id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 18 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070918.1 Rolnummer: P.07.0005.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-10-01 Raadplegingen: 473 - laatst gezien 2026-07-03 22:59 Versie(s): Vertaling FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.1 Fiche 1 Het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting sluit niet uit dat schade in de zin van artikel 1382 B.W. ontstaat, tenzij wanneer, blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor rekening moet blijven van diegene die zich ertoe heeft verbonden of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten
(1).
(1)Cass., 9 jan. 2006, AR C.05.0007.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060109.5, A.C., nr 22. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Algemeen (verbintenis uit onrechtmatige daad) Vrije woorden: Schadeverhinderend karakter van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting - Criterium Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Fiche 2 Het is aan de rechter te beoordelen, door middel van een uitlegging van de overeenkomst, de wet of het reglement, of de gedane uitgaven, blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, al dan niet definitief voor rekening moeten blijven van diegene die ze heeft moeten doen
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Algemeen (verbintenis uit onrechtmatige daad) Vrije woorden: Schadeverhinderend karakter van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting - Beoordeling - Uitlegging Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Fiche 3 Of de gedane uitgaven, blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, al dan niet definitief voor rekening moeten blijven van diegene die ze heeft moeten doen, is geen feit dat moet bewezen worden door de partijen, maar is door de rechter te beoordelen, door middel van een uitlegging van de overeenkomst, de wet of het reglement
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: BEWIJS - ALGEMEEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Algemeen (verbintenis uit onrechtmatige daad) Vrije woorden: Bewijslast. Beoordelingsvrijheid - Uitgaven gedaan ter uitvoering van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting - Vergoedbare schade Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 870 oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1315, eerste lid, 1382 en 1383 Fiches 4 - 6 Concl. eerste adv.-gen. DE SWAEF, Cass., 18 sept. 2007, AR P.07.0005.N, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Algemeen (verbintenis uit onrechtmatige daad) Vrije woorden: Schadeverhinderend karakter van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting - Criterium Schadeverhinderend karakter van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting - Beoordeling - Uitlegging Thesaurus CAS: BEWIJS - ALGEMEEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Algemeen (verbintenis uit onrechtmatige daad) Vrije woorden: Bewijslast. Beoordelingsvrijheid - Uitgaven gedaan ter uitvoering van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting - Vergoedbare schade Annotaties Publicaties: R.W. - Marc DE SWAEF; Conclusie. - 2007-2008, 987-989 Juristenkrant - Evelien DEKEZEL; Cassatie verduidelijkt zijn loondoorbetalingsarresten. - 2008, 4 N.J.W. - Ingrid BOONE; Schade door de uitvoering van een wettelijke reglementaire of contractuele verplichting. - 2007, 749 Tekst van de conclusie P.07.0005.N Conclusie van Eerste Advocaat-generaal M. De Swaef:
- De eiser in cassatie voert tegen het bestreden arrest dat hem wegens verduisteringen veroordeelt tot schadevergoeding jegens de burgelijke partijen één middel aan. In het eerste onderdeel wordt de stelling ontwikkeld dat het aan de burgelijke partijen toekomt om de vergoedbare schade te bewijzen door aan te tonen dat de door Delta Lloyd Bank nv aan haar cliënten gedane uitbetalingen contractueel, wettelijk of reglementair niet definitief ten laste van voornoemde bank dienen te blijven. De grief richt zich in het bijzonder tegen de overweging van de appelrechters dat de eiser niet aantoont en ook niet voorhoudt dat de door de bank aan de cliënten gedane uitbetalingen contractueel, wettelijk of reglementair definitief ten laste van de bank dienen te blijven. Aldus keert, volgens de eiser, het bestreden arrest de bewijslast om.
- Sinds de arresten van 19 februari 2001, aanvaardt het Hof dat het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting niet uitsluit dat schade in de zin van artikel 1382 of 1383 van het Burgerlijk Wetboek ontstaat, tenzij wanneer blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor rekening moet blijven van diegene die zich ertoe heeft verbonden of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten (o.a. Cass. 19 februari 2001, A.R. C.99.0014.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.6, Arr. Cass. 2001, 324, De Verz. 2001, 777, noot P. GRAULUS, Pas. 2001, 322, R.W. 2001-02, 238 en T.B.B.R. 2003, 182, noot S. HEREMANS; Cass. 19 februari 2001, A.R. C.99.0228.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.8, Arr. Cass. 2001, 330, De Verz. 2001, 777, noot P. GRAULUS en Pas. 2001, 329; Cass. 20 februari 2001, A.R. P.98.1629.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.3, Arr. Cass. 2001, 336 en Pas. 2001, 334; Cass. 10 december 2001, T.B.B.R. 2003, 522, noot T. ROBERT; Cass 4 maart 2002, J.L.M.B. 2004, 239, noot J. WILDEMEERSCH, Pas. 2002, 632, R.G.A.R. 2004 (verkort), nr. 13.869 en R.W. 2004-05, 136, noot; Cass. 10 april 2003, J.L.M.B. 2004, 243, noot J. JEUNEHOMME en J. WILDEMEERSCH, Pas. 2003, 800, R.W. 2005-06, 1259, noot en RABG 2005, 1081, noot I. BOONE; Cass.23 februari 2004, J.T.T. 2004, 472, Pas. 2004, 300 en R.W. 2005-06, 303, noot; Cass. 9 januari 2006, De Verz. 2007,97). Volgens het eerste onderdeel is het dus aan de partij die vergoeding vordert te bewijzen dat blijkens de overeenkomst, de wet of het reglement, de uitgave die zij deed, niet definitief ten hare laste moet blijven. Sommige auteurs hebben uit de formulering van de arresten van 19 februari 2001 net het omgekeerde afgeleid: de gedane uitgaven zijn in principe vergoedbare schade, behalve wanneer de tegenpartij het bewijs levert dat uit de inhoud of de strekking van de wet, het reglement of het contract blijkt dat de schade definitief voor rekening van de benadeelde moet blijven (T. ROBERT, "De nieuwe cassatierechtspraak over de doorbreking van het oorzakelijk verband door een eigen juridische oorzaak: samen met de doorbrekingsleer ook het secundariteitscriterium definitief verworpen"? (noot onder Cass. 10 december 2001), T.B.B.R. 2003,
(523)527; I. BOONE, ("De verbreking van het oorzakelijk verband verbroken", in Gandaius Actueel VII, Kluwer, 2002, 124-125). 3. Het vraagpunt is echter anders te benaderen. Het gaat hier niet om een probleem van bewijs(last), maar van interpretatie. In de regel geformuleerd door het Hof hangt de kwalificatie van een uitgave als een vergoedbare schade af van de vraag of uit de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement blijkt dat de uitgaven niet definitief ten laste moeten blijven van degene die ze heeft moeten verrichten. Het antwoord op die vraag is geen feit dat moet worden bewezen door de partijen, maar is een kwestie van wets- of contractinterpretatie: nagegaan moet worden of het de bedoeling was van de wetgever of de contractpartijen om een uitgave t.g.v. de nakoming van een wettelijke of contractuele verbintenis aan het aansprakelijkheidsrecht te onttrekken en aldus definitief ten laste van de solvens te leggen (in deze zin: L. CORNELIS,. "Ongeschikt voor gevoelige juristen: over de intieme verhouding tussen schade en causaal verband", M. DEBAENE en P. SOENS (eds.), Aansprakelijkheidsrecht : actuele tendensen, Brussel, De Boeck & Larcier, 2005,
(157)169-173). De partijen kunnen wel aanvoeren dat het contract, de wet of het reglement meebrengt dat de uitgaven al dan niet ten laste moeten blijven van degene die ze heeft moeten doen, maar het is aan de rechter hierover te oordelen, door middel van een uitlegging van de overeenkomst, de wet of het contract. Dat wordt trouwens bevestigd door de arresten waarin het Hof zich uitdrukkelijk heeft uitgesproken over de vraag of een bepaalde wettelijke of reglementaire norm tot strekking heeft dat de uitgaven (niet) definitief voor rekening moeten blijven van degene op wie de verplichting rust (zie. Cass. 10 december 2001, Arr. Cass. 2001, 2117, Pas. 2001, 2046, R.W. 2003-04, 583, noot en T.B.B.R. 2003, 522, noot T. ROBERT; Cass. 3 december 2003, Pas 2003, 1934; Cass. 9 januari 2006 De Verz. 2007,
- M.b.t. contractuele verplichtingen kan het Hof daarover geen uitspraak doen, aangezien de interpretatie van overeenkomsten tot de soevereine bevoegdheid van de feitenrechter behoort, behoudens miskenning van de bewijskracht of de interpretatieregels vervat in de artikelen 1156 ev B.W.).
- In de voorliggende zaak, hebben de appelrechters het verweer van de eiser verworpen dat er geen oorzakelijk verband is tussen de verduisteringen en de schade van de bank, omdat deze schade enkel het gevolg zou zijn van de (contractuele) verplichting van de bank om de cliënten te vergoeden. Ze overwegen - volledig in de lijn van de recente rechtspraak van het Hof - dat het ingrijpen van een juridische oorzaak tussen de onrechtmatige daad en de vergoedingsplicht zich niet situeert op het vlak van het oorzakelijk verband, maar van de vergoedbare schade en halen in dat verband de regel aan van de arresten van 19 februari
- De eiser had niet aangevoerd dat de gedane betalingen geen schade zouden uitmaken; hij had alleen verweer gevoerd op het vlak van het causaal verband. De beslissing van de appelrechters is m.a.w. cassatiebestendig. Hun overweging dat de eiser niet aantoont dat de door de bank gedane uitbetalingen contractueel, wettelijk of reglementair definitief ten laste van de bank dienen te blijven, is irrelevant omdat het hier niet gaat om een kwestie van bewijs. Het eerste onderdeel dat is toegespitst op die bewijskwestie kan dus niet tot cassatie leiden.
- De tweede en derde onderdelen zijn afgeleid uit de in het eerste onderdeel tevergeefs aangevoerde grief, waarbij de appelrechters eisers verweer hebben beantwoord in rechtsoverweging 3.2.
- van het arrest. De onderdelen kunnen niet worden aangenomen. Conclusie: verwerping. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.1 citeert: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.6 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.8 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060109.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div