id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 09 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070209.3 Rolnummer: C.05.0435.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-02-26 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-07-03 06:49 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070209.3 Fiche 1 Het beslag dat wordt gelegd buiten de woonplaats van de schuldenaar en bij een derde, zonder voorafgaande rechterlijke machtiging, ook al maakt het een eventuele inbreuk uit op de onschendbaarheid van de woning en van het recht op privé-leven, is niet nietig maar kan enkel tot eventuele schadevergoeding aanleiding geven
(1).
(1)Zie de conclusie O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN Vrije woorden: Beslag onder derden - Woonplaats van de derde - Machtiging van de beslagrechter - Ontstentenis - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1503, eerste lid Fiche 2 Concl. adv.-gen. Dubrulle, Cass., 9 feb. 2007, AR C.05.0435.N, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: BESLAG - ALGEMEEN Vrije woorden: Beslag onder derden - Woonplaats van de derde - Machtiging van de beslagrechter - Ontstentenis - Gevolg Tekst van de conclusie C.05.0435.N Advocaat-generaal Dubrulle heeft in substantie gezegd:
- Het ten verzoeke van de eerste verweerster ten laste van de tweede verweerder, doch buiten diens woonplaats en op de uitbatingzetel van de eiseres gelegd uitvoerend beslag op roerend goed werd in het bestreden arrest, ondanks het ontbreken van een voorafgaande machtiging door de beslagrechter overeenkomstig het artikel 1503 van het Gerechtelijk Wetboek, niet nietig verklaard. Hierbij werd overwogen dat deze "voorafgaande machtiging de openbare orde niet raakt en slechts de belangen van de derde en niet die van de schuldenaar beoogt te beschermen", zodat het gebrek aan machtiging gebeurlijk slechts aanleiding kan geven tot een vordering in schadevergoeding, doch de rechtsgeldigheid van het beslag onverkort laat.
- In het enig cassatiemiddel wordt door de eiseres de schending aangevoerd van dat artikel 1503 van het Gerechtelijk Wetboek en voor zoveel als nodig, van de artikelen 15 van de Grondwet en 8 van het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Krachtens het artikel 1503, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek kan beslag worden gedaan buiten de woonplaats van de schuldenaar en bij een derde, maar is voor dergelijk beslag de toelating van de rechter vereist, gegeven op verzoekschrift, ingediend en ondertekend door een advocaat of een gerechtsdeurwaarder.
- In verband met deze bepaling werd in het Verslag Van Reepinghen
(1)gesteld: "De mogelijkheid om in de woonplaats van een derde beslag te leggen kan de handeling verijdelen van de schuldenaar die elementen van zijn bezittingen tracht te onttrekken aan de uitvoering. Men richt zich hier naar de rechtspraak. Beslag in een andere plaats dan bij de schuldenaar kan echter niet overgelaten worden aan de willekeur van de beslaglegger want dit zou de weg effenen voor tal van misbruiken. Dergelijk beslag kan dus enkel gelegd worden mits voorafgaande machtiging van de beslagrechter." Anders dan in Frankrijk
(2), wordt door de wet niet expliciet voorzien in enige sanctie ingeval van miskenning van die bepaling ("Pas de nullité sans texte"). In de rechtspraak en rechtsleer lopen de standpunten uiteen. Volgens de enen raakt de miskenning van het voorschrift de openbare orde niet en heeft ze derhalve niet de nietigheid van het beslag tot gevolg. Daar het artikel 1503 niet de belangen van de schuldenaar, doch die van de derde beschermt, zou, indien achteraf zou blijken dat het beslag ten onrechte werd gelegd, zulks hoogstens aanleiding kunnen geven tot schadevergoeding voor die derde
(3), waarbij er dient op gewezen te worden dat hij desgevallend de bescherming van het artikel 2279 van het Burgerlijk Wetboek zal kunnen inroepen. Anderen daarentegen zijn van oordeel dat die bepaling wel van openbare orde is, zodat haar miskenning de nietigheid van het beslag tot gevolg heeft. Dit is volgens een beslagrechter te Luik het geval daar, bij afwezigheid van machtiging, de beslaglegger gewoon de macht niet zou bezitten dergelijk beslag te leggen
(4). Volgens een beslagrechter te Brussel houdt zulks een miskenning van het artikel 15 van de Grondwet
(5), naar luid waarvan de woning onschendbaar is. De tweede stelling m.b.t. een voor het overige regelmatig gelegd beslag is niet redelijk te verantwoorden. Dit zou impliceren dat een rechtsgeldig uitvoerend beslag op een aan de schuldenaar toebehorend roerend goed, waarbij de gerechtsdeurwaarder te goeder trouw, doch blijkbaar ten onrechte, meende dat hij zich in de woonplaats van die schuldenaar bevond, terwijl hij zich bij een derde bevond, nietig zou zijn. Of dat het met instemming van de derde in diens woonplaats op zulk goed gelegd beslag ook nietig zou zijn. Dit laatste voorbeeld toont aan dat de loutere miskenning van het artikel 1503 van het Gerechtelijk Wetboek niet noodzakelijkerwijze een schending van het artikel 15 van de Grondwet of van het artikel 8 van het E.V..R.M. tot gevolg heeft. Waar de geldigheid van het beslag toch vooral de beslagene en niet de derde aanbelangt, terwijl die grondrechten van deze laatste voldoende gewaarborgd zijn door een recht op schadevordering, is de nietigheid niet de sanctie die zich opdringt. Het middel, dat van de tegengestelde opvatting uitgaat, faalt naar recht. 4. Conclusie: verwerping. ARREST _________________
(1)Verslag over de Gerechtelijke Hervorming, B.S., 1964, I, 559.
(2)Waar de miskenning van deze "formalité substantielle" de nietigheid van het beslag tot gevolg heeft: Dalloz, Droit et pratique des voies d'exécution, 424, nr. 3961.
(3)E. Dirix, "Beslag", in A.P.R., 2001, 354, nr. 598; G. de Leval, "La saisie mobilière", in Rép. Not., D. XIII, vol. 3, 114, nr. 208; E. Dirix, "Overzicht van rechtspraak. Beslag en collectieve schuldenregeling 1997-2001", T.P.R. 2002, 1249, nr. 87; J.-L. Ledoux, "Les saisies. Chronique de jurisprudence 1989-1996", Les dossiers du Journal des Tribunaux, 113, nr. 134.
(4)Beslagrechter Luik 13 mei 1985, Jur. Liège 1985, 533, met kritische noot van G. de Leval; M.C. Matagne, "La saisie mobilière, R.P.D.B., C. VIII, nr. 47 en 16.1.
(5)Beslagrechter Brussel 17 mei 1999, J.L.M.B. 2000, 257 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070209.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div