← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071218.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071218.2 Rolnummer: P.07.0958.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-12-28 Raadplegingen: 676 - laatst gezien 2026-07-03 15:07 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de correctionele kamer in de rechtbank van eerste aanleg zetelt in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechtbank en daarbij kennis neemt van de overtredingen van de wetten en verordeningen over een van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met een of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheden van de arbeidsgerechten, moet zij samengesteld zijn uit twee rechters van de rechtbank van eerste aanleg en een rechter in de arbeidsrechtbank. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Inrichting en dienst rechtbanken Vrije woorden: Rechtbank van eerste aanleg - Correctionele kamer - Correctionele kamer zetelend in hoger beroep - Overtreding van wetten die al dan niet onder andere tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoren - Samenstelling van de zetel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 76, zesde lid, 78, eerste en vijfde lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 92, § 1, 3° en 578, 7° Annotaties Publicaties: RDP - HUBIN Joël - 2009/6 p.673-683 RDP - HUBIN Joël - 2009/6 p. 673-683 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0958.N KJCD TRANS bvba, met zetel te 2030 Antwerpen, Ferdinand Verbieststraat 59, beklaagde en civielrechtelijk aansprakelijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Vincent De Donder, advocaat bij de balie te Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen van 7 mei

  1. De eiseres voert in een verzoekschrift een middel aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 76, zesde lid, en 78, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek.
  2. Krachtens artikel 76, zesde lid, Gerechtelijk Wetboek, toegevoegd bij artikel 2 van de wet van 3 december 2006 tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen met betrekking tot het sociaal strafrecht, neemt ten minste één correctionele kamer in het bijzonder kennis van de overtredingen van de wetten en verordeningen over een van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met een of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. Artikel 78, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek, toegevoegd bij artikel 3 van voornoemde wet van 3 december 2006, bepaalt: "Wanneer de in artikel 76, zesde lid, bedoelde gespecialiseerde kamer bestaat uit drie rechters, is zij samengesteld uit twee rechters van de rechtbank van eerste aanleg en een rechter in de arbeidsrechtbank". De eiseres is door de procureur des Konings onder meer vervolgd wegens: - L. als werkgever niet te hebben toegezien op het juiste gebruik van de tachograaf (inbreuk op artikel 13 Verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer); - M. als werkgever onvoldoende registratiebladen te hebben verstrekt aan de bestuurder van het voertuig (inbreuk op artikel 14.1, eerste lid, Verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer).
  3. Krachtens de bepalingen van artikel 578, 7º, Gerechtelijk Wetboek is de arbeidsreglementering een aangelegenheid die tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoort. De onder de telastleggingen L en M aan de eiseres ten laste gelegde overtredingen hebben betrekking op de controle van arbeids- en rusttijden en betreffen derhalve de arbeidsreglementering. Hieruit volgt dat van deze zaak kennis moet worden genomen, ook in hoger beroep, door de bij artikel 76, zesde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde gespecialiseerde kamer die, wanneer ze uit drie rechters bestaat, moet samengesteld zijn uit twee rechters van de rechtbank van eerste aanleg en een rechter in de arbeidsrechtbank.
  4. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt niet dat over deze zaak werd geoordeeld door een correctionele kamer samengesteld overeenkomstig voornoemd artikel 78, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek. Middel
  5. Het middel dat niet tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de Correctionele Rechtbank te Mechelen, zitting houdende in hoger beroep. Begroot de kosten op 98,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 18 december 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071218.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150203.5 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180220.1 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200609.2N.2 ECLI:BE:GHCC:2018:ARR.162 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081008.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231024.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.