id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 18 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070918.3 Rolnummer: P.07.0615.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2007-10-01 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-07-03 06:07 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.3 Fiche 1 Een lege ongereinigde tankwagen is geen lege verpakking in de zin van artikel 1.1.3.5. ADR-reglementering
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Gevaarlijke stoffen Vrije woorden: ADR-reglementering - Lege verpakking Fiche 2 Concl. eerste adv.-gen. DE SWAEF, Cass., 18 sept. 2007, AR P.07.0615.N, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Gevaarlijke stoffen Vrije woorden: ADR-reglementering - Lege verpakking Tekst van de conclusie P.07.0615.N Conclusie van Eerste Advocaat-generaal M. De Swaef: [1] De eerste eiser werd samen met de tweede eiser, zijn werkgever en civielrechtelijk aansprakelijke partij, veroordeeld wegens, onder meer, inbreuk op artikel 48bis1 Wegverkeersreglement (tenlastelegging B) en inbreuk op artikel 6, eerste alinea, K.B. 9 maart 2003 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen (B.S. 7 april 2003) (tenlastelegging C). Artikel 48bis1 Wegverkeersreglement bepaalt: "Verplichting de autosnelwegen te volgen. Voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren in de zin van het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (A.D.R.) en zijn bijlagen, ondertekend te Genève op 30 september 1957 en goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1960, en die krachtens dat Verdrag of krachtens verordeningsbepalingen van intern recht voorzien moeten zijn van een oranje bord, moeten, behalve in geval van noodzaak, de autosnelwegen volgen." Voormeld artikel 6, eerste alinea, van het K.B. van 9 maart 2003 bepaalt dat het de verzender, de commissionair-expediteur, de vervoerscommissionair, de vervoerder en de bestuurder van het voertuig verboden is gevaarlijke goederen te laden, te vervoeren, te doen laden of te doen vervoeren indien het vervoer niet voldoet aan de bepalingen van het ADR en de bijlagen erbij en van dit besluit. Deze bepaling wordt ingevolge artikel 11, 3°, van dat K.B. bestraft overeenkomstig de Wegverkeerswet. De eisers houden voor dat het kwestieuze transport niet onder het ADR-Verdrag viel derwijze dat er ook geen inbreuk op voormelde bepalingen bestond. [2] Het verweer beroept zich op artikel 1.1.3.5 van de ADR-Reglementering. Dat artikel (geherstructureerde versie in voege op 1 januari 2007, B.S. 22 november 2006; gelijkluidende tekst als in de geherstructureerde versie in voege op 1 januari 2005, B.S. 13 december 2004; ook voor de verdere omschrijvingen (infra) bestaat er geen verschil tussen beide versies) bepaalt zelf: "Vrijstellingen in samenhang met ongereinigde lege verpakkingen. Ongereindigde lege verpakkingen (met inbegrip van de IBC's en de grote verpakkingen), die stoffen van klassen 2, 3, 4.1, 5.1, 6.1, 8 en 9 hebben bevat, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR indien gepaste maatregelen werden getroffen om de mogelijke risico's te neutraliseren. De risico's zijn geneutraliseerd indien maatregelen werden getroffen om alle gevaren van de klassen 1 tot en met 9 te elimineren." Naar het oordeel van de eisers is een (in casu lege, ongereinigde) tank(wagen) te beschouwen als een lege verpakking in de zin van artikel 1.1.3.5 van de ADR-Reglementering derwijze dat deze niet onderworpen is aan de voorschriften van het ADR indien gepaste maatregelen werden getroffen om mogelijke risico's te neutraliseren, hetgeen volgens hen niet ter discussie stond (memorie p. 3). Naar het oordeel van de eisers ging het te dezen dan om een vervoer van een lege verpakking in de zin van artikel 1.1.3.5 ADR-Reglementering. [3] Uit de definities uit de bijlage bij het ADR (nr. 1.2.1) blijkt dat een tank als volgt wordt omschreven: "een houder voorzien van zijn bedrijfsuitrusting en structuuruitrusting. Indien deze term zonder nadere precisering wordt gebruikt, omvat hij de tankcontainers, mobiele tanks, afneembare tanks en vaste tanks zoals gedefinieerd in onderhavig deel, alsook de tanks die elementen zijn van batterijvoertuigen of van MEGC's." Een verpakking wordt omschreven als volgt: "een recipiënt en alle andere benodigde elementen of materialen om het recipiënt toe te laten zijn functie van omsluiten/vasthouden te vervullen (zie ook "bergingsverpakking", binnenverpakking, buitenverpakking, composietverpakking, gereconditioneerde verpakking, "gereconstrueerde verpakking", "grote verpakking", "herbruikte verpakking", "IBC", "lichte metalen verpakking", "samengestelde verpakking", "stofdichte verpakking" en "tussenverpakking")." Een grote verpakking - waarvan sprake in artikel 1.1.3.5 ADR-Reglementering - wordt omschreven als "een verpakking die bestaat uit een buitenverpakking die voorwerpen of binnenverpakkingen bevat en die
- a)ontworpen is voor een mechanische manipulatie;
- b)een netto massa heeft van meer dan 400 kg of een capaciteit van meer dan 450 liter, maar waarvan het volume niet groter is dan 3 m3." Uit dit laatste, met name uit de beperking van het volume, volgt dat een tank of een tankwagen niet kan worden beschouwd als een grote verpakking in de zin van voormelde omschrijving. Een IBC (groot recipiënt voor losgestort vervoer) - waarvan eveneens sprake is in artikel 1.1.3.5 ADR-Reglementering - wordt vervolgens als volgt omschreven: "een stijve of soepele verpakking, verschillend van deze omschreven in hoofdstuk 6.1, en
- a)met een capaciteit van i. niet meer dan 3,0 m3 voor de vaste stoffen en vloeistoffen van verpakkingsgroepen II en III; ii. niet meer dan 1,5 m3 voor de vaste stoffen van verpakkingsgroep I, verpakt in soepele IBC's, composiet-IBC's of in IBC's uit stijve kunsstof, karton of hout; iii. niet meer dan 3,0 m3 voor de vaste stoffen van verpakkingsgroepen I, verpakt in metalen IBC's; iv. niet meer dan 3,0 m3 voor de radioactieve stoffen van klasse 7;
- b)ontworpen is voor een mechanische manipulatie;
- c)die kan weerstaan aan de belastingen die zich tijdens de manipulatie en het transport voordoen; dit moet bevestigd worden door de beproevingen die in hoofdstuk 6.5 worden gespecificeerd." Ook uit deze beperking van de inhoud van de IBC, volgt dat een tank(wagen) als dergelijke IBC niet kan worden beschouwd. Nu worden aan voormelde omschrijving van IBC nog twee opmerkingen toegevoegd waarvan de eerste - de tweede is hier niet verder relevant - bepaalt dat de mobiele tanks of tankcontainers, die resp. voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk 6.7 en 6.8, niet als IBC's worden beschouwd. De begrippen mobiele tank en tankcontainer blijken hier evenwel ook niet verder relevant te zijn, nu het, blijkens de omschrijving ervan, slechts kan bestemd zijn voor het vervoer van klasse 2 (in casu ging het om het vervoer van klasse 8). [4] Kortom, uit het enkele samenlezen van deze verschillende omschrijvingen en definities kan afgeleid worden dat, waar artikel 1.1.3.5 ADR waarop de eisers zich beroepen, het heeft over IBC's en grote verpakkingen, een tank(wagen) niet aan de omschrijvingen daarvan kan voldoen, gelet op de specificaties inzake volume. Vervolgens volgt daar a fortiori uit dat een tank(wagen) evenmin kan beschouwd te beantwoorden aan de omschrijving van een verpakking waarvan sprake in artikel 1.1.3.5 ADR-Reglementering nu het zelfs niet aan de omschrijving van een grote verpakking beantwoordt. Weliswaar is de vaststelling in het bestreden vonnis dat de omvang niet de norm is en derhalve het begrip verpakking niet door een bepaald volume wordt beperkt, niet correct, maar dit heeft geen gevolgen voor het gemaakte besluit dat een tank geen verpakking is en de eisers zich derhalve niet op art. 1.1.3.5 ADR-Reglementering kunnen beroepen. [5] Het oordeel van de appelrechters dat een lege tankwagen niet kan worden beschouwd als een verpakking in de zin van artikel 1.1.3.5 ADR-Reglementering geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel kan niet worden aangenomen. Er is evenmin reden om tot ambtshalve cassatie over te gaan. Conclusie: verwerping. Gerelateerde publicatie(
- s)Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div