id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 491- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend.
Voortgezet. Voortdurend misdrijf UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Misbruik van vertrouwen Vrije woorden: Aflopend misdrijf - Misbruik van vertrouwen Wettelijke bepalingen:
Art. 491
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISBRUIK VAN VERTROUWEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Misbruik van vertrouwen Vrije woorden: Omstandigheid dat de verduisterde zaken nog bestaan Wettelijke bepalingen:
Art. 491
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 4 - 5 Voor het bestaan van misbruik van vertrouwen is niet vereist dat de overhandiging van de bedoelde goederen, gelden, koopwaren, biljetten of geschriften, feitelijk heeft plaatsgegrepen; het is voldoende dat degene die misbruik van vertrouwen pleegt, de door hem verduisterde of verspilde goederen afwendt van het doel waarvoor hij ze ter zijner beschikking had, zoals onder meer ten gevolge van het verstrekken van een volmacht over een gezamenlijke rekening
(1).
(1)Zie Cass., 9 april 1992, R.W., 1991-92, 461 met noot A. Vandeplas; 30 okt. 2001, AR P.01.0724.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.11, nr. 582. Thesaurus CAS: MISBRUIK VAN VERTROUWEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Misbruik van vertrouwen Vrije woorden: Constitutieve bestanddelen - Materieel bestanddeel - Overhandiging onder verplichting terug te geven of voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden Wettelijke bepalingen:
Art. 491
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Vrije woorden: Constitutieve bestanddelen - Materieel bestanddeel - Overhandiging onder verplichting terug te geven of voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden - Afwending van het doel waarvoor de dader de goederen ter zijner beschikking heeft - Volmacht op een gezamelijke rekening - Toepassing Wettelijke bepalingen:
Art. 491
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 6 De strafrechter vermag uit de concrete omstandigheden van de zaak af te leiden dat, hoewel een persoon een volmacht heeft over andermans rekening, hij hiervan een niet overeengekomen gebruik maakt. Thesaurus CAS: MISBRUIK VAN VERTROUWEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Misbruik van vertrouwen Vrije woorden: Constitutieve bestanddelen - Materieel bestanddeel - Overhandiging onder verplichting terug te geven of voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden - Afwending van het doel waarvoor de dader de goederen ter zijner beschikking heeft - Volmacht op een gezamelijke rekening - Niet-overeengekomen gebruik van de volmacht - Bevoegdheid van de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.07.1135.N P. M. F. V., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jaak Haentjens, advocaat bij de balie te Dendermonde, tegen M. D. V., burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 26 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zeven middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 491 Strafwetboek. Het betoogt dat de appelrechters niet vaststellen dat de eiser "in de onmogelijkheid verkeert de ‘verduisterde' gelden terug te geven, noch dat deze niet meer tot de overeengekomen overeenstemming kunnen gebruikt of aangewend worden". Het middel stelt dat het misdrijf niet voltrokken is omdat de gelden die op bevel van de onderzoeksrechter geblokkeerd zijn op een effectenrekening, nog steeds kunnen teruggegeven worden.
- Het misdrijf van misbruik van vertrouwen is een aflopend misdrijf. De enkele omstandigheid dat de verduisterde zaken nog bestaan, ontneemt aan de verduistering haar delictueel karakter niet. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 491 Strafwetboek en 149 Grondwet. Het betoogt vooreerst dat de appelrechters op geen enkele wijze vaststellen dat er sprake is van verduistering of verspilling. Verder stelt het dat de appelrechters hebben nagelaten eisers verweer te beantwoorden dat er geen sprake kan zijn van verduistering gezien de uitgevoerde transfer van contractuele oorsprong is en een voorafgaand akkoord van de verweerster aan de basis ervan ligt.
- De appelrechters stellen onaantastbaar vast dat: - de eiser en de verweerster in de periode, voorafgaand aan de feiten, samenwoonden en over afzonderlijke bankrekeningen op hun eigen naam beschikten waarbij zij echter wederzijds volmacht gaven aan elkaar; - de eiser op 13 augustus 2002, toen er reeds tussen partijen onenigheid was, een zicht- en effectenrekening op zijn naam opende evenals een kluis huurde, zonder volmacht voor de verweerster; - hij vervolgens opdracht gaf aan de bank om 155 effecten van de verweerster over te zetten op zijn nieuw geopende persoonlijke effectenrekening; - hij daarenboven 13 effecten van die portefeuille verkocht en de opbrengst liet overschrijven op zijn persoonlijke zichtrekening zonder volmacht voor de verweerster; - deze beide verrichtingen blijkens de gegevens van het strafdossier duidelijk buiten het weten van de verweerster en zonder haar toestemming plaatsvonden; - het vaststaat dat de eiser steeds duidelijk heeft aangegeven dat hij zich op die wijze deze effecten, eigendom van de verweerster, zelf wilde toe-eigenen.
- Met deze redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat er sprake is van verduistering, naar recht en beantwoorden zij het verweer van de eiser. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 491 Strafwetboek. Het betoogt dat er geen sprake is van overdracht of overhandiging door de verweerster maar dat de eiser gebruik heeft gemaakt van zijn volmacht om zelf de gelden over te schrijven op zijn effectenrekening.
- Voor het bestaan van misbruik van vertrouwen is niet vereist dat de overhandiging van de bedoelde goederen, gelden, koopwaren, biljetten of geschriften, feitelijk heeft plaatsgegrepen. Het is voldoende dat degene die misbruik van vertrouwen pleegt, de door hem verduisterde of verspilde goederen afwendt van het doel waarvoor hij ze ter zijner beschikking had, zoals onder meer ten gevolge van het verstrekken van een volmacht over een gezamenlijke rekening.
- De appelrechters oordelen dat de eiser via volmacht mocht beschikken over de effecten op de rekening van de verweerster maar dat hij door die effecten te plaatsen op zijn persoonlijke rekening waarop de verweerster geen volmacht had, deze heeft afgewend van het doel waarvoor hij ze te zijner beschikking had. Aldus beantwoordt het arrest zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Vierde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 491 Strafwetboek en 149 Grondwet. Het betoogt dat de appelrechters niet vaststellen dat de effecten eigendom waren van de verweerster en niet, hetzij geheel, hetzij deels, van de eiser, zoals door hem voorgehouden. Tevens stelt het dat de appelrechters hebben nagelaten op dit verweer van de eiser te antwoorden.
- De appelrechters stellen vast dat: - de eiser, nadat de verweerster de door de eiser uitgevoerde transacties had ontdekt, staande hield "dat deze toe-eigening van haar effectenportefeuille gebeurde als compensatie / vergoeding voor de gelden ten belope van meer dan 49.578,70 euro (2.000.000 BEF) in totaal die hij destijds ter beschikking van de (verweerster) had gesteld"; - "het vaststaat dat de (eiser) ook steeds duidelijk heeft aangegeven dat hij zich op die wijze deze effecten, eigendom van de (verweerster), zelf wilde toeëigenen". Aldus stellen zij vast dat de effecten die de eiser verduisterde, eigendom waren van de verweerster en beantwoorden zij het verweer van de eiser dienaangaande. Het middel mist feitelijke grondslag. Vijfde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 1984 Burgerlijk Wetboek. Het betoogt dat het bestreden arrest wegens de voorafgaande volmacht, door de verweerster aan de eiser gegeven, ten onrechte vaststelt dat de eiser de verrichtingen op de effectenrekening heeft verricht zonder de toestemming van de verweerster.
- De strafrechter vermag uit de concrete omstandigheden van de zaak af te leiden dat, hoewel een persoon een volmacht heeft over andermans rekening, hij hiervan een niet overeengekomen gebruik maakt.
- Het bestreden arrest stelt weliswaar vast dat de eiser over een volmacht beschikte over de rekeningen van de verweerster maar ook dat uit het strafdossier blijkt dat de door de eiser uitgevoerde verrichtingen buiten het weten van de verweerster en zonder haar toestemming gebeurden, met de bedoeling zich op die wijze de effecten, eigendom van de verweerster, toe te eigenen. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Zesde middel
- Het middel voert aan dat het bestreden arrest tegenstrijdig gemotiveerd is omdat het vaststelt, enerzijds, dat de verweerster vooraf volmacht had gegeven aan de eiser en, anderzijds, dat de eiser de verrichtingen heeft uitgevoerd zonder de toestemming van de verweerster.
- Om de in het antwoord op het vijfde middel weergegeven redenen is er geen tegenstrijdigheid. Het middel mist feitelijke grondslag. Zevende middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 149 Grondwet, 6.3 EVRM, 14.1 IVBPR, 148 Wetboek van Strafvordering en 962 Gerechtelijk Wetboek, evenals miskenning van het recht van verdediging. Het betoogt dat het bestreden arrest bij de afwijzing van het verzoek van de eiser om een deskundigenonderzoek te bevelen, geen rekening heeft gehouden met alle argumenten van de eiser, minstens hierop geen antwoord heeft gegeven.
- De rechter oordeelt onaantastbaar over de gepastheid, de raadzaamheid en de noodzaak van een gevorderd deskundigenonderzoek. Met opgave van redenen die in het middel op onvolledige wijze worden weergegeven, oordeelt het bestreden arrest dat geen bijkomend onderzoek zich opdringt. Aldus miskent het bestreden arrest eisers recht van verdediging noch schendt het de aangevochten Grondwets-, verdrags- en wetsartikelen, maar beantwoordt het eisers verzoek. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 82,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 4 december 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071204.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160209.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011030.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140603.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170919.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div