id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.5 Rolnummer: P.07.1117.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2007-12-24 Raadplegingen: 671 - laatst gezien 2026-07-03 22:44 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de heropening van het debat zijn niet van toepassing in strafzaken
(1)
(2).
(1)Zie: Cass., 20 juli 1982, A.C., 1981-1982, nr 664; Cass., 16 jan. 2002, AR P.01.0948.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020116.31, nr 30; Cass., 14 feb. 2001, AR P.00.1350.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.14, P.00.1353.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.14, P.00.1363.F, nr 91; Cass., 13 april 2005, AR P.05.0263.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050413.5, nr 221.
(2)Zie: "Verslag van het Hof van Cassatie 2005", blz.
- Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Slachtoffers en benadeelden - Burgerlijke vordering Vrije woorden: Heropening van het debat - Gerechtelijk Wetboek - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 772 en 773 Fiche 2 De machtiging verleend aan de voogd met toepassing van artikel 410, § 1, 7e, Burgerlijk Wetboek, om klacht met burgerlijke partijstelling neer te leggen, beoogt enkel de bescherming van de belangen van de minderjarige. Thesaurus CAS: VOOGDIJ UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Slachtoffers en benadeelden - Burgerlijke vordering Vrije woorden: Minderjarige - Vertegenwoordiging van de minderjarige in rechte als eiser - Klacht met burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter - Bijzondere machtiging door de vrederechter - Doel Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 410, § 1, 7e Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 3 Het enkele feit dat de machtiging verleend aan de voogd met toepassing van artikel 410, § 1, 7e, Burgerlijk Wetboek, om klacht met burgerlijke partijstelling neer te leggen, slechts in de loop van het geding is gegeven en de vrederechter daardoor de steeds neergelegde klacht met burgerlijke partijstelling bekrachtigt, belet de derde waartegen die burgerlijke partijstelling is gericht, geenszins zich tegen de beschuldiging te verdedigen en levert geen miskenning van het vermoeden van onschuld op. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Slachtoffers en benadeelden - Burgerlijke vordering Vrije woorden: Minderjarige - Vertegenwoordiging van de minderjarige in rechte als eiser - Klacht met burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter - Bijzondere machtiging door de vrederechter - Machtiging slechts verleend in de loop van het geding Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.3 oud Burgerlijk Wetboek - Art. 410, § 1, 7e Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1117.N I R P D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Marc Smout, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1820 Steenokkerzeel, Anjelierenlaan 24, alwaar de eiser woonplaats kiest. tegen L D, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 13 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf grieven aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Grief A
- Op grond van de redenen die het vermeldt en die de grief niet aanvecht, oordeelt het arrest dat de strafvordering regelmatig is ingesteld door de burgerlijke partijstelling van de verweerster in haar hoedanigheid van voogd van E D. Die zelfstandige redenen dragen de beslissing. De grief, al was hij gegrond, kan niet leiden tot cassatie en is niet ontvankelijk. Grief B
- De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de heropening van het debat zijn niet van toepassing in strafzaken.
- De artikelen 410, § 1, 7°, en 412, § 1, 7°, Burgerlijk Wetboek, zijn vreemd aan de heropening van het debat.
- In zoverre de grief schending aanvoert van de voormelde artikelen van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 772 Gerechtelijk Wetboek, faalt hij naar recht.
- De grief preciseert niet welke algemene beginselen van de strafvordering het arrest miskent. In zoverre is de grief onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.
- In strafzaken oordeelt de rechter onaantastbaar over de noodzaak en de raadzaamheid van de heropening van het debat. In zoverre de grief opkomt tegen dit oordeel, is hij evenmin ontvankelijk. Grief C
- Het vonnis van de vrederechter, dat met toepassing van artikel 410, § 1, 7°, Burgerlijk Wetboek aan de voogd machtiging verleent, heeft gezag van gewijsde. Wanneer de vrederechter zijn vonnis uitvoerbaar verklaart, blijft de machtiging geldig zelfs als daartegen derdenverzet is ingesteld waarover nog geen uitspraak is gedaan, en kan de voogd zich daarop beroepen. In zoverre faalt de grief naar recht.
- Voor het overige preciseert de grief niet hoe en waardoor het arrest artikel 410, §1, 7°, Burgerlijk Wetboek schendt. De grief is in zoverre onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk. Grief D
- De machtiging verleend aan de voogd met toepassing van artikel 410, § 1, 7°, Burgerlijk Wetboek om klacht met burgerlijke partijstelling neer te leggen, beoogt enkel de bescherming van de belangen van de minderjarige. Het enkele feit dat die machtiging slechts in de loop van het geding is gegeven en de vrederechter daardoor de reeds neergelegde klacht met burgerlijke partijstelling bekrachtigt, belet de derde waartegen die burgerlijke partijstelling is gericht, geenszins zich tegen de beschuldiging te verdedigen en levert geen miskenning van het vermoeden van onschuld op. De grief faalt naar recht. Grief E
- De grief voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel ne bis in idem.
- De grief preciseert evenwel niet hoe het arrest dit algemeen rechtsbeginsel miskent. De grief is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet genomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 27 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120503.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.14 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020116.31 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050413.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div