← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.9 Rolnummer: P.07.1628.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-12-24 Raadplegingen: 181 - laatst gezien 2026-07-03 05:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche De omstandigheid dat de onderzoeksrechter op grond van een vorig Europees aanhoudingsbevel reeds de hechtenis heeft bevolen, staat niet eraan in de weg dat, lopende de procedure, bij het uitvaardigen door de bevoegde autoriteit van een nieuw Europees aanhoudingsbevel ten laste van dezelfde betrokkene wegens andere - eventueel gelijkaardige - feiten, deze opnieuw door de onderzoeksrechter moet worden verhoord, en over de hechtenis en het eventueel bestaan van kennelijke weigeringsgronden met betrekking tot deze nieuwe feiten moet worden beslist. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Betrokkene in hechtenis genomen door de onderzoeksrechter - Nieuw Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd lopende de procedure - Nieuw aanhoudingsbevel uitgaande van dezelfde autoriteit lastens dezelfde betrokkene voor andere, eventueel gelijkaardige feiten Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 3 tot 6, 11, 14, § 1, 16, § 4, en 31, § 1 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.07.1628.N T S, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 november

  1. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING
  2. Op 12 september 2007 heeft de hoofdofficier van Justitie te Essen (Duitsland) ten laste van de eiser een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd, gestoeld op een bevel tot aanhouding van 10 september 2007, van het Ambtsgericht Essen, wegens ten laatste eind april 2007 samen met anderen gepland hebben onrechtmatig handel te drijven in cocaïne in niet-geringe hoeveelheden met arbeidsverdeling en op lange termijn, alsook betrokkenheid bij elf vastgestelde feiten van leveringen van cocaïne in de periode van april 2007 tot en met augustus
  3. Op 21 oktober 2007 heeft de onderzoeksrechter te Brussel op grond van voormeld Europees aanhoudingsbevel en na verhoor van de eiser, een beschikking afgeleverd waarbij betrokkene in hechtenis werd geplaatst. De zaak werd opgeroepen voor de terechtzitting van de raadkamer van 30 oktober
  4. Op 24 oktober 2007 heeft de hoofdofficier van Justitie te Essen (Duitsland) ten laste van de eiser een nieuw Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd, gestoeld op een nieuw bevel tot aanhouding van 24 oktober 2007 van het Ambtsgericht Essen, wegens uiterlijk in april 2007 samen met anderen gepland hebben onrechtmatig handel te drijven in cocaïne in niet-geringe hoeveelheden met arbeidsverdeling en op lange termijn, alsook betrokkenheid bij zeven vastgestelde feiten van leveren van cocaïne in de periode van 11 mei 2007 tot 20 oktober 2007, met verzoek om de overlevering van de eiser voor deze nieuwe feiten bijkomend te benaarstigen.
  5. Ten gevolge hiervan heeft het openbaar ministerie op de rechtszitting van de raadkamer van 30 oktober 2007 niet alleen de uitvoerbaarheid van het Europees Aanhoudingsbevel van 12 september 2007 gevorderd maar ook dit van 24 oktober 2007, "dat (...) een bijkomend aanhoudingsbevel (...) betreft - met vertaling - met uitbreiding van de in het eerste aanhoudingsbevel vermelde feiten".
  6. Bij beschikking van 20 oktober 2007 heeft de raadkamer enkel het Europees aanhoudingsbevel van 12 september 2007 uitvoerbaar verklaard.
  7. Op het hoger beroep van het openbaar ministerie heeft het bestreden arrest de beroepen beschikking bevestigd, "met dien verstande dat de uitvoerbaarheid van het aanhoudingsbevel afgeleverd op 12 september 2007 dient gehandhaafd te worden met uitbreiding tot het bijkomend aanhoudingsbevel van 24 oktober 2007". III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 3 tot 6, 11, 14, § 1, 16, § 4, en 31, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel.
  8. Krachtens artikel 11 Wet Europees Aanhoudingsbevel beslist de onderzoeksrechter over de hechtenis van de betrokken persoon binnen vierentwintig uur na zijn effectieve vrijheidsbeneming, na hem vooraf in kennis te hebben gesteld van: 1° het bestaan en de inhoud van het Europees aanhoudingsbevel; 2° de mogelijkheid in te stemmen met zijn overlevering aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit; 3° zijn recht een advocaat en een tolk te kiezen. De onderzoeksrechter hoort de betrokken persoon omtrent zijn eventuele hechtenis, en de opmerkingen die hij terzake formuleert. Na het verhoor kan de onderzoeksrechter gelasten dat de betrokkene op grond van het Europees aanhoudingsbevel en rekening houdend met de daarin en de door betrokkene vermelde feitelijke omstandigheden in hechtenis wordt geplaatst of blijft. Hij kan eveneens bevelen dat de persoon in vrijheid wordt gesteld onder voorwaarden of mits betaling van een borgsom, in welk geval hij zich ervan moet vergewissen dat de persoon ter beschikking van het gerecht blijft.
  9. Krachtens artikel 14, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel beslist de onderzoeksrechter tot de niet-tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel ingeval een kennelijke weigeringsgrond op grond van de artikelen 3 tot 6 bestaat.
  10. Uit die bepalingen volgt dat de onderzoeksrechter weliswaar niet meer oordeelt over de aflevering van een aanhoudingsbevel dat reeds door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Wet Europees Aanhoudingsbevel, is uitgevaardigd. Dit neemt niet weg hij moet oordelen over het in hechtenis nemen of houden dan wel of een kennelijke weigeringsgrond daartoe bestaat.
  11. Het in de artikelen 16, § 4, en 31, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel vervatte specialiteitsbeginsel vereist dat de waarborgen van de artikelen 11 en 14 voor de betrokkene gelden voor elk feit waarvoor de overlevering zal plaats hebben. De weigeringsgronden van de artikelen 3 en 6 van voormelde wet betreffen immers niet alleen de persoon, maar kunnen ook betrekking hebben op een bepaald feit.
  12. De omstandigheid dat de onderzoeksrechter op grond van een vorig Europees aanhoudingsbevel reeds de hechtenis heeft bevolen, staat niet eraan in de weg dat bij het uitvaardigen door de bevoegde autoriteit van een nieuw Europees aanhoudingsbevel ten laste van dezelfde betrokkene wegens andere - eventueel gelijkaardige - feiten, deze opnieuw door de onderzoeksrechter moet worden verhoord, en over de hechtenis en het eventueel bestaan van kennelijke weigeringsgronden met betrekking tot deze nieuwe feiten moet worden beslist.
  13. De omstandigheid dat de raadkamer op grond van artikel 16, § 1, 3°, Wet Europees Aanhoudingsmandaat de feiten bepaalt en op grond van artikel 31 van deze wet na de overlevering van de betrokken persoon aan de uitvaardigende Staat over de overlevering voor bijkomende feiten beslist, doet hieraan niets af.
  14. De beslissing van de appelrechters dat de uitvoerbaarheid van het aanhoudingsbevel afgeleverd op 12 september 2007 dient uitgebreid te worden tot het bijkomend aanhoudingsbevel van 24 oktober 2007 zonder tussenkomst van de onderzoeksrechter, is niet naar recht verantwoord. Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit beslist dat de uitvoerbaarheid van het aanhoudingsbevel afgeleverd op 12 september 2007 dient uitgebreid te worden tot het bijkomend aanhoudingsbevel van 24 oktober
  16. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Begroot de kosten op 89,96 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare rechtszitting van 27 november 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071127.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.