id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.9 Rolnummer: C.07.0307.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2008-01-09 Raadplegingen: 798 - laatst gezien 2026-07-03 08:26 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het recht van een persoon op een eerlijke behandeling van zijn zaak kan miskend worden wanneer de bodemrechter zijn beslissing grondt op het advies van een partijdige of schijnbaar partijdige deskundige
(1); het vereiste van de onpartijdigheid van een deskundige, kan evenwel niet worden gelijkgesteld met dat van een onpartijdige en onafhankelijke rechter, nu de deskundige voor het debat alleen maar een advies verstrekt, dat voor de rechter kan worden betwist, terwijl deze laatste na het debat over de zaak beslist
(2).
(1)Cass., 9 jan. 2004, AR C.01.0126.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040109.7, A.C., 2004, nr. 9.
(2)Cass., 23 maart 2006, AR C.03.0613.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060323.5, A.C., 2006, nr. 169. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Deskundigenonderzoek - Onpartijdigheid van de deskundige - Onpartijdigheid van de rechter - Verband Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Deskundigenonderzoek - Onpartijdigheid van de deskundige - Onpartijdigheid van de rechter - Verband Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Onpartijdigheid van de deskundige - Onpartijdigheid van de rechter - Verband Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Fiches 4 - 5 De rechter beoordeelt, met inachtneming van het recht van verdediging, in feite of al dan niet een aanvullende onderzoeksmaatregel moet worden bevolen. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Beoordeling in feite - Aanvullende onderzoeksmaatregel Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Beoordeling in feite - Aanvullende onderzoeksmaatregel Fiche 6 Niet ontvankelijk is het middel dat opkomt tegen de feitelijke beoordeling door de feitenrechter van de noodzaak al dan niet een aanvullende onderzoeksmaatregel te bevelen
(1).
(1)Cass., 3 maart 2005, AR C.04.0227.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050303.7, A.C., 2005, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Eerlijke behandeling Vrije woorden: Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. C.07.0307.N ALGEMENE MUTUALITEIT VOOR MEDISCHE ASSURANTIES, onderlinge verzekeringsmaatschappij, met zetel te 1000 Brussel, Renaissanceslaan 12, bus 1, eiseres, vertegenwoordigd door mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 6000 Charleroi, rue de l'Athenée 9, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen L.H., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 18 december 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Het recht van een persoon op een eerlijke behandeling van zijn zaak, dat wordt gewaarborgd door artikel 6.
- EVRM, kan miskend worden wanneer de bodemrechter zijn beslissing grondt op het advies van een partijdige of schijnbaar partijdige deskundige. Het vereiste van de onpartijdigheid van een deskundige kan evenwel niet worden gelijkgesteld met dat van een onpartijdige en onafhankelijke rechter, nu de deskundige voor het debat alleen maar een advies verstrekt, dat voor de rechter kan worden betwist, terwijl deze laatste na het debat over de zaak beslist.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de eiseres voor de appelrechters: - de omstandigheden uiteenzette, die volgens haar wezen op een schijn van partijdigheid of van gebrek aan onafhankelijkheid van de voorzitter van het college van gerechtelijke deskundigen; - na het verslag van het college van gerechtelijke deskundigen te hebben onderworpen aan het advies van de "professoren V.d.B., V., M., gespecialiseerd in neurochirurgie en in orthopedie en aan dokter M., bedrijvig in de neurochirurgie", de desbetreffende adviezen overlegde ter ondersteuning van haar betwisting van de conclusies van voormeld college van deskundigen.
- De appelrechters beoordelen het bekritiseerde verslag na nauwkeurig alle inhoudelijke bezwaren van de eiseres tegen dit verslag te hebben onderzocht. Zij geven daarenboven akte aan de eiseres van het feit dat zij zich het recht voorbehield een verhaal in te stellen op grond van artikel 6 EVRM nadat de procedure in haar geheel zou zijn afgehandeld.
- Uit dit alles kan niet worden afgeleid dat de appelrechters het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces zouden hebben miskend. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- De rechter beoordeelt, met inachtneming van het recht van verdediging, in feite of al dan niet een aanvullende onderzoeksmaatregel moet worden bevolen.
- De appelrechters oordelen dat: - het college van deskundigen na uitgebreide onderzoeken, aan de hand van de verklaringen van dokter V. en aan de hand van uitgebreide vakliteratuur tot het besluit gekomen is dat een postoperatief periduraal hematoom de meest waarschijnlijke oorzaak van de vastgestelde schade is, om reden dat dokter V. zelf een medullaire contusie steeds heeft ontkend; - de behandeling van een postoperatief periduraal hematoom met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid tot een volledig herstel zou hebben geleid; - de door het college weerhouden aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid moet gelijkgesteld worden met de gerechtelijke zekerheid, zoals vereist opdat de eiseres tot vergoeding van de schade zou gehouden zijn; - zij, ingevolge de bijkomende opdracht die de eerste rechter bij vonnis van 13 januari 2003 aan het college van deskundigen gaf, voldoende ingelicht zijn, zodat het verzoek van de eiseres om een nieuwe college afzonderlijk te ondervragen in het bijzijn van de door haar geraadpleegde deskundigen als niet verder dienend af te wijzen is.
- Het onderdeel, dat aanvoert dat de appelrechters doordat zij, zonder een bijkomend onderzoek te bevelen, een deskundigenverslag beamen en aldus besluiten tot de aansprakelijkheid van de verzekerde van de eiseres, de in het middel vermelde wetsbepalingen schenden, komt op tegen de feitelijke beoordeling door de appelrechters van de noodzaak al dan niet een aanvullende onderzoeksmaatregel te bevelen. Het onderdeel is mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 861,13 euro jegens de eisende partij en op de som van 323,65 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 20 december 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071220.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260213.1F.5 ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091118.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040109.7 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050303.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060323.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190612.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div