← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071204.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 21ter

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Strafzaken - Strafvervolging - Redelijke termijn - Overschrijding - Sanctie Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek

Art. 21ter

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Strafvervolging - Redelijke termijn - Overschrijding Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek

Art. 21ter- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN.

STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Algemeen STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Strafvervolging - Redelijke termijn - Overschrijding - Sanctie Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek

Art. 21ter- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.

P.07.0592.N I P. F. M. V., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Dirk Martens, advocaat bij de balie te Gent. II R. R. P. V. D., beklaagde, eiser. III BUTZI CARS nv, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, tegen

  1. P V, reeds vermeld, beklaagde,
  2. R. V. D., reeds vermeld, beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 19 maart
  3. De eiser P. V. voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser R. V. D. en de eiseres Butzi Cars voeren geen middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  4. De eisers P. V. en R. V. D. zijn voor het hen ten laste gelegde feit F vrijgesproken. Hun cassatieberoep tegen die beslissing is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering. Het houdt voor dat de appelrechters slechts met eenparige stemmen het bedrag van de lastens de eiser uitgesproken verbeurdverklaring van vermogensvoordelen konden verhogen.
  6. De appelrechters die de door de eerste rechter uitgesproken hoofdgevangenisstraf laten wegvallen en in vervanging hiervan als hoofdstraf een geldboete opleggen, verlagen de tegen de eiser uitgesproken straf. Het feit dat de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen wordt bevolen voor een hoger bedrag dan uitgesproken door de eerste rechter, doet hieraan geen afbreuk. In dergelijk geval is geen eenstemmigheid, zoals voorzien door artikel 211bis Wetboek van Strafvordering, vereist. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  7. Het middel voert schending aan van de artikelen 6.1 EVRM, 1 van het aanvullend Protocol van 20 maart 1952 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering. Het stelt dat de appelrechters die vaststellen dat de redelijke termijn overschreden werd, nalaten het bedrag van de bevolen verbeurdverklaring van vermogensvoordelen te verminderen en integendeel dit bedrag zelfs verhogen.
  8. De artikelen 6.1 EVRM en 1 van het aanvullend Protocol van 20 maart 1952 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden duiden de gevolgen niet aan die de rechter aan een door hem vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn moet verbinden. Geen wettelijke bepaling zegt dat de rechter in zulk geval geen straf meer mag opleggen of de door de eerste rechter opgelegde straf in haar geheel of in al haar onderdelen afzonderlijk moet verminderen. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite welk gevolg moet verbonden worden aan het overschrijden van de redelijke termijn die hij vaststelt. Het staat aldus aan de rechter om, wanneer hij beslist een strafvermindering toe te kennen omdat de redelijke termijn is overschreden, in feite en op grond van de concrete gegevens van de zaak te oordelen in welke mate en onder welke voorwaarden die vermindering kan worden toegekend, op voorwaarde dat die vermindering reëel en meetbaar is.
  9. De appelrechters vermelden de redenen (arrest blz. 21 en 22) tot welke straf zij de eiser zouden hebben veroordeeld indien de redelijke termijn niet overschreden was en veroordelen hem vervolgens tot een lagere straf. Aldus bevelen zij zonder schending van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering alsnog een hogere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen dan de eerste rechter. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 201,63 euro waarvan de eisers I en II elk 68,21 euro verschuldigd zijn en de eiseres III 35,21 euro verschuldigd is en 30 euro betaald heeft. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 4 december 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071204.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100915.2 ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20111130.5 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121212.7 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230607.2F.2 ECLI:BE:RVSCE:2015:ARR.230.746 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000322.10 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010313.15 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011031.8 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020709.2 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040204.8 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051004.23 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170214.5 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200219.2F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.