← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071211.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071211.3 Rolnummer: P.07.0305.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-12-27 Raadplegingen: 598 - laatst gezien 2026-07-03 22:51 Versie(s): Vertaling FR Fiche De verbeurdverklaring van de illegale vermogensvoordelen en deze van de witgewassen zaken van artikel 505, derde lid, Strafwetboek, samen met artikel 42, 1°, Strafwetboek, zijn beide straffen met een zakelijk karakter; zij worden uitgesproken tegen elke schuldige en kunnen enkel de door de wet bepaalde zaken betreffen, maar wanneer dezelfde dader schuldig is aan een misdrijf dat de illegale vermogensvoordelen heeft voortgebracht en aan latere feiten van witwassen ervan, kunnen zij tegen hem slechts eenmaal verbeurdverklaard worden

(1).
(1)Het O.M. was ook de mening toegedaan dat slechts eenmaal de verbeurdverklaring kon worden uitgesproken, maar dat de verbeurdverklaring van de witgewassen vermogensvoordelen als voorwerp van het misdrijf niet te dezen bij raming kon gebeuren (Cass., 4 april 2006, AR P.06.0042.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.2, nr. 200 met concl. O.M.; Cass., 4 sept. 2007, AR P.07.0219.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070904.2, N.C., 2007, 428, met noot E. Francis). Artikel 2, 7°, Wet 10 mei 2007 houdende diverse maatregelen inzake de heling en inbeslagneming (B.S., 22 augustus 2007) laat thans wel zulke verbeurdverklaring met raming van de geldwaarde toe. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Verbeurdverklaring van illegale vermogensvoordelen en van witgewassen zaken - Straf met zakelijk karakter Tekst van de beslissing Nr. P.07.0305.N I G. T. B. D., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  1. C. V., burgerlijke partij,
  2. R. D. B., burgerlijke partij, verweerders. II F. S., beklaagde, eiseres. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 23 januari
  3. De eiser (I) voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiseres (II) voert geen middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 505, § 1, 3° en 4°, Strafwetboek in zoverre de appelrechters, alhoewel zij oordelen: - dat het voorwerp van het ten laste van de eiser gelegde witwasmisdrijf niet meer correct te identificeren is, - dat de ten laste gelegde witwasverrichtingen geen realistisch beeld geven van hetgeen in werkelijkheid werd witgewassen, de eiser op strafrechtelijk gebied niettemin veroordelen wegens het witwassen van vermogensvoordelen, ex aequo et bono geraamd op 1.130.000 euro.
  5. Uit de context van de artikelen 505, 2°, 3° en 4°, en 42, 3°, Strafwetboek volgt dat het voorwerp van het misdrijf witwassen, een vermogensvoordeel is dat rechtstreeks uit een ander misdrijf is verkregen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit de belegde voordelen.
  6. Artikel 43bis Strafwetboek, dat van toepassing is op het in het vermelde artikel 42, 3°, bedoelde vermogensvoordeel, bepaalt dat, in zoverre een vermogensvoordeel niet kan worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, de rechter de geldwaarde ervan raamt door begroting van een daarmee overeenstemmend bedrag.
  7. De appelrechters oordelen met verwijzing naar de redenen van het beroepen vonnis in verband met de prostitutiemisdrijven (misdrijven A, B, C, D, F, G, H, I, J, K, L, zoals bewezen verklaard), dat, naar hun oordeel, "de berekening van een vermogensvoordeel in dergelijke zaken uiteraard steeds een benadering (inhoudt) en zelden exact (is)".
  8. De appelrechters hebben aldus op basis van de feitelijke gegevens die zij vermelden, wettig de geldwaarde van de vermogensvoordelen uit prostitutie kunnen ramen en het bedrag ervan ex aequo et bono kunnen begroten op 1.130.000 euro.
  9. Bij de bepaling van het voorwerp van de witwasmisdrijven (P1 tot en met P33) verwijzen de rechters uitdrukkelijk naar "de vermogensvoordelen verdiend [door de eiser] met zijn prostitutieactiviteiten [en zoals hoger geraamd op 1.130.000 euro]" en er "werd zoals hoger aangetoond door de [eiser] een bedrag van 1.130.000 euro verdiend met illegale prostitutieactiviteiten. De [eiser] moet dan ook worden geacht minstens een dergelijk bedrag te hebben witgewassen". Zodoende verantwoorden de rechters de beslissing waarbij zij de eiser veroordelen wegens het witwassen van vermogensvoordelen uit prostitutie tot beloop van 1.130.000 euro, naar recht.
  10. De omstandigheid dat de rechters bovendien zeggen dat het voorwerp van het ten laste van de eiser gelegde witwasmisdrijf niet meer correct te identificeren is en dat de ten laste gelegde witwasverrichtingen geen realistisch beeld geven van hetgeen in werkelijkheid werd witgewassen, doet daaraan niet af. Die redenen dienen immers te worden gelezen in verband met het geheel van de overige redenen die de rechters vermelden (beroepen vonnis, p. 178) en waarmee zij alleen de bewijswaarde beoordelen van "de onderscheiden bedragen die het voorwerp uitmaken van de witwasverrichtingen zoals omschreven onder de onderscheiden nummeringen van tenlastelegging P". Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
  11. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 1°, en 505 Strafwetboek, in zoverre de appelrechters wegens de ten laste van de eiser gelegde witwasmisdrijven, een som van 1.130.000 euro verbeurdverklaren, als voorwerp van het misdrijf witwassen, terwijl zij tegelijk vaststellen dat het voorwerp van die misdrijven niet meer correct kan geïdentificeerd worden.
  12. Artikel 505, derde lid, Strafwetboek bepaalt dat de zaken bedoeld in 1° , 2°, 3° en 4°, van dit artikel het voorwerp uitmaken van de misdrijven die gedekt worden door die bepalingen, in de zin van artikel 42, 1°, en dat zij verbeurdverklaard worden, ook indien zij geen eigendom zijn van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring, schaadt. Hieruit volgt dat de vermogensvoordelen die het voorwerp uitmaken van het misdrijf witwassen verplicht dienen te worden verbeurdverklaard.
  13. Uit het antwoord op het eerste middel blijkt dat het arrest de vermogensvoordelen, voorwerp van de bewezen verklaarde misdrijven witwassen, zijnde de telastleggingen P1 tot en met P33, rechtsgeldig begroot op 1.130.000 euro.
  14. De beslissing van het arrest die vermogensvoordelen als voorwerp van die telastleggingen verbeurd te verklaren, is bijgevolg naar recht verantwoord. Het onderdeel kan niet aangenomen worden. Tweede onderdeel
  15. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 1° en 3°, 43, 43bis en 505 Strafwetboek: de appelrechters hebben onterecht 1.130.000 euro tweemaal verbeurd¬verklaard, namelijk als vermogensvoordeel voortkomend uit de bewezen verklaarde prostitu¬tie¬activiteiten (artikelen 42, 3° en 43 Strafwetboek) en een tweede maal als voorwerp van de be¬wezen verklaarde witwasmisdrijven (artikelen 42, 1° en 505 Strafwetboek).
  16. De verbeurdverklaring van de illegale vermogensvoordelen en deze van de witgewassen zaken van artikel 505, derde lid, Strafwetboek, samen met artikel 42, 1°, Strafwetboek, zijn beide straffen met een zakelijk karakter. Hieruit volgt dat zij worden uitgesproken tegen elke schuldige en enkel de door de wet bepaalde zaken kunnen betreffen.
  17. Wanneer dezelfde dader schuldig is aan een misdrijf dat de illegale vermogens¬voordelen heeft voortgebracht en aan latere feiten van witwassen ervan, kunnen zij tegen hem slechts eenmaal verbeurdverklaard worden.
  18. Het arrest verklaart het bedrag van 1.130.000 euro tweemaal verbeurd, een eerste maal als vermogensvoordeel verkregen door de bewezen verklaarde telastleggingen A, B1, B2, C1, C2, D1, D2, F1 tot F7, F18, G1, H1, I1 tot I5, J, K, L1 en L2, een tweede maal als witgewassen vermogensvoordelen, voorwerp van de bewezen verklaarde telastleggingen P1 tot en met P
  19. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  20. Na de vernietiging van de beslissing over de verbeurdverklaring als vermogensvoordelen, verkregen door de bewezenverklaarde telastleggingen A, B1, B2, C1, C2, D1, D2, F1 tot F7, F18, G1, H1, I1 tot I5, J, K, L1 en L2, blijft niets meer over waarover een verwijzingsrechter nog kan oordelen. Ambtshalve onderzoek van de niet-vernietigde beslissingen op de strafvordering
  21. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en die beslissingen zijn naar recht verantwoord. Dictum Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het ten laste van de eiser (I) het bedrag van 1.130.000 euro een tweede maal verbeurd verklaart. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser (I) in drie vierde van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Veroordeelt de eiseres (II) in de kosten van haar cassatieberoep. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Begroot de kosten op 654,32 euro waarvan op elk cassatieberoep 327,16 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 11 december 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071211.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060404.2 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070904.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181106.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.