← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071126.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071126.2 Rolnummer: C.06.0601.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2007-12-06 Raadplegingen: 206 - laatst gezien 2026-07-03 21:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De partij die de handelsagentuurovereenkomst op grond van artikel 19, eerste lid van de wet van 13 april 1995 beëindigt, dient niet terstond bij de kennisname van de feitelijke gegevens te beslissen dat deze een verdere samenwerking onmogelijk maken, op voorwaarde dat zijn handelwijze niet kan uitgelegd worden als een afstand van recht. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Handelsagentuur Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Wijze van beëindiging - Tijdstip Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Handelsagentuur Vrije woorden: Zelfstandig handelsagent - Handelsagentuurovereenkomst - Wijze van beëindiging - Tijdstip Fiche 3 De verdere uitvoering van de overeenkomst, na de kennisname van de als ernstige tekortkoming aangevoerde feiten binnen de in artikel 19, tweede lid, gestelde termijn, sluit niet noodzakelijk uit dat de verdere samenwerking definitief onmogelijk was geworden. Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Handelsagentuur Vrije woorden: Zelfstandig handelsagent - Handelsagentuurovereenkomst - Kennisname van ernstige tekortkoming Tekst van de beslissing Nr. C.06.0601.N

  1. KRIS DECRAENE, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met vennootschapszetel te 8500 Kortrijk, Boezingestraat 10,
  2. QUINTIJN SNAUWAERT BOOMHANDEL WIELSBEKE, Q.S.B.W., naamloze vennootschap, met vennootschapszetel te 8930 Menen-Rekkem, Neerweg 84a/2, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen DELECTRUM, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met vennootschapszetel te 8540 Deerlijk, Breestraat 66, die keuze van woonplaats gedaan heeft bij gerechtsdeurwaarder Jan Phlypo, gevestigd te 8800 Roeselare, 't Motje 9,
  3. J & D INVEST, naamloze vennootschap, met vennootschapszetel te 8540 Deerlijk, Breestraat 66, die keuze van woonplaats gedaan heeft bij gerechtsdeurwaarder Jan Phlypo, gevestigd te 8800 Roeselare, 't Motje 9,
  4. R & D CONTRACTORS, naamloze vennootschap, met vennootschapszetel te 7750 Russeignies/Mont-de-l'Enclus, rue des Marais 104, die keuze van woonplaats gedaan heeft bij gerechtsdeurwaarder Jan Phlypo, gevestigd te 8800 Roeselare, 't Motje 9, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 mei 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 19 oktober 2007 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Artikel 19, eerste lid, van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst bepaalt dat elke partij, onverminderd alle schadeloosstellingen, de overeenkomst zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn kan beëindigen, wanneer uitzonderlijke omstandigheden elke professionele samenwerking tussen de principaal en de handelsagent definitief onmogelijk maken of wanneer de andere partij ernstig tekort komt in haar verplichtingen. Volgens het tweede lid kan de overeenkomst niet meer worden beëindigd zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn, wanneer het feit ter rechtvaardiging hiervan sedert ten minste zeven werkdagen bekend is aan de partij die zich hierop beroept.
  6. De uitzonderlijke omstandigheden bedoeld in artikel 19, eerste lid, moeten van dien aard zijn dat zij de verdere samenwerking definitief onmogelijk maken. Dit betekent dat deze omstandigheden de contractuele verhouding zodanig verstoren dat zij niet langer kan worden voortgezet.
  7. De partij die de overeenkomst op grond van voormeld artikel 19, eerste lid, beëindigt, dient krachtens het tweede lid niet terstond bij de kennisname van de feitelijke gegevens te beslissen dat deze een verdere samenwerking onmogelijk maken, op voorwaarde dat de handelwijze van die partij niet kan worden uitgelegd als een afstand van recht. De verdere uitvoering van de overeenkomst, na de kennisname van de als ernstige tekortkoming aangevoerde feiten binnen de in artikel 19, tweede lid, gestelde termijn, sluit derhalve niet noodzakelijk uit dat de verdere samenwerking definitief onmogelijk was geworden.
  8. Het arrest stelt vast dat: - D. op 13 november 2001 om 6 uur 's morgens de sleutels diende af te geven; - hij daarna om 7.10 uur nog aan een werfvergadering deelnam; - hij daarna met de garagist V. is meegereden naar de keuring; - hij dezelfde dag de handelsagentuurovereenkomst beëindigde op grond van beweerde ernstige tekortkomingen.
  9. De appelrechters oordelen dat, zelfs al heeft de gedwongen afgifte van de sleutels een vertrouwensbreuk teweeggebracht, dit feit niet van aard blijkt te zijn geweest om elke professionele samenwerking onmiddellijk onmogelijk te maken, nu door de eiseres nog verdere prestaties werden verricht. Door aldus te oordelen, zonder vast te stellen dat deze handelwijze van de eiseres kan worden uitgelegd als een afstand van recht, schenden de appelrechters artikel 19 van de wet van 13 april
  10. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over: - de vordering van de eerste eiseres tegen de eerste verweerster tot betaling van een schadevergoeding en uitwinningsvergoeding; - de vordering van de eerste verweerster tegen de eerste eiseres tot betalen van een concurrentievergoeding; - de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Eric Dirix, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend en zeven uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071126.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.