id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.2 Rolnummer: P.07.1109.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2007-12-06 Raadplegingen: 737 - laatst gezien 2026-07-03 22:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 2, tweede lid, Strafwetboek, vindt geen toepassing wanneer een vroeger besluit wordt vervangen door een later besluit dat genomen werd ter uitvoering van dezelfde wet als het vroegere besluit, zonder dat de wet zelf gewijzigd werd; de feiten die ingevolge het vroegere besluit strafbaar waren ten tijde waarop ze werden gepleegd, blijven strafbaar, zelfs indien ze ingevolge het latere besluit, genomen ter uitvoering van dezelfde wet die niet werd gewijzigd, ten tijde van de uitspraak geen strafbaar feit meer opleveren
(1).
(1)Cass., 10 dec. 1991, AR 4910, nr 193; 21 feb. 1995, AR P.93.1119.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950221.11, nr 103 en 30 april 2002, AR P.00.1767.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020430.2, nr 263. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Uitlegging Vrije woorden: Werking in de tijd - Strafwet - Uitvoeringsbesluit - Wijziging - Terugwerkende kracht Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Uitlegging Vrije woorden: Werking in de tijd - Strafwet - Uitvoeringsbesluit - Wijziging - Terugwerkende kracht Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Uitlegging Vrije woorden: Strafwet - Werking in de tijd - Uitvoeringsbesluit - Wijziging Fiche 4 Artikel 15.1, derde zin, I.V.B.P.R., heeft enkel voor gevolg dat de beklaagde retroactief aanspraak kan maken op een gunstiger regime dan datgene dat van toepassing was ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit, wanneer uit de nieuwe regeling blijkt dat het inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van dit feit is gewijzigd
(1).
(1)Cass., 26 feb. 2002, AR P.00.1034.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020226.33, nr
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES, BESLUITEN - Uitlegging Vrije woorden: Artikel 15.1 - Retroactiviteitsregel - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.07.1109.N
- G. E. M. D., beklaagde, met als raadsman mr. Marc De Boel, advocaat bij de balie te Gent,
- T.N.Y. TRANS nv, met zetel te 9700 Oudenaarde, Paalstraat 10, vertegenwoordigd door Karine Merchiers, lasthebber ad hoc, beklaagde, eisers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 13 juni
- De eerste eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De tweede eiseres voert geen middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat wanneer de bijzondere wet naast het vastleggen van de strafmaat, enkel "de overtreding van de besluiten ter uitvoering van de wet" als omschrijving van het misdrijf bevat (zgn. blanco-strafwet), terwijl het uitvoeringsreglement de concrete delictsinhoud omschrijft, een minder strenge reglementering ten tijde van het vonnis vergeleken met die ten tijde van het misdrijf steeds de beklaagde ten goede moet komen met toepassing van artikel 2, tweede lid, Strafwetboek, om reden van het "evolutief" karakter van die reglementering, overeenstemmend met de "ontwikkeling der opvattingen".
- Artikel 2, tweede lid, Strafwetboek is enkel toepasselijk wanneer de wet ten tijde van het vonnis verschilt van de wet ten tijde van het misdrijf. Deze bepaling vindt geen toepassing wanneer een vroeger besluit wordt vervangen door een later besluit dat genomen werd ter uitvoering van dezelfde wet als het vroegere besluit, zonder dat de wet zelf gewijzigd werd. De feiten die ingevolge het vroegere besluit strafbaar waren ten tijde waarop ze werden gepleegd, blijven strafbaar, zelfs indien ze ingevolge het latere besluit, genomen ter uitvoering van dezelfde wet die niet werd gewijzigd, ten tijde van de uitspraak geen strafbaar feit meer opleveren.
- Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, bestaat er geen wettelijke bepaling noch een algemeen rechtsbeginsel dat bepaalt dat de uitvoeringsreglementen van een "blanco-strafwet" uit het bijzonder strafrecht beantwoorden aan de notie van een "evolutieve" reglementering, aan te passen aan de "ontwikkeling der opvattingen", met toepassing van artikel 2, tweede lid, Strafwetboek tot gevolg. Het onderdeel faalt naar recht. Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat ook bij ontstentenis van een uitdrukkelijk wettelijke bepaling, elke mildere reglementering ter uitvoering van de blanco strafnorm ten tijde van de uitspraak hoe dan ook krachtens de retroactiviteitsregel bepaald in artikel 15.1, derde zin, IVBPR, dat rechtstreeks toepasselijk is in de interne rechtsorde, ten gunste van de beklaagde moet worden toegepast.
- Voormelde verdragsrechtelijke bepaling heeft enkel voor gevolg dat de beklaagde retroactief aanspraak kan maken op een gunstiger regime dan datgene dat van toepassing was ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit, wanneer uit de nieuwe regeling blijkt dat het inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van dit feit is gewijzigd.
- Vermits dergelijk inzicht niet blijkt bij een latere meer gunstige uitvoeringsreglementering zonder wijziging van de strafwet zelf, leidt de niet-toepassing van voormelde retroactiviteitsregel niet tot een schending van de aangehaalde verdragsbepaling. Het onderdeel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 20 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190130.8 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220419.2N.11 precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950221.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020226.33 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020430.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150623.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160607.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div