id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070316.2 Rolnummer: F.05.0049.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2007-05-18 Raadplegingen: 206 - laatst gezien 2026-07-03 06:45 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070316.2 Fiche 1 De administratie is niet gemachtigd om in de rekeningen, boeken en documenten van de bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten; hiermee worden de financiële instellingen in het algemeen bedoeld en niet alleen de instellingen waarvan de werkzaamheden bestaan in het in ontvangst nemen van gelddeposito's of het verlenen van krediet voor eigen rekening; financiële instellingen omvatten ook de ondernemingen die een werkzaamheid van financiële leasing uitoefenen
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Allerlei UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Bewijsmiddelen administratie belastingen Vrije woorden: Onderzoek en controle - Verplichtingen van de belastingplichtige - Fiscaal bankgeheim Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 318, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Concl. adv.-gen. Thijs, Cass., 16 maart 2007, AR F.05.0049.N, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Allerlei UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Bewijsmiddelen administratie belastingen Vrije woorden: Onderzoek en controle - Verplichtingen van de belastingplichtige - Fiscaal bankgeheim Annotaties Publicaties: Fisc. Act. - Ruth CLAES; Luc FEYAERT; Leasingmaatschappijen en bankgeheim : de knoop doorgehakt ? - nr.25, p.4-6 T.F.R. - F.JACOBS; Hof van cassatie bevestigt dat leasingmaatschappijen door fiscale bankgeheim zijn gebonden. - 2007, 793-797 Fisc Act - Ruth CLAES; Luc FEYAERTS; Leasingmaatschappijen en bankgeheim: de knoop doorgehakt ? - 2007, 4-6 Tekst van de conclusie F.05.0049.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS: 1. De betwisting betreft de vraag of een leasingmaatschappij al dan niet onderworpen is aan het 'bankgeheim' zoals geregeld in artikel 318, eerste lid, van het W.I.B. 1992. De rechtspraak is daaromtrent verdeeld.
(1)2. Door de Wet van 8 augustus 1980 werd het principe van het bankgeheim voor het eerst in een wettelijke bepaling (huidig artikel 318 W.I.B.
(1992)) opgenomen. Krachtens het te dezen voor het aanslagjaar 1997 toepasselijk artikel 318, eerste lid, van het W.I.B.
(1992), is de administratie, in afwijking van de bepalingen van artikel 317, niet gemachtigd om in de rekeningen, boeken en documenten van de bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten. De fiscale wetgeving bevat geen uitdrukkelijke definitie van wat onder het begrip "bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen" dient te worden verstaan. De administratieve commentaar op het W.I.B.
(1992)
(2)stelt dat de volgende instellingen geviseerd worden: - de Belgische banken en spaarkassen; - de Belgische kredietinstellingen, lening- en hypotheekmaatschappijen, kapitalisatieondernemingen, de Deposito- en Consignatiekas en het Bestuur der postcheques; - de Belgische vennootschappen die de financiering van verkopen op afbetaling tot doel hebben; - de Belgische ondernemingen en particulieren die zich met wisselverrichtingen inlaten; - de Belgische inrichtingen van buitenlandse ondernemingen, gelijkaardig aan die welke hiervoor zijn vermeld. In de financiële wetgeving wordt het begrip "kredietinstelling" gedefinieerd. Zo omschrijft artikel 1 van de Wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op de kredietinstellingen, de "kredietinstelling" als "een Belgische of buitenlandse onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito's of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening." Het toepassingsgebied van artikel 318 W.I.B. 1992 beperken tot voormeld type van ondernemingen zou in strijd zijn met de ratio legis van voormeld artikel. Immers, niettegenstaande dat op het moment van de invoering van huidig artikel 318 W.I.B. 1992 door artikel 34 van de Wet van 8 augustus 198O enkel de banken en spaarkassen aan voormelde definitie voldeden, heeft de wetgever het bankgeheim inzake directe belastingen toch uitgebreid tot de wissel- en kredietinstellingen (J. MALHERBE en A. VISSCHERS, Het bankgeheim in het Belgisch fiscaal recht onder vuur, R.G.C.F., 2OO3/5, 86). Daarenboven wordt in de voorbereidende werken bij de Wet van 8 augustus 198O uitdrukkelijk vermeld dat artikel 318 W.I.B. de "financiële instellingen" viseert.
(3)Het begrip "financiële instelling" wordt in artikel 3 van de Wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht van kredietinstellingen gedefinieerd als "een onderneming die geen kredietinstelling is en waarvan de hoofdbedrijvigheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of het verrichten van één of meer van de werkzaamheden als vermeld in de punten 2 tot 12 van de lijst in § 2 van dit artikel: (...) - in ontvangst nemen van deposito's en andere terugbetaalbare gelden; - verstrekken van leningen, inclusief ondermeer consumentenkrediet, hypothecair krediet, factoring met of zonder verhaal en financiering van handelstransacties, inclusief forfaitering; - leasing; - betalingsverrichtingen; - uitgifte en beheer van betaalmiddelen (creditcards, reischeques, kredietbrieven); - verlenen van garanties en stellen van borgtochten; - transacties voor eigen rekening van de instelling of voor rekening van cliënten met betrekking tot geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositobewijzen, etc.), valuta's, financiële future's en opties, swaps en soortgelijke financieringsinstrumenten, en effecten; - deelnemingen aan effecten, emissies en dienstverrichtingen in verband daarmee; - advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichtingen op het gebied van fusie en overname van ondernemingen; - bemiddeling op de interbankenmarkten; - vermogensbeheer of advisering; - bewaarneming en beheer van effecten; - commerciële inlichtingen; - verhuur van safe." Uit voormelde definitie blijkt dat een onderneming als een "financiële instelling" beschouwd wordt, wanneer zij zich bezig houdt met financiële of bancaire verrichtingen in de ruime zin. Om na te gaan of er sprake is van een "bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling" in de zin van artikel 318 W.I.B.
(1992), zal aldus de aard van de activiteit van de instelling bepalend zijn. Deze zienswijze wordt overigens bevestigd in een antwoord van de minister van Financiën op een parlementaire vraag van 24 april 1996, waarin de minister uitdrukkelijk stelt dat kredietkaartmaatschappijen gelijkgesteld kunnen worden met kredietinstellingen in de zin van artikel 318 W.I.B.
(1992).
(4)De kredietkaartmaatschappijen worden inderdaad geviseerd onder het vijfde streepje van voormelde lijst. Bedoelde zienswijze sluit ook aan bij de passus uit de Com. I.B. nr. 322/7, waar gesteld wordt dat "de bepalingen van artikel 318, eerste lid, W.I.B.
(1992), die het verbod opleggen om in de rekeningen, boeken en documenten van de financiële instellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten, niet mogen omzeild worden door zich te beroepen op de bepalingen van artikel 322 W.I.B.
(1992)". In de doctrine wordt bovendien algemeen aanvaard dat leasing een kredietoperatie uitmaakt.
(5)De, zoals ten deze, klassieke leasingsovereenkomst is immers een kredietoperatie, waarbij niet de N.V. 'J & S Van Neder' maar wel de N.V. 'Locabel - Auto' onmiddellijk de volledige prijs van het voertuig heeft moeten betalen, terwijl de N.V. 'J & S Van Neder' enkel een huurprijs aan de N.V. 'Locabel - Auto' diende af te dragen gedurende vier jaren, om dan uiteindelijk van deze laatste het voertuig te kopen aan de ten opzichte van de werkelijke verkoopwaarde zeer lage residuwaarde. Leasing maakt overigens niet alleen deel uit van de mogelijke diensten die een bank kan aanbieden, maar zij valt ook onder het toepassingsgebied van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, die leasing, net zoals de verkoop op afbetaling, als een kredietovereenkomst aanmerkt (cfr. art. 1, 1O°, in fine: "de verhuurder wordt als kredietgever beschouwd"). Uit niets kan worden afgeleid dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om de kredietinstellingen die niet vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van de toepassing van artikel 318, eerste lid, W.I.B.
(1992)uit te sluiten. In dit verband mag immers niet uit het oog worden verloren dat bedoelde wet nog niet bestond bij de inwerkingtreding van artikel 318 W.I.B.
(1992)- oud artikel 224 W.I.B.
(1964), zoals ingevoerd door artikel 34 van de wet van 8 augustus 198O betreffende de budgettaire voorstellen 1979-198O), zodat de eis, dat het om een kredietinstelling in de zin van bedoelde wet moet gaan, derhalve neerkomt op de toevoeging van een voorwaarde aan artikel 318 W.I.B.
(1992)die er niet is in terug te vinden.
(6)Ook volgens de meerderheid van de auteurs valt de leasingmaatschappij binnen het toepassingsgebied van artikel 318 van het W.I.B.
(1992).
(7)Het middel faalt naar recht waar het ervan uitgaat dat met kredietinstellingen in artikel 318, eerste lid, W.I.B.
(1992), louter de in de wet van 22 maart 1993 geviseerde kredietinstellingen worden beoogd, en dat de financiële instellingen, waaronder de leasingmaatschappijen ressorteren, uitgesloten zijn uit het toepassingsgebied van deze bepaling. Besluit: VERWERPING. ARREST _________________
(1)Oordeelden dat een leasingmaatschappij niet onderworpen is aan het bankgeheim: Luik, 3 maart 2OO4, F.J.F., 2OO4, 1OO3; Antwerpen, 16 september 2OO3, N.J.W., 2OO4, 122; Antwerpen, 29 april 2OO3, F.J.F., 2OO4, 142; Rb. Bergen, 1O juni 2OO3, F.J.F., 2OO4, 9O2; Brussel, 3 mei 2OO2, F.J.F., 2OO4, 675; Rb. Luik, 18 maart 2OO2, F.J.F., 2OO4, 54; Rb. Bergen, 17 januari 2OO2, J.L.M.B., 2OO3, 913; Rb. Brussel, 4 januari 2OO2, T.F.R., 2OO2, 658. Oordeelden dat een leasingmaatschappij wél onderworpen is aan het bankgeheim: Het bestreden arrest van het Hof van Beroep te Gent; Rb. Namen, 23 oktober 2OO2, R.G.C.F., 2OO3/O4, 62 en Fiscologue, 2OO3/875, 1O; Rb. Brussel, 3 mei 2OO2, F.J.F., 2OO2, 675; Rb. Brussel, 23 februari 2OOO, Fiscoloog, 2OOO/772, 1.
(2)Com. I.B., nr. 318/4.
(3)Parl. Doc. Kamer, 1979-8O, nr. 323, 18 en 19.
(4)Bull. Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 39, p. 5128.
(5)J. HERBOTS, C. PAUWELS en E. DEGROOTE, "Bijzondere overeenkomsten. Overzicht van rechtspraak 1988-1994", T.P.R., 1997, 1268; H. LIBERT, "Leasing van roerende goederen", in Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Antwerpen, Kluwer, 4-5; J. HERBOTS, noot onder Cass., 17 juni 1993, "Réflexions à propos de la nature du leasing, avant contrat innomé, typique et fiduciaire", RCJB, 1996, p. 227 e.v..
(6)Ondanks het feit dat, op het ogenblik dat de wet van 8 augustus 198O in werking trad, enkel de door het K.B. nr. 185 van 9 juli 1935 geviseerde bankinstellingen en de spaarinstellingen fondsen konden ontvangen en kredieten verstrekken, heeft de wetgever de onderzoeksbeperkingen trouwens ook doen gelden t.a.v. niet gedefinieerde krediet- en wisselinstellingen. Het is vanuit die optiek dat de administratie de hypotheekmaatschappijen, de kapitalisatieondernemingen en de vennootschappen die de financiering van verkopen of afbetaling tot doel hebben, rangschikt onder de door artikel 318 W.I.B. 1992 geviseerde instellingen.
(7)P. BELLEN, "Le secret bancaire' et les sociétés de leasing", Act. Fisc., 2OO2, n° 35, 5; R. FORESTINI, noot onder Rb. Namen, 23 oktober 2OO2, R.G.C.F., 2OO3/O4, 67; F. JACOBS, "Leasingmaatschappijen dan toch onderworpen aan het bankgeheim", noot onder Gent, 7 september 2OO4, T.F.R., 2OO5, 546, en "Omtrent de taxatie van een voordeel bij leasing en de schending van het bankgeheim", noot onder Rb. Brussel, 4 januari 2OO2, T.F.R., 2OO2, 658; B. WAEGENAERE en C. BALIEUX, "Leasing: vente au terme du contrat et avantages en tout genre", noot onder Rb. Bergen, 17 januari 2OO2, J.L.M.B., 2OO3, 917; J. MALHERBE en A. VISSCHERS, "Het bankgeheim in het Belgisch fiscaal recht onder vuur", R.G.C.F., 2OO3/5, 83. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070316.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div