id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071129.3 Rolnummer: C.06.0283.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-12-24 Raadplegingen: 725 - laatst gezien 2026-07-03 05:56 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De bijzondere coördinatieopdracht van de architect in het kader van een gesplitste aanbesteding sluit niet uit dat de aannemer die op fundamentele wijze afwijkt van de regelmatige ontwerpen van de architect, krachtens zijn contractuele verplichtingen ten aanzien van zijn medecontractant of krachtens de algemene zorgvuldigheidsnorm gehouden is tot een informatieplicht naar de andere bij de werken betrokken aannemers toe. Thesaurus CAS: ARCHITECT (AANSPRAKELIJKHEID) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Exceptie van niet uitvoering Vrije woorden: Bijzondere coördinatieopdracht - Gesplitste aanbesteding - Informatieplicht - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1137, 1382 en 1383 Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Exceptie van niet uitvoering Vrije woorden: Aannemer - Contractuele verplichting - Algemene zorgvuldigheidsnorm - Gesplitste aanbesteding - Informatieplicht Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1137, 1382 en 1383 Fiche 3 In het geval van een wederkerige overeenkomst vermag de partij die het bewijs levert dat haar medecontractant in gebreke is gebleven zijn verbintenissen uit die overeenkomst uit te voeren, de uitvoering van haar verbintenissen op te schorten tot de medecontractant zijn verbintenissen uitvoert, zonder dat deze opschorting haar kan aangerekend worden als een wanprestatie wanneer blijkt dat die opschorting gerechtvaardigd is.
(1)Cass., 15 juni 2000, AR C.97.0118.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000615.7, A.C., 2000, nr. 372; zie Cass., 28 jan. 2005, AR C.04.0035.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050128.11, www.cass.be. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Exceptie van niet uitvoering Vrije woorden: Exceptio non adimpleti contractus - Opschorting uitvoering - Aanrekening als wanprestatie Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1102 en 1184 Fiche 4 In het geval van een wederkerige overeenkomst vermag de partij die het bewijs levert dat haar medecontractant in gebreke is gebleven zijn verbintenissen uit die overeenkomst uit te voeren, de uitvoering van haar verbintenissen op te schroten tot de medecontractant zijn verbintenissen uitvoert
(1), zonder dat deze opschorting haar kan aangerekend worden als een wanprestatie wanneer blijkt dat die opschorting gerechtvaardigd is.
(1)Cass., 15 juni 2000, AR C.97.0118.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000615.7, A.C., 2000, nr. 372; zie Cass., 28 jan. 2005, AR C.04.0035.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050128.11, www.cass.be. Thesaurus CAS: VERBINTENIS UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Exceptie van niet uitvoering Vrije woorden: Exceptio non adimpleti contractus - Opschorting uitvoering - Aanrekening als wanprestatie Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1102 en 1184 Tekst van de beslissing Nr. C.06.0283.N GEERKENS, naamloze vennootschap, met zetel te 3670 Meeuwen-Gruitrode, Weg op Bree 125, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- GSD, naamloze vennootschap, met zetel te 8400 Oostende, Torhoutsesteenweg 644, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar keuze van woonplaats wordt gedaan,
- V.J.,
- V.J., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 2 december 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 van de Grondwet; - artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect; - de artikelen 1136, 1137, 1142, 1143, 1146, 1147, 1149, 1788, 1789, 1790, 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het aangevochten arrest veroordeelt de eiseres tot betaling aan de verweerster van de som van 86.472,27 euro, te vermeerderen met de rente, en de tweede en de derde verweerders tot betaling aan de verweerster van de som van 28.824,09 euro, te vermeerderen met de rente, en veroordeelt de eiseres tot drie vierden en de eerste en de derde verweerder tot één vierde van de kosten op grond van de volgende redenen: "Het (hof van beroep) beschikt over voldoende gegevens om de geschilpunten te beslechten, zodat er geen reden is om een nieuwe expertise te bevelen. Ir. D.K. ging uit van het verkeerde gegeven dat een gevolg de oorzaak was (...), hetgeen werd rechtgezet door ir. V.. De deskundige D.K. komt tot de vaststelling dat de gewelven teveel doorbuiging vertoonden, waardoor het erop geplaatste metselwerk vervormde en barsten vertoonde (p. 47, nr 2.24, verslag D.K. - stuk voorgelegd door de verweerster)). Deze deskundige is echter voorbijgegaan aan het feit dat het (initieel) plan van de architecten niet voorzag dat de gewelven de muren zouden dragen, doch dat de muren zouden gedragen worden door langse verbindingsstukken in metaal. Met andere woorden hij heeft een gevolg - het doorbuigen van de gewelven - als de oorzaak aangezien. De bouwer van het metaalskelet, (de eiseres), heeft echter de langse verbindingsstukken tussen de dwarse hoofddraagbalken op de assen 1-2-3 en 4 weggelaten, zodat er voor de binnenmuren geen steun meer was voorzien. In haar concept voorzag (de eiseres) ook niets anders m.b.t. de ondersteuning van de muren op de verdieping. De belasting van de gewelven met de muren werd door (de eiseres), noch door (de tweede en de derde verweerders), opgegeven aan D., S. of D., zodat dezen bij de dimensionering van de gewelven geen extra controle deden/lieten doen op de doorbuiging van de gewelven en de compatibiliteit ervan met de gedragen bouwelementen (zie p. 22-24 verslag V.) (zie ook p. 41, 42 en 43, nr. 3, punt 6.1, expertise V. waaruit duidelijk blijkt dat D., noch S., noch D. een fout kunnen aangerekend worden met betrekking tot de geplaatste gewelven). Als oorzaken van de problemen geeft Ir. V. dan ook terecht aan: - een fundamentele wijziging van de metalen structuur door (de eiseres), - zonder dat de zich opdringende noodzakelijke maatregelen werden genomen om het gewicht van de binnen- en buitenmuren schadevrij op te vangen (p. 25, nr. 5.2.5, verslag V.). In het ontwerp van (de tweede en de derde verweerders) waren de langsbalken voorzien. In het ontwerp en de uitvoering van (de eiseres) werden ze weggelaten doch uiteindelijk werden ze toch geplaatst binnen de uitgevoerde noodzakelijke verstevigingswerken. Door af te wijken van het ontwerp van (de tweede en de derde verweerders) - dat tot een goede uitvoering zou geleid hebben; cfr supra: er werd overeenkomstig hun ontwerp hersteld - heeft (de eiseres) een metaalconstructie uitgewerkt en uitgevoerd die onvolledig was en niet in staat was om rechtsreeks alle voorziene belastingen, in het bijzonder de muren op de verdieping, op te nemen. Dit maakt een fout uit die heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade. De eiseres heeft aldus op fundamentele wijze het correcte project van (de tweede en de derde verweerders) gewijzigd en uitgevoerd zonder enige verwittiging aan de andere aannemers. Deze fout is beduidend ernstiger dan de fout van (de tweede en de derde verweerders). Hetgeen goed was, had (de eiseres) moeten gerust laten. (De tweede en de derde verweerders) hadden in het kader van hun verplichting het uitvoeringsplan van (de eiseres) na te zien - deze verplichting tot nazicht is onmiskenbaar, nu zij rechtstreeks betrekking had op de stabiliteit - en hadden de weglating van de langsbalken - dragers van de muren - moeten opmerken, zich moeten afvragen op wat de muren nu zouden steunen, de gevolgen daarvan inschatten en de nodige maatregelen voor muuropvang moeten treffen. Zij hebben de door (de eiseres) gedane wijziging opgemerkt doch hadden er geen moeite mee "omdat ze vertrouwen hadden in de bekwaamheid van de technische staf van (de eiseres)" Zij waren daarbij (doch klaarblijkelijk achteraf) van oordeel dat er alternatieven mogelijk waren om het gewicht van de muren op te vangen: in plaats van de liggers, konden de gewelven worden versterkt (zie p. 10 verslag V.). (De eerste en de derde verweerder) hebben evenwel deze laatste mogelijkheid ten gepasten tijde nergens te berde gebracht en D., S. en D. daar niet van verwittigd. Zij vertrouwden te zeer op de technische staf van (de eiseres). Gelet op de zwaarte van deze respectievelijke fouten werd de aansprakelijkheid door de gerechtelijke deskundige V. terecht voor 75 pct. ten laste gelegd van (de eiseres) en voor 25 pct. van (de tweede en de derde verweerders). (...) Er komt aldus de verweerster (GSD) toe: - herstelkosten: 1.061.839 BEF / 26.322,30 euro, meer de rente vanaf 1 november 1997, gemiddelde datum van uitvoering; - genotsderving: 29.003,52 euro + 13.696,13 euro = 42.699,65 euro, meer de rente op 29.003,52 euro vanaf 15 september 1996 en op 13.696,13 euro vanaf 22 november 1997; - kosten inkoop handelsgelijkvloers: 1.866.705 BEF / 46.274,41 euro, meer de rente vanaf 15 juli 1997; - totaal in hoofdsom: 115.296,36 euro, meer de rente vanaf de datum op de verschillende deelbedragen zoals hierboven bepaald tot de datum van betaling. Van dit bedrag zijn drie vierden verschuldigd door (de eiseres) en één vierde door (de tweede en de derde verweerders) of 86.472,27 euro en 28.824,09 euro. De rente dient evenredig omgeslagen te worden". Grieven Eerste grief Schending van de artikelen 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect, 1136, 1137, 1142, 1143, 1146, 1147, 1149, 1788, 1789, 1790, 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek. In geval van samenloop van fouten van een aannemer en een architect worden de aansprakelijkheden verdeeld volgens de bijdrage van de fouten van elke partij in het ontstaan van de schade en niet naar gelang van de zwaarte van de fouten. Het aangevochten arrest verdeelt de aansprakelijkheden tussen de eiseres enerzijds, en, de tweede en de derde verweerders anderzijds, op grond van de zwaarte van hun respectieve fouten en legt op grond hiervan 75 pct. van de aansprakelijkheid bij de eiseres en 25 pct. bij de tweede en de derde verweerder. Door de bijdrage van de fouten van de eiseres, enerzijds, en, van de tweede en de derde verweerders, anderzijds, of minstens van deze laatste twee, in het ontstaan van de schade niet te onderzoeken en de verdeling van de aansprakelijkheden enkel te steunen op de zwaarte van de fouten, heeft het aangevochten arrest dan ook de artikelen 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect, 1136, 1137, 1142, 1143, 1146, 1147, 1149, 1788, 1789, 1790, 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, geschonden. Tweede grief Schending van artikel 149 van de Grondwet In het geval het Hof de zwaarte van de fouten als criterium zou aanvaarden voor de verdeling van de aansprakelijkheden - quod non -, riep de eiseres in haar conclusie na heropening van het debat in dat de tweede en de derde verweerders een coördinatieopdracht van de verschillende aannemingen hadden en dat, bijgevolg, zij - en zij alleen -, met uitsluiting van eiseres, de nodige inlichtingen over de litigieuze plannen aan de andere aannemers dan eiseres hadden moeten meedelen. De eiseres riep meer bepaald het volgende in: "Het is (...) de taak van de architecten als coördinatoren om de betrokken aannemer in te lichten over de reeds uitgevoerde werken". (...) "Uit het contract tussen de bouwheer en de architecten blijkt dat het tot de taak van de architecten behoorde dat zij zouden zorgen voor de coördinatie van de werken (zie deskundig verslag, p. 26, nr. 5.3.3). De architecten werden, omwille van de aard van de afgesloten aannemingsovereenkomsten, in de huidige zaak bovendien belast met een meer uitgebreide coördinatie: "Bij een gesplitste aanbesteding, namelijk wanneer de werken niet bij globale aanneming worden uitgevoerd, maar bij afzonderlijke delen die onderscheiden bouwovereenkomsten uitmaken, dient de architect tevens in te staan voor de coördinatie van de verschillende werken. Hij wordt hiervoor bijkomend vergoed" (zie F. Burssens, Aannemingsrecht, Maklu, Antwerpen, 2001, 334, nr. 436). In casu is er, zoals reeds geoordeeld werd in het tussenarrest van het hof van beroep sprake van een gesplitste aanbesteding, zodat de bovenstaande redenering van toepassing is op de huidige zaak. Het was dan ook niet aan (de eiseres) om haar uitvoeringsplannen over te maken aan de aannemers die na haar werken zouden uitvoeren aan het gebouw. (De eiseres) heeft haar uitvoeringsplannen overgemaakt aan de architecten en deze op de hoogte gesteld van de wijzigingen t.o.v. hun oorspronkelijke plannen. Aangezien er voor het oprichten van het gebouw gewerkt (werd) met gesplitste aanbestedingen, dienden de architecten ervoor te zorgen dat deze plannen werden overgemaakt aan de aannemers die verder dienden te bouwen op de werken van (de eiseres). Het is dan ook enkel doordat de architecten de aannemers die volgden op (de eiseres) blijkbaar niet heeft ingelicht m.b.t. de technische specificiteiten van de werken van (de eiseres) dat aannemer D. werken heeft uitgevoerd die niet aangepast waren aan de constructie die (de eiseres) volgens haar (goedgekeurde) plannen heeft geplaatst" (Beroepsbesluiten na tussenarrest, p. 9-10, randnr. 9). "De architecten hadden, wetende dat de plannen met hun goedkeuring werden uitgevoerd conform de plannen van (de eiseres), aannemer D. (en de andere aannemers) moeten inlichten over de specificiteit van het gebouw (...). De architecten hebben de aannemers die volgden op (de eiseres), gewoon hun werken laten uitvoeren alsof hun oorspronkelijke plannen nooit gewijzigd waren, terwijl zij nochtans op de hoogte waren van de wijziging ervan door (de eiseres) en deze stilzwijgend hebben goedgekeurd. Gelet op het bovenstaande dient er dan ook besloten te worden dat de architecten op ernstige wijze tekort gekomen zijn aan hun verplichtingen. Deze tekortkomingen vormen de enige oorzaak van de vastgestelde gebreken. Besluit De aansprakelijkheidsverdeling zoals voorgesteld door de gerechtsdeskundige V. kan geenszins weerhouden worden. De technische aansprakelijkheid die in hoofde van (de eiseres) kan worden toegewezen kan hoogstens 25 pct. zijn" (Beroepsbesluiten na tussenarrest, p. 10, randnr. 11 en p. 11, randnr. 12). "(De eiseres) stelt bovendien vast dat minstens de architecten tekort zijn gekomen in hun taak van nazicht en coördinatie. (De eiseres) heeft de wijzigingen van de staalconstructies meegedeeld aan de architecten. Indien de aannemer die de werken diende uit te voeren niet op de hoogte zou geweest zijn, betekent dit dat de architecten nagelaten hebben om de betreffende aannemer die werken diende uit te voeren (nadat de werken van (de eiseres) werden uitgevoerd) op de hoogte te stellen van deze wijzigingen. Het is immers de taak van de architecten als coördinatoren om de betrokken aannemers in te lichten over de reeds uitgevoerde werken. (De eiseres) is dan ook van oordeel dat de technische aansprakelijkheid van 25 pct. in hoofde van de architecten geenszins overeenstemt met de realiteit, aangezien de tekortkomingen van de architecten uitsluitend aan de basis liggen van de vastgestelde gebreken. (De eiseres) is dan ook van oordeel dat de architecten V. en V. dan ook minstens 75 pct. van de technische aansprakelijkheid dienden te dragen" (Beroepsbesluiten na deskundig onderzoek, p. 5, punt c). Het bestreden arrest antwoordt noch met zijn voormelde overwegingen noch met enige andere overweging op dit omstandig middel van de eiseres. Het arrest is derhalve niet regelmatig gemotiveerd en schendt aldus artikel 149 van de Grondwet. Derde grief Schending van de artikelen 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect, 1136, 1137, 1142, 1143, 1146, 1147, 1149, 1788, 1789, 1790, 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek. Bij een gesplitste aanbesteding, namelijk wanneer de werken niet bij globale aanneming, maar wel bij afzonderlijke delen worden uitgevoerd die onderscheiden bouwovereenkomsten uitmaken, en daarenboven, wanneer de overeenkomst tussen de architect en de bouwheer het preciseert, hebben de architecten een coördinatieopdracht van de verschillende aannemingen. Dergelijke coördinatieopdracht brengt met zich mee dat de architecten de enige zijn die de inlichtingen over de aannemingen en de eventueel door een aannemer aangebrachte wijziging aan de (uitvoerings)plannen, die zij opgemerkt hebben, moeten meedelen aan de andere aannemers, zonder dat de aannemer die de (uitvoerings)plannen heeft gewijzigd, dit dient te doen. In dit geval stelt het aangevochten arrest vast dat de eiseres de uitvoeringsplannen heeft gewijzigd en dat de tweede en de derde verweerders dit hadden opgemerkt. Daarenboven blijkt uit de eerdere vaststellingen van het hof van beroep in het eerste arrest van 13 juni 2001 tot aanstelling van een nieuwe deskundige dat een deel van de werken toevertrouwd werden aan de eiseres en een ander deel bij aparte aannemingsovereenkomst aan de heer D.. Zoals trouwens door de eiseres in haar conclusie na heropening van het debat aangevoerd, ging het om een gesplitste aanbesteding en blijkt eveneens uit het deskundigenverslag dat het architectencontract een coördinatieopdracht aan de tweede en de derde verweerders toevertrouwde. Het aangevochten arrest kon bijgevolg niet wettig oordelen dat de eiseres "op fundamentele wijze het correct project van (de tweede en de derde verweerders) (heeft) gewijzigd en uitgevoerd zonder enige verwittiging aan de andere aannemers", dat "deze fout (...) beduidend ernstiger (is) dan de fout van de (de tweede en de derde verweerders)", en dat, gelet op de zwaarte van de respectieve fouten van de eiseres, enerzijds, en, van de tweede en de derde verweerders, anderzijds, de aansprakelijkheid door de gerechtelijke deskundige V. terecht voor 75 pct. ten laste werd gelegd van de eiseres en voor 25 pct. ten laste van de tweede en de derde verweerders. Het aangevochten arrest heeft aldus de artikelen 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect, 1136, 1137, 1142, 1143, 1146, 1147, 1149, 1788, 1789, 1790, 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zoveel als nodig, de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, geschonden. Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen - het algemeen rechtsbeginsel van de exceptie van niet-uitvoering inzake wederkerige overeenkomsten; - de artikelen 1102 en 1184 van het Burgerlijk Wetboek, die het bestaan van die exceptie veronderstellen. Aangevochten beslissingen Het aangevochten arrest veroordeelt de verweerster tot betaling aan de eiseres van de som van 11.483,27 euro, meer de rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 1 november 1997 om de volgende redenen: "(De verweerster) bleef een saldo van 463.234 BEF / 11.483,27 euro aan (de eiseres) verschuldigd (zie de berekening op p. 13 van de conclusies van (de eiseres), neergelegd ter griffie op 24 december 2003). Dit bedrag wordt als dusdanig niet betwist en moet betaald worden, nu (de verweerster) ingevolge de herstellingswerken een goede uitvoering bekwam. (De eiseres) is tevens gerechtigd op de rente vanaf 1 november 1997, gemiddelde datum van uitvoering van de herstelwerken. Gelet op haar wanprestatie die de toepassing van de enac wettigt, is zij niet gerechtigd op meer rente, noch op het verhogingsbeding". Grief Wanneer de partijen verbonden zijn door een wederkerige overeenkomst, vermag een partij de uitvoering van haar verbintenissen op te schorten, indien zij bewijst dat haar medecontractant in gebreke is gebleven zijn verbintenissen voortvloeiend uit die overeenkomst uit te voeren. Dit algemeen rechtsbeginsel van de exceptie van niet-uitvoering volgt uit de onderlinge onafhankelijkheid van de verbintenissen van de partijen. De partij die het voormelde bewijs levert, vermag aldus de uitvoering van haar verbintenissen op te schorten tot op het ogenblik dat de medecontractant zijn verbintenissen uitvoert. Met andere woorden vanaf het ogenblik dat de medecontractant zijn verbintenis heeft uitgevoerd, dient de andere partij haar eigen verbintenissen uit te voeren. In dit geval vroeg de eiseres in haar conclusie na heropening van het debat de betaling door de verweerster van het saldo van haar facturen in het kader van de uitvoering van de aannemingsovereenkomst, maar ook de betaling van de interest en van het verhogingsbeding zoals bepaald in die aannemingsovereenkomst maar door haar in haar conclusie herleid tot 10 pct. per jaar voor de intresten en tot 10 pct. van de hoofdsom voor het verhogingsbeding. Het aangevochten arrest stelt vast dat de verweerster (GSD) ingevolge de herstellingswerken een goede uitvoering bekwam. Het stelt eveneens vast dat 1 november 1997 de gemiddelde datum van uitvoering van de herstelwerken is. Na te hebben vastgesteld dat de verweerster het bedrag van 11.483,27 euro aan de eiseres moest betalen, kon het aangevochten arrest bijgevolg niet wettig oordelen dat de verweerster slechts de rente aan de wettelijke rentevoet vanaf 1 november 1997 aan de verweerster diende te betalen en dat "gelet op (de) wanprestatie (van de eiseres) die de enac wettigt, (...) zij niet gerechtigd (is) op meer rente, noch op het verhogingsbeding", zoals bepaald in de aannemingsovereenkomst gesloten tussen de eiseres en de verweerster (GSD) en herleid door eiseres in haar conclusie. Het heeft derhalve het algemeen rechtsbeginsel van de exceptie van niet-uitvoering inzake wederkerige overeenkomsten, alsmede de artikelen 1102 en 1184 van het Burgerlijk Wetboek, die het bestaan van die exceptie veronderstellen, geschonden. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- De appelrechters onderzoeken onder randnummer 4.1., voorlaatste lid, van het bestreden arrest in welke mate de fouten van de aannemer en de architecten hebben bijgedragen tot het ontstaan van de schade. Door vervolgens de aansprakelijkheid te verdelen ‘gelet op de zwaarte van deze respectieve fouten', geven de appelrechters te kennen dat zij niet alleen de zwaarte van de fouten op zich, maar ook de mate waarin deze fouten hebben bijgedragen tot het ontstaan van de schade in hun beoordeling betrekken.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat het arrest de bijdrage van de fouten van de aannemer en van de architect in het ontstaan van de schade niet onderzoekt en de verdeling van de aansprakelijkheid enkel laat steunen op de zwaarte van de fouten, berust op een verkeerde lezing van het arrest. Het mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Enerzijds, oordeelt de appelrechter dat de eiseres een fout heeft begaan door af te wijken van het ontwerp van de architecten en aldus een metaalconstructie te hebben uitgewerkt en uitgevoerd die onvolledig was en niet in staat om rechtstreeks alle voorziene belastingen op te vangen en zodoende op fundamentele wijze het correct ontwerp van de architecten te wijzigen en uit te voeren, zonder enige verwittiging aan de andere aannemers. Anderzijds, oordeelt de appelrechter dat de verweerders een fout hebben begaan door nadat zij de door de eiseres gedane wijziging opgemerkt hadden niets te ondernemen en verder te vertrouwen op de technische staf van de eiseres, er van uitgaande dat er alternatieve mogelijkheden waren om het gewicht van de muren op te vangen, maar zij die mogelijkheden te gepasten tijde nergens te berde hebben gebracht en de andere aannemers daar niet hebben van verwittigd.
- Door aldus te oordelen beantwoordt de appelrechter het in het onderdeel bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- De omstandigheid dat de architect in het kader van een gesplitste aanbesteding gelast is met een bijzondere coördinatieopdracht tussen de onderscheiden bij de werken betrokken aannemers, sluit niet uit dat een aannemer die op fundamentele wijze afwijkt van de regelmatige ontwerpen van de architect, krachtens zijn contractuele verplichtingen ten aanzien van zijn medecontractant of krachtens de algemene zorgvuldigheidsnorm waaraan hij is onderworpen, gehouden is de andere betrokken aannemers van die wijziging op de hoogte te brengen zodat deze de gevolgen van die wijziging behoorlijk kunnen inschatten en de gepaste maatregelen treffen.
- Het onderdeel dat uitgaat van de stelling dat in dergelijk geval de informatieplicht enkel rust op de architect, kan niet worden aangenomen. Tweede middel
- In het geval de partijen verbonden zijn door een wederkerige overeenkomst, vermag een partij de uitvoering van haar verbintenissen op te schorten indien zij bewijst dat haar medecontractant in gebreke is gebleven zijn verbintenissen uit die overeenkomst uit te voeren. De partij die voormeld bewijs levert, vermag aldus de uitvoering van haar verbintenissen op te schorten tot de medecontractant zijn verbintenissen uitvoert.
- Wanneer de medecontractant zijn verbintenissen uiteindelijk uitvoert, is de andere partij op haar beurt gehouden haar verbintenissen uit te voeren, zonder dat de opschorting van de uitvoering van haar verbintenissen haar kan aangerekend worden als een wanprestatie wanneer blijkt dat die opschorting gerechtvaardigd was.
- De appelrechter stelt vast dat: - de eiseres een fout heeft begaan door fundamentele wijzigingen aan te brengen aan de metaalconstructie ontworpen door de verweerders, zodanig dat die onvolledig was en niet in staat om rechtstreeks alle voorziene belastingen op te vangen en door vervolgens de aannemers hiervan niet op de hoogte te brengen; - gelet op die wanprestatie de opdrachtgeefster, zijnde de verweerster, zich terecht heeft beroepen op de exceptio non adimpleti contractus; - intussen de nodige herstellingswerken werden uitgevoerd zodat de werken conform zijn aan het ontwerp van de verweerders. Vervolgens oordeelt de appelrechter dat de verweerster het saldo van de aannemingssom moet betalen, vermeerderd met de rente aan de wettelijke koers sedert de gemiddelde datum van de uitvoering van de herstelwerken maar dat de eiseres "gelet op haar wanprestatie die de toepassing van de (exceptio non adimpleti contractus) wettigt, niet (meer) gerechtigd (is) op meer rente, noch op het verhogingsbeding". Door aldus te oordelen verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 614,55 euro jegens de eisende partij en op de som van 111,76 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 29 november 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071129.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000615.7 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050128.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div