id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 12 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070112.3 Rolnummer: D.05.0027.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2007-01-31 Raadplegingen: 276 - laatst gezien 2026-07-04 05:42 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070112.3 Fiches 1 - 2 Met betekening van een beslissing in tuchtzaken van de uitvoerende kamer van een beroepsinstituut voor dienstverlenende intellectuele beroepen, zoals dat van vastgoedmakelaars, wordt een kennisgeving bedoeld
(1).
(1)Zie de conclusie O.M. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen Vrije woorden: Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen - Tuchtzaken - Vastgoedmakelaars - Uitvoerende kamer - Beslissing - Betekening Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 51 en 53, tweede lid Thesaurus CAS: MAKELAAR UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen Vrije woorden: Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars - Tuchtzaken - Uitvoerende kamer - Beslissing - Betekening Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 51 en 53, tweede lid Fiches 3 - 4 De kennisgeving van een beslissing in tuchtzaken van de uitvoerende kamer van een beroepsinstituut voor dienstverlenende intellectuele beroepen, zoals dat van vastgoedmakelaars, gebeurt op het ogenblik dat de aangetekende brief op het adres van de bestemmeling wordt aangeboden
(1).
(1)Zie de conclusie O.M. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen Vrije woorden: Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen - Tuchtzaken - Vastgoedmakelaars - Uitvoerende kamer - Beslissing - Kennisgeving - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 51 en 53, tweede lid Thesaurus CAS: MAKELAAR UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen Vrije woorden: Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars - Tuchtzaken - Uitvoerende kamer - Beslissing - Kennisgeving - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-11-1985 - Artt. 51 en 53, tweede lid Fiches 5 - 8 Concl. adv.-gen. DUBRULLE, Cass., 12 jan. 2007, AR D.05.0027.N, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen Vrije woorden: Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen - Tuchtzaken - Vastgoedmakelaars - Uitvoerende kamer - Beslissing - Betekening Thesaurus CAS: MAKELAAR UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen Vrije woorden: Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars - Tuchtzaken - Uitvoerende kamer - Beslissing - Betekening Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen Vrije woorden: Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen - Tuchtzaken - Vastgoedmakelaars - Uitvoerende kamer - Beslissing - Kennisgeving - Tijdstip Thesaurus CAS: MAKELAAR UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Algemeen Vrije woorden: Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars - Tuchtzaken - Uitvoerende kamer - Beslissing - Kennisgeving - Tijdstip Tekst van de conclusie D.05.0027.N Conclusie van de Heer Advocaat-generaal Dubrulle:
- Bij beslissing nr. 344 van 24 juni 2005 van de Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars werd de eiser geschrapt en werd hem tevens verbod opgelegd het gereglementeerd beroep van vastgoedmakelaar uit te oefenen en de titel van vastgoedmakelaar B.I.V. te voeren. Bij haar beslissing nr. 345 van dezelfde datum werd het verzet van de eiser tegen de beslissing van de Uitvoerende Kamer van 4 februari 2005, waarbij hem de sanctie van de schrapping werd opgelegd, als niet ontvankelijk afgewezen. Door de bestreden beslissing van de Nederlandstalige Kamer van Beroep van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars van 27 oktober 2005 werden de door de eiser tegen deze beslissingen ingestelde hogere beroepen als niet ontvankelijk afgewezen op grond dat ze niet werden ingesteld bij ter post aangetekende brief binnen 30 dagen na de betekening van de beslissingen van de Uitvoerende Kamer, welke betekening geschiedde op datum van de toezending van deze beslissingen, meer bepaald op het tijdstip van de afgifte van de betekeningstukken aan de postdiensten. De beslissingen nrs. 344 en 345 werden aan de eiser betekend per aangetekende brieven tegen ontvangstbewijs, ter post afgegeven op 4 juli 2005 en aan de eiser ter hand gesteld op 5 juli 2005; de hogere beroepen tegen deze beslissingen werden ingesteld bij een aangetekend schrijven, dat ter post werd aangeboden op 4 augustus
- In het tweede onderdeel van het cassatiemiddel wordt een schending aangevoerd van, o.m., de artikelen 52 Ger. W. en 51 en 53 van het Koninklijk Besluit van 27 november 1985 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van de beroepsinstituten die voor de dienstverlenende intellectuele beroepen zijn opgericht. Het voormelde artikel 51 bepaalt dat de beslissingen van de Kamer door de secretaris ter kennis worden gebracht binnen 15 dagen na de uitspraak en dat de kennisgeving, op straffe van nietigheid, dient vergezeld te worden van de modaliteiten en termijnen inzake beroep. Het artikel 53 bepaalt dat het beroep moet worden ingesteld binnen 30 dagen na de betekening van de beslissing van de Uitvoerende Kamer. De eiser voert onder meer aan dat de bestreden beslissing er ten onrechte van uitging dat de voorzieningstermijn inging op de datum van de verzending van het aangetekend schrijven, daar waar zou dienen te worden aangenomen dat deze inging op de datum waarop het aangetekend schrijven werd aangeboden aan de geadresseerde in eigen persoon of aan diens woonplaats.
- Met betekening, in de zin van het voormelde artikel 53, wordt evenwel geen betekening bij gerechtsdeurwaarder, in de zin van het artikel 32, 1° van het Gerechtelijk Wetboek bedoeld, doch wel een kennisgeving in de zin van het artikel 32, 2° van zelfde wetboek. Desbetreffend volstaat het te verwijzen naar het artikel 51 van dat K.B., zoals gewijzigd bij K.B. van 19 november 2004, dat bepaalt dat de beslissingen van de Kamer door de secretaris ter kennis worden gebracht binnen 15 dagen na de uitspraak en dat deze kennisgeving op straffe van nietigheid de mogelijkheid, de modaliteiten en termijnen inzake beroep dient te vermelden. Tevens kan worden verwezen naar de Franse tekst van het voormeld artikel 53, waarin sprake is van een kennisgeving ("notification") en niet van een betekening ("signification"). Volgens het arrest van het Hof van 29 juni 1984
(1)geschiedt de kennisgeving van de beslissing van een provinciale raad van de Orde van Apothekers, bedoeld in art. 25, alinea 1, K.B. nr. 80 van 10 november 1967, op het ogenblik dat de brief op het dienende adres wordt aangeboden. Het arrest van 9 december 1996
(2), in voltallige zitting gewezen, bevestigt de constante rechtspraak van het Hof dat de kennisgeving van de rechterlijke beslissing bedoeld in art. 32,2° Ger.W. geschiedt op de datum van de toezending ervan en niet op de datum van de aanbieding en ontvangst. Het arrest van 26 november 2004 beslist hetzelfde inzake een kennisgeving bij gerechtsbrief: ze geschiedt op de datum van toezending van de gerechtsbrief, "dit is op het tijdstip van de afgifte ervan aan de postdiensten, en niet op het tijdstip van aanbieding of ontvangst"
(3). Met dit arrest bevestigde Uw Hof zijn reeds meerdere jaren vaststaande rechtspraak, die, ook al bood deze, steunend op de "verzendingstheorie", ongetwijfeld het meest rechtszekerheid, in de rechtsleer heftig werd bekritiseerd
(4). Hoe kan men immers, in een tijd waar het recht van verdediging een primordiale plaats inneemt, nog verantwoorden dat een termijn om een rechtsmiddel aan te wenden begint te lopen vanaf een kennisgeving, waarvan men nog geen weet heeft? Het arrest lokte des te meer kritiek uit dat het inging tegen de door de rechtsleer gunstig onthaalde recentste rechtspraak van het Arbitragehof, dat, na aanvankelijk de zienswijze van Uw Hof te hebben gedeeld, bij arrest van 17 december 2003
(5)hierop uitdrukkelijk terug kwam. 4. Inmiddels werd door de wetgever ingegrepen en gepoogd - door de invoering, bij wet van 13 december 2005
(6), van een artikel 53bis in het Gerechtelijk Wetboek - een algemene oplossing te bieden voor "het vaststellen van de datum waarop de termijn ingaat die begint te lopen na een kennisgeving"
(7). 5. Het arrest van het Hof van 23 juni 2006
(8), gestoeld op de "ontvangsttheorie", betekent dan ook een ommekeer: de kennisgeving bij aangetekende brief wordt geacht verricht te zijn de eerste werkdag volgend op de dag van de afgifte van de brief ter post, daar de bestemmeling geacht wordt op die datum ervan kennis te hebben kunnen nemen. De oplossing in de actuele zaak lijkt me dan ook op dezelfde opvatting te moeten steunen: de kennisneming is beslissend. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat van de beroepen beslissingen kennis werd gegeven bij aangetekende brief. In navolging van het arrest van 29 juni 1984 mag men dus reeds uitgaan van het vermoeden dat deze brief de eerste werkdag die daarop volgde aan eiser werd aangeboden en dat hij geacht wordt daarvan kennis te hebben genomen. Uit deze stukken blijkt zelfs dat de aangetekende brief tegen ontvangstbewijs aan de eiser voor het eerst werd aangeboden (en ter hand gesteld) op 5 juli 2005. Mede in acht genomen het bepaalde in het artikel 52 van het Gerechtelijk Wetboek, werd het hoger beroep, op 4 augustus 2005, derhalve tijdig, d.i. binnen dertig dagen, ingesteld. De bestreden beslissing heeft het begrip "betekening" in art. 53 van het Koninklijk Besluit van 27 november 1985 -zoals hierboven uiteengezet, te begrijpen als "kennisgeving" bedoeld in art. 51- miskend. Het onderdeel is dus gegrond 6. Conclusie: vernietiging. ARREST __________________________
(1)A.R. 3908, nr. 622.
(2)A.R. S.96.0098.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961209.4, nr. 494.
(3)A.R.C.03.0498.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.9, nr. 571 en R.W. 2004-2005, 1671, met noot van K. Wagner., "
(1)Kennisgeving bij gerechtsbrief als aanvangspunt van de termijn: Hof van Cassatie contra Arbitragehof!
(2)Hoger beroep in kort geding: verschijningstermijn, wijze van inleiding en sancties".
(4)Voor een exhaustieve lijst van deze kritische rechtsleer, zie J.F. van Drooghenbroeck, "Revirement spectaculaire: détermination de la date de la notification par application de la théorie de la réception", noot onder Arbitragehof , 170/2003 van 17 december 2003, J.T. 2004, 46 e.v., nr. 4.
(5)Arbitragehof , 170/2003 van 17 december 2003, R.W. 2003-04, 1145, noot J. Laenens, P.& B. 2004, 49, noot E. Brewaeys, J.T. 2004, noot J.-F. Van Drooghenbroeck, Revirement spectalulair: détermination de la date de la notification par application de la théorie de la réception, l.c., en J.LM.B., 2004, 104.
(6)B.S. 21 december 2005.
(7)Memorie van toelichting bij het wetsontwerp (Parl. St., Kamer 51/1309/001, 6).
(8)A.R. F.05.0021.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060623.2, www.cass.be. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070112.3 citeert: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961209.4 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041126.9 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060623.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div