id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071122.6 Rolnummer: F.06.0028.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2007-12-24 Raadplegingen: 832 - laatst gezien 2026-07-03 07:48 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20071122.6 Fiches 1 - 2 Inzake inkomstenbelastingen moeten het verzoekschrift in cassatie en de memorie van antwoord van de belastingplichtige in elk geval door een advocaat worden ondertekend en neergelegd, terwijl het verzoekschrift in cassatie van de Belgische Staat door een ambtenaar van een belastingadministratie mag worden ondertekend en neergelegd
(1).
(1)Zie Cass., 9 maart 2006, AR nr F.04.0052.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060309.10, www.cass.be, met concl. O.M.; Cass., 16 nov. 2006, AR F.05.0068.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061116.8, www.cass.be, met concl. adv.-gen. Henkes. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BELASTINGZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in belastingzaken - Vormen - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Bewijsmiddelen administratie belastingen Vrije woorden: Ondertekening Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 378 en 379 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORZIENING IN CASSATIE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in belastingzaken - Vormen - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Bewijsmiddelen administratie belastingen Vrije woorden: Aanslagprocedure - Vorm - Ondertekening Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 378 en 379 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 3 Op grond van artikel 344, § 1, van het W.I.B.
(1992)kan de administratie der directe belastingen aan een verrichting die op kunstmatige wijze in afzonderlijke akten is opgesplitst, in haar geheel een nieuwe kwalificatie geven die verschilt van de kwalificatie die door de partijen werd gegeven aan elke afzonderlijke akte wanneer zij vaststelt dat de akten uit economisch oogpunt dezelfde verrichting betreffen; zij kan de belasting vestigen op grond van die nieuwe kwalificatie, tenzij de belastingplichtige het bewijs levert dat de oorspronkelijke verrichting beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften; de administratie kan evenwel slechts tot herkwalificatie van de verrichting overgaan indien de nieuwe kwalificatie gelijksoortige niet-fiscale rechtsgevolgen heeft als het eindresultaat van de door de partijen gestelde rechtshandelingen
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in belastingzaken - Vormen - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Bewijsmiddelen administratie belastingen Vrije woorden: Akte - Herkwalificering door de belastingadministratie Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 344, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 4 Concl. adv.-gen. THIJS, Cass., 22 nov. 2007, AR F.06.0028.N, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bewijsvoering - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in belastingzaken - Vormen - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Bewijsmiddelen administratie belastingen Vrije woorden: Akte - Herkwalificering door de belastingadministratie Annotaties Publicaties: T.Not. - P.VERBANCK; Vruchtgebruikconstructies. Cassatie wijst fiscus terecht. - 2008, 3-173 T.B.O. - Wim DEFOOR; De herkwalificatie van vruchtgebruik in huur op basis van artikel 344§1 W.I.B.92: Hof van Cassatie roept administratieve praktijk halt toe. - 2008, 67-72 Fisc. Act. - Kris PEETERS; Cassatie over herkwalificatie. - 2008, 12-14 T.B.O. - Wim DEFOOR; De herkwalificatie van vruchtgebruik in huur op basis van artikel 344§1W.I.B.1992... - 2008, 67-72 T.F.R. - L.VANHEESWIJCK; Toepassing van artikel 344§1 W.I.B.1992... - 2008, 308-309 Tekst van de beslissing Nr. F.06.0028.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur der directe belastingen te Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4, eiser, tegen
- D.K.A., en,
- V.C., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Michel Maus, advocaat bij de balie te Brugge, kantoor houdende te 8310 Brugge, Puienbroeklaan
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 13 september 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. FEITEN De feiten kunnen blijkens het arrest worden samengevat als volgt. Bij notariële akte verleden op 26 december 1996 hebben verweerders de blote eigendom gekocht van een appartement in de Résidence P. aan de Sylvain Dupuislaan nr. (...) te Anderlecht. In dezelfde akte kocht de NV New Agir (waarvan de verweerders de enige aandeelhouders zijn) het vruchtgebruik van dat appartement. Er werd overeengekomen dat het vruchtgebruik van de NV New Agir een einde zou nemen na 10 jaar te rekenen van de datum van de akte. Daarnaast mocht de houdster van het vruchtgebruik op haar kosten aan het onroerend goed verbeteringen doen die evenwel na beëindiging van het vruchtgebruik zonder enige vergoeding aan de verweerders toekwamen. De houdster van het vruchtgebruik is er contractueel toe verplicht de noodzakelijke en zelfs de grote herstellingen te doen en moet de jaarlijkse lasten dragen. De totale koopprijs bedroeg 105.602,64 euro waarvan de verweerders een bedrag van 21.120,53 euro betaalden voor de blote eigendom en de NV New Agir 84.482,11 euro voor het vruchtgebruik. Voor de aanslagjaren 1997 en 1998 werd de verweerders een bericht van wijziging overgemaakt waarbij door de eiser toepassing werd gemaakt van artikel 344, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 en de notariële akte houdende aankoop van de blote eigendom en van het vruchtgebruik van bovenvermeld appartement werd geherkwalificeerd in de aankoop in volle eigendom door de verweerders met verhuring aan de NV New Agir. De eiser ging ervan uit dat loutere belastingmotieven aan de grondslag lagen van de te herkwalificeren akte en stelde dat door van de normale verrichtingen af te wijken (aankoop in volle eigendom en verhuur) de verweerders de belastbaarheid van de huurinkomsten, respectievelijk geherkwalificeerde beroepsinkomsten wilden ontlopen. Derhalve werden de door de NV New Agir betaalde sommen beschouwd als vooruitbetaalde huur en huurlasten voor de periode van de akte (10 jaar) en gebeurde er een herkwalificatie van de huur in beroepsinkomsten overeenkomstig artikel 32 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
- Op 31 december 1998 hebben de verweerders op dezelfde wijze een appartement aangekocht in de Froissartstraat (...) te Brussel (de verweerders verwierven de blote eigendom en de NV New Agir het vruchtgebruik). Om dezelfde redenen als voor de aanslagjaren 1997 en 1998 werd door de eiser tot herkwalificatie overgegaan. Ook deze akte werd door de eiser geherkwalificeerd in een aankoop in volle eigendom door de verweerders gevolgd door een verhuring aan de NV New Agir. III. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 344, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992), zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1997, 1998 en
- Aangevochten beslissingen Na de kwestieuze vruchtgebruikconstructie als bewezen belastingontwijking te hebben verklaard en te hebben vastgesteld dat de gestelde rechtshandelingen zich binnen de economische sfeer situeert, stelt het bestreden arrest dat verweerders enkel aan de herkwalificatie kunnen ontsnappen dan door het tegenbewijs te leveren dat de juridische kwalificatie beantwoordt aan de rechtmatige financiële en economische behoeften. De Belgische Staat onderschrijft deze conclusie van het hof (van beroep) evenals de overweging dat volgens de redengeving onder punt B.3.
- van het arrest nummer 188/2004 van het Arbitragehof van 24.11.2004 (B.S. 11.1.2005) de verweerders dienen te verantwoorden waarom zij hebben gekozen voor de door de administratie verworpen juridische kwalificatie en niet voor de kwalificatie die de administratie verdedigt. Het bestreden arrest vervolgt echter dat artikel 344, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)slechts mogelijk is indien de juridische gevolgen van de gestelde rechtshandeling worden geëerbiedigd. Met andere woorden moeten de gevolgen verbonden aan de door de partijen gegeven kwalificatie van de akte identiek (...) zijn aan deze verbonden aan de door de administratie in de plaats gestelde kwalificatie. Te dezen heeft de in de plaats gestelde kwalificatie van huur i.p.v., de door de partijen gekozen kwalificatie van vruchtgebruik niet dezelfde gevolgen. De vervanging van vruchtgebruik door huur kan niet gebeuren zonder aan de juridische gevolgen te raken. De eigendomsverhouding werd aanzienlijk gewijzigd. De juridische relatie tussen de derde verkoper en de vennootschap wordt eveneens genegeerd. Bovendien zijn vruchtgebruik en huur twee aparte rechtsfiguren met onderscheiden rechten en verplichtingen. Anders dan de eerste rechter is het hof (van beroep) van oordeel dat de betwiste akten niet voor verschillende kwalificaties vatbaar zijn. Artikel 344, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)laat het beginsel van de keuze van de minst belaste weg, het burgerrechtelijk principe van de contractvrijheid en het beginsel dat de belasting de realiteit treft (en niet de economische realiteit) onverkort bestaan. Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep derhalve gegrond. Grieven Artikel 344, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)luidt: "Aan de administratie der directe belastingen kan niet worden tegengeworpen, de juridische kwalificatie door de partijen gegeven aan een akte alsook aan afzonderlijke akten die een zelfde verrichting tot stand brengen, wanneer de administratie door vermoedens of door andere in artikel 340 vermelde bewijsmiddelen vaststelt dat die kwalificatie tot doel heeft de belasting te ontwijken, tenzij de belastingplichtige bewijst dat die kwalificatie aan rechtmatige, financiële of economische behoeften beantwoorden". Zoals het Hof van Cassatie in zijn arrest van 21 april 2005 (rolnummer F.03.0065.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050421.20) stelt, laat die wetsbepaling de administratie toe een verrichting in haar geheel te herkwalificeren die op kunstmatige wijze in afzonderlijke akten is opgesplitst, teneinde de verrichting die partijen in werkelijkheid tot stand hebben gebracht, te belasten. In uw arrest van 4 november 2005 (rolnummer F.04.0056.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051104.18) heeft het Hof van Cassatie eveneens gesteld dat uit de tekst van artikel 344, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)zoals uit de parlementaire voorbereidingen van de wet van 22 juli 1993 die deze bepaling in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)heeft ingevoegd, volgt dat enkel de kwalificatie van een akte niet tegenwerpbaar aan het belastingbestuur kan worden gemaakt en dat het belastingbestuur die akte slechts een andere kwalificatie kan geven dan door de juridische gevolgen van die akte te respecteren. Uit dat laatste arrest blijkt eveneens dat de feitenrechter moet onderzoeken of de gevolgen van de nieuw gekwalificeerde verrichting en die van de oorspronkelijk gekwalificeerde verrichting gelijksoortig ("similaires" volgens de oorspronkelijke Franse tekst van het arrest van 4 november 2005) zijn. Door in het bestreden arrest ervan uit te gaan dat de gevolgen verbonden aan de door partijen gegeven kwalificatie van de akte identiek (...) moeten zijn aan deze verbonden aan de door de administratie in de plaats gestelde kwalificatie, terwijl het Hof van Cassatie enkel een gelijksoortigheid van de juridische gevolgen vereist en door niet in concreto de gelijksoortigheid van de rechtsgevolgen van de oorspronkelijk gekwalificeerde akte en de door het belastingbestuur geherkwalificeerde akte te onderzoeken, schendt het bestreden arrest het artikel 344, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1997, 1998 en
- IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De verweerders voeren aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is op grond van artikel 378 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992). Zij zijn van oordeel dat de Belgische Staat in fiscale zaken slechts een ontvankelijk cassatieberoep kan instellen indien het verzoekschrift door een advocaat of een advocaat bij het Hof van Cassatie werd ondertekend en neergelegd. 2. Artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt onder meer dat het verzoekschrift waarbij het cassatieberoep wordt ingesteld, zowel op het afschrift als op het origineel door een advocaat bij het Hof van Cassatie is ondertekend. In afwijking van deze bepaling bepaalt artikel 378 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992), zoals vervangen door de wet van 27 december 2004, dat het verzoekschrift houdende cassatieberoep en het antwoord op het cassatieberoep door een advocaat mag worden ondertekend en neergelegd. Hieruit volgt dat inzake inkomstenbelastingen het verzoekschrift in cassatie en de memorie van antwoord van de belastingplichtige in elk geval door een advocaat moeten worden ondertekend en neergelegd. 3. Krachtens het te dezen toepasselijke artikel 379 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)kan inzake de geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet, de verschijning in persoon in naam van de Staat gedaan worden door elke ambtenaar van de belastingadministratie.
- Uit deze wetsbepaling volgt dat de Belgische Staat in elke fase van een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet rechtsgeldig wordt vertegenwoordigd door een ambtenaar van de belastingadministratie. Bijgevolg mag inzake inkomstenbelastingen het verzoekschrift in cassatie van de Belgische Staat door een ambtenaar van een belastingadministratie worden ondertekend en neergelegd. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep kan niet worden aangenomen. Het middel zelf
- Krachtens artikel 344, §1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992), kan aan de administratie der directe belastingen niet worden tegengeworpen, de juridische kwalificatie door de partijen gegeven aan een akte alsook aan afzonderlijke akten die een zelfde verrichting tot stand brengen, wanneer de administratie door vermoedens of door andere in artikel 340 van dit Wetboek vermelde bewijsmiddelen vaststelt dat die kwalificatie tot doel heeft de belasting te ontwijken, tenzij de belastingplichtige bewijst dat die kwalificatie aan rechtmatige financiële of economische behoeften beantwoordt.
- Op grond van die wetsbepaling kan de administratie der directe belastingen aan een verrichting die op kunstmatige wijze in afzonderlijke akten is opgesplitst, in haar geheel een nieuwe kwalificatie geven die verschilt van de kwalificatie die door de partijen werd gegeven aan elke afzonderlijke akte wanneer zij vaststelt dat de akten uit economisch oogpunt dezelfde verrichting betreffen. Zij kan de belasting vestigen op grond van die nieuwe kwalificatie, tenzij de belastingplichtige het bewijs levert dat de oorspronkelijke verrichting beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. De administratie kan evenwel slechts tot herkwalificatie van de verrichting overgaan indien de nieuwe kwalificatie gelijksoortige niet-fiscale rechtsgevolgen heeft als het eindresultaat van de door de partijen gestelde rechtshandelingen.
- De appelrechters stellen in feite vast dat de in de plaats gestelde kwalificatie van huur in de plaats van de door de partijen gekozen kwalificatie van vruchtgebruik niet dezelfde gevolgen heeft, dat de eigendomsverhouding aanzienlijk gewijzigd werd en dat de juridische relatie tussen de derde verkoper en de vennootschap eveneens genegeerd wordt. Zij oordelen op grond hiervan dat de betwiste akten niet voor verschillende kwalificaties vatbaar zijn zodat artikel 344, §l, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)niet kan worden toegepast. 8. Het arrest verantwoordt aldus zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 94,61 euro jegens de eisende partij en op de som van 102,88 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Eric Dirix en Pierre Cornelis, en in openbare terechtzitting van 22 november 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071122.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20071122.6 citeert: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050421.20 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051104.18 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100610.5 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121220.17 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20141010.2 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161202.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231123.1N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060309.10 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061116.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110610.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div