id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.7 Rolnummer: P.07.1181.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-12-24 Raadplegingen: 582 - laatst gezien 2026-07-03 05:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting sluit niet uit dat de schade in de zin van artikel 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek ontstaat, tenzij wanneer blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor rekening moet blijven van degene die zich ertoe verbonden heeft of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten
(1).
(1)Cass., 19 feb. 2001, AR C.99.0014.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.6, nr 97; Zie: Cass., 20 feb. 2001, AR P.98.1629.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.3, nr
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Causaal verband - Algemeen Vrije woorden: Schadeverhinderend karakter van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting - Criterium Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1181.N C A C H, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Beirnaert, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen DE POST nv, met zetel te 1000 Brussel, Muntcentrum, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 juni
- De eiser voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert aan dat de verweerster wegens de door de eiser gepleegde misdrijven geen persoonlijke schade heeft geleden daar de gelden die het voorwerp van die misdrijven zijn, geen eigendom van de verweerster waren en deze laatste die gelden aan de rechtmatige eigenaar heeft terugbetaald in uitvoering van een contractuele verbintenis.
- Hij die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, is krachtens de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek verplicht die schade integraal te vergoeden. Dit houdt in dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld. Het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting sluit niet uit dat schade in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek ontstaat, tenzij wanneer blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor rekening moet blijven van degene die zich ertoe heeft verbonden of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten.
- Hieruit volgt dat de enkele omstandigheid dat hij die gelden in bewaring heeft, de bewaargever in uitvoering van een contractuele verbintenis terugbetaalt wanneer een derde zich deze gelden bedrieglijk eigen maakt, niet uitsluit dat de bewaarder daardoor schade lijdt. Het middel faalt in zoverre naar recht.
- Voor het overige voert de eiser een motiveringsgebrek aan zonder te preciseren waarin dit bestaat. In zoverre is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 90,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 27 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121023.5 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230403.3N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.6 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190218.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div