun rechten. Niettemin bepaalt het tweede lid van dit artikel dat, wat betreft hun recht vermeld in de titel "erfenissen" en "huwelijksvermogensstelsels", zij zich naar de aldaar voorgeschreven regels moeten gedragen. Artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de schuldeisers van een deelgenoot, om te beletten dat de verdeling met bedrieglijke benadeling van hun rechten geschiedt, zich ertegen kunnen verzetten dat zij buiten hun aanwezigheid gedaan wordt en, dat zij het recht hebben om op eigen kosten in de verdeling tussen te komen. Maar dit artikel bepaalt echter ook dat de schuldeisers niet kunnen opkomen tegen een voltrokken verdeling, behalve wanneer deze heeft plaats gehad buiten hen om en met een miskenning van een door hen gedaan verzet. Uit de voorgaande wetsbepalingen volgt dat de schuldeisers van een medegerechtigde in een huwelijksvermogenstelsel de pauliaanse vordering bepaald in artikel 1167, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek niet kunnen uitoefenen tegen een buiten hen voltrokken verdeling, wanneer zij voordien tegen die verdeling geen verzet hebben gedaan, behalve wanneer de verdeling fictief blijkt of bedrieglijk werd voltrokken teneinde het in artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde verzet onmogelijk te maken. Hieruit volgt dat de appelrechters, door te beslissen dat er geen enkel element is dat zich tegen de pauliaanse vordering van de eerste verweerder verzet, zonder vast te stellen dat de tussen de eiser en de tweede verweerster tot stand gekomen verdeling van hun huwelijksvermogensstelsel fictief is of bedrieglijk voltrokken werd teneinde het in artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde verzet onmogelijk te maken, de aangehaalde artikelen schenden door de vordering van de eerste verweerder ontvankelijk te verklaren, omdat buiten de voormelde niet voorhanden zijnde gevallen de eerste verweerder dergelijke vordering niet meer kan instellen tegen de tussen de eiser en de tweede verweerster voltrokken verdeling. (schending van de artikelen 882, 1167, 1390, 1427 en 1430 van het Burgerlijk Wetboek). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voeging
- De zaken C.06.0621.N en C.06.0622.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Zij dienen te worden gevoegd. A De zaak C.06.0621.N Ontvankelijkheid
- De verweerder sub 1 werpt op dat het middel nieuw en mitsdien niet ontvankelijk is.
- Artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de schuldeisers van een deelgenoot, om te beletten dat de verdeling met bedrieglijke benadeling van hun rechten geschiedt, zich ertegen kunnen verzetten dat zij buiten hun aanwezigheid gedaan wordt en, dat zij het recht hebben om op eigen kosten in de verdeling tussen te komen. Dit artikel bepaalt verder dat de schuldeisers niet kunnen opkomen tegen een voltrokken verdeling, behalve wanneer deze heeft plaats gehad buiten hen om en met miskenning van een door hen gedaan verzet. Die bepaling raakt de openbare orde niet en is niet van dwingend recht.
- De partijen hebben voor de appelrechters niet aangevoerd dat de pauliaanse vordering van de verweerder sub 1 niet ontvankelijk is omdat die verweerder niet in de verdeling is tussengekomen of er geen verzet heeft tegen gedaan vóór die voltrokken was en de appelrechters hebben evenmin op eigen initiatief het artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek toegepast. Het middel is nieuw en mitsdien niet ontvankelijk. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden aangenomen. B. De zaak C.06.0622.N Ontvankelijkheid
- De verweerder werpt op dat het middel nieuw en mitsdien niet ontvankelijk is.
- De partijen hebben voor de appelrechters niet aangevoerd dat de vordering van de verweerder sub 1 niet ontvankelijk is omdat die verweerder niet in de verdeling is tussengekomen of er geen verzet heeft tegen gedaan voor die voltrokken was en de appelrechters hebben evenmin op eigen initiatief, het artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek toegepast.
- Uit het antwoord in de randnummers 3 en 4 volgt dat de grond van niet-ontvankelijkheid moet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Voegt de zaken C.06.0621.N en C.06.0622.N. Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiseres in de kosten van het cassatieberoep in de zaak C.06.0621.N. Veroordeelt de eiser in de kosten van het cassatieberoep in de zaak C.06.0622.N. De kosten in de zaak C.06.0621.N zijn begroot op de som van 754,16 euro jegens de eisende partij en op de som van 163,10 euro jegens de verwerende partijen. De kosten in de zaak C.06.0622.N zijn begroot op de som van 808,99 euro jegens de eisende partij en op de som van 163,10 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Albert Fettweis, Benoît Dejemeppe en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 15 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071115.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991203.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div